NOS Voetbal•vandaag, 06:04

Het transferrecord in de Premier League is opnieuw verbroken. Waar de Engelse clubs vorig jaar nog in totaal zo’n 3,6 miljard euro besteedden, lag dat bedrag dit jaar alweer hoger, namelijk net iets meer dan 4 miljard euro.

Vijf van de twaalf duurste transfers in de geschiedenis van het voetbal vonden deze zomer plaats, waarvan vier in de Premier League.

De bedragen die werden rondgepompt in de Engelse competitie zijn duizelingwekkend, zelfs voor spelers die vorig seizoen niet eens een basisplaats hadden. “Een enorme gekte”, stelt Rob Jansen, een van Nederlands succesvolste zaakwaarnemers.

Niet alleen grote bedragen voor topspelers

In 2013 maakte Gareth Bale voor zo’n 100 miljoen euro de overstap van Tottenham Hotspur naar Real Madrid. Destijds was dat een recordbedrag voor een absolute topspeler in de Premier League. Tegenwoordig lijkt 100 miljoen meer een startbedrag voor de absolute top.

Maar wat opvalt is dat de tientallen tot honderden miljoenen euro’s niet eens meer alleen worden betaald voor topspelers.

Sávio bijvoorbeeld, vorig seizoen vooral bankzitter bij Manchester City, ging deze zomer voor ruim 87 miljoen euro naar Tottenham Hotspur. Of denk aan Andrey Santos die voor 56 miljoen euro de overstap maakte van Chelsea naar Manchester United.

“Dat zijn niet eens de grootste spelers van Engeland. Sommigen spelen niet eens en vertrekken toch voor 50, 60, 70 of 80 miljoen euro. Hoe dat komt? Engeland is het mekka van de voetballerij. Het marktprincipe daar zorgt dat iedereen elkaar opjaagt. En het gaat om de gekte van eigenaren”, legt Jansen uit.

‘Ego van eigenaren’

“Want vergeet niet dat het ego van eigenaren bij de clubs een rol speelt. Als een manager zegt: ‘die speler past in mijn systeem en hem moet ik hebben’, dan gaat het management er vaak als een blindengeleidehond achteraan. De superrijken op deze wereld denken toch anders over geld dan anderen”, vertelt Jansen.

AFPManchester City-eigenaar Mansour bin Zayed Al Nahyan (rechts)

Zij trekken sneller de portemonnee, bevestigen ook voormalig Premier League-spits Chris Sutton en voormalig Liverpool-verdediger Stephen Warnock bij de BBC. “Het gaat erom de sterkste selectie te hebben, zodat de teams de best mogelijke kans maken om mee te strijden om de titel. Het geld doet er echt niet toe”, vertelt Sutton.

Warnock vult aan: “Als je technisch directeur zegt: ‘Ik kan je deze speler geven’, dan hoef je je geen zorgen te maken over de transfersom.”

Dat de Engelse clubs dat geld kunnen uitgeven, komt door de geëxplodeerde tv-gelden in Engeland, zo legde Toon Gerbrands, oud-algemeen directeur van AZ en PSV, vorig jaar al uit.

Tottenham Hotspur vs. eredivisie

Om nog eens in perspectief te zetten hoeveel geld er in Engeland is rondgegaan, heeft Jansen nog wat cijfers opgezocht. “Tottenham Hotspur heeft deze zomer in Engeland in totaal al 500 miljoen laten omgaan in transfers (uitgaand plus inkomend, red.). Dat is meer dan de hele eredivisie in twee jaar tijd. En dat is dus één club. Dat ligt behoorlijk uit elkaar.”

De zaakwaarnemer die in het verleden onder anderen Dennis Bergkamp naar Internazionale bracht en Marc Overmars naar FC Barcelona, had ooit het idee dat de transferbedragen in het voetbal zouden gaan normaliseren.

“Maar daar sloeg ik de plank behoorlijk mee mis. Ik denk dat het alleen nog maar verder gaat. De transfersommen worden bepaald door de commerciële waardes en de gekte van de eigenaren.”

ProShotsRob Jansen in 2022

Maar niet alleen in Engeland zullen die transferuitgaves blijven stijgen, weet Jansen. “Hoe gekker het wordt aan de top, hoe meer je het ook in Nederland, België en Scandinavië ziet stijgen. In Nederland stijgen de prijzen ook, maar nu zijn het vooral de buitenlandse spelers die weer uit Nederland vertrekken voor hoge bedragen. Bij Nederlandse spelers ligt dat veel lager.”

Een conclusie is daarover niet per se te trekken. “Een Gakpo, Jorrel Hato of Jurriën Timber ging voor rond de 40 miljoen weg vanuit Nederland. Maar die spelers gaan al op heel vroege leeftijd. De Van Bastens en Bergkamps speelden vroeger veel langer in Nederland en bouwden hun waarde op en gingen als grote jongens door in Europa.”