Lauw, zuchtend, hoofdschuddend – afgezien van een handvol Volendammers in een winkelstraat leek niemand opgewonden van de aankondiging van ex-CDA’er en ex-BBB’er Mona Keijzer om een nieuwe ‘sociaal-conservatieve beweging’ te beginnen. Nu was er nog eigenlijk helemaal niets, verklaarde ze tijdens de presentatie, maar ze had wel een doel: minstens dertig zetels in de Tweede Kamer en Mona zélf als minister-president.

In beschouwingen die volgden werd Keijzer, en dat was veelzeggend, niet als potentiële politieke hemelbestormer besproken, maar vooral als een symptoom. Gaan we weer. Wéér een zelfbenoemde verlosser op rechts, wéér die grote maar o-zo vage woorden over ongehinderde daadkracht vermengd met gepruil over een onderdrukkende elite, die de Nederlander geen Nederlander meer wil laten zijn. Om heel het scala aan vaderlandse verongelijktheid op haar website vorm te geven, werd online al snel ontdekt, had ze een speciale politieke adviseur ingeroepen: AI.

Aan rechtse talkshowtafels, inmiddels een pleonasme, wist men niet zo goed hoe te reageren. Opnieuw veelzeggend: als zelfs je beoogde achterban niet kan zeggen of je het geneesmiddel bent of de kwaal, dan heb je een probleem.

Keijzer en haar „beweging”, getiteld Project 2029, werden gezien als een ongemakkelijk symptoom van iets dat zich niet langer meer laat negeren. Samengevat: Nederland stemt tegenwoordig grotendeels rechts, radicaalrechts of extreemrechts (aan die tafels steevast eufemistisch „rechts van het midden” genoemd). Maar, en dat is het probleem, politieke eenheid of ideologische consistentie is daar ver te zoeken. Te grote ego’s, ordinaire ruzies, eindeloze afsplitsingen, bergen vuile was, grote woorden en loze gebaren, eerst dreigen met de vuist op tafel en dan weer verongelijkt piepen over je onmacht tegenover arrogante elites – het enige dat rechts lijkt te verbinden is een blinde afkeer van alles wat als links wordt beschouwd.

NRC-redacteur Guus Valk gaf afgelopen week (NRC 27/8) een viertal redenen waarom radicaalrechts maar over zijn eigen voeten blijft struikelen. Allereerst: nieuwe namen, met dezelfde thema’s. Steeds opnieuw dient zich er weer een aan als redder van het vaderland. Protestpartijen zijn bovendien te afhankelijk van de persoon van de ‘leider’, en ze ontberen daarnaast een solide structuur en organisatie. Tot slot blijken ze gevoelig voor vergaande radicalisering van standpunten, omdat ze labiele loose cannons aantrekken die binnen het establishment geen kans kregen of afgewezen werden. En natuurlijk ook gewoon omdat de concurrentie om media-aandacht op de rechterflank moordend is.

De Rechtse Paradox

Dat klopt allemaal, en de geschiedenis herhaalt zich iedere keer. Keijzer zélf vervalt in herhalingen – belofte, ruzie, belofte, ruzie, belofte. In heel haar optreden afgelopen week leek ze een levende illustratie van de punten die Valk opsomde: steeds weer ergens anders de Volendamse verlosser spelen, een persoonlijkheidscultus zonder fundament, geen structuur – en dit keer nog niet eens een organisatie. Radicaal is Mona vooral op X, waar in haar ogen de totale ondergang van het Westen nooit ver weg is – het water staat ons aan de lippen, het is vijf óver twaalf, en altijd: we kunnen het niet meer aan. In de aankondiging van haar ‘beweging’ hield ze zich in. Nu heette het: „Nederland is vastgelopen”.

Nederland vastgelopen? Kijk even in de spiegel, Mona.

De vraag blijft natuurlijk: waarom gaat dit steeds zo? Aan de Hollandse praattafels is men zich inmiddels bewust van de Rechtse Paradox. Maar er wordt over gesproken alsof het een hinderlijk obstakel is, een spaak in het wiel van de broodnodige volksopstand. Als Lidewij en Gidi nu maar eens wat minder uitzinnige dingen zouden roepen, als men nu maar eens niet de hele tijd zou afsplitsen en voor zichzelf beginnen, en voor één keer een samen door een deur zou kunnen, dan ligt de weg naar een stabiel rechts Nederland open.

Steeds weer ergens anders de Volendamse verlosser spelen, een persoonlijkheidscultus zonder fundament

Het gaat niet gebeuren. Waarom niet? Politieke beschouwers duiden het rechtse populisme meestal als een politieke reactie, terwijl het grotendeels de uitkomst van een culturele verschuiving is. De meeste burgers zijn ideologisch allang niet meer consistent of honkvast, we worden voortdurend afgeleid door steeds weer nieuwe opwinding. Bekende of spraakmakende persoonlijkheden domineren in toenemende mate onze (online) belevingswereld, bij alles hoort tegenwoordig een gezicht. De afkeer van taaie processen en omslachtige overwegingen is huizenhoog. Complexe juridische regelgeving wordt al snel als vrijheidsbeperkend gezien. Behalve als je zoals Mona Keijzer zelf geen woon-zorgcomplex voor dementerende ouderen voor je deur wilt hebben, dan procedeer je door tot de Hoge Raad.

Ten slotte: online schiet iedereen bij de kleinste aanleiding in de hoogste versnelling; je compromisloze, uitzinnige woordkeus geeft je (even) het gevoel dat je gezien wordt.

Zo gezien is de onmacht van radicaalrechts in Nederland om politiek bestendig te worden het directe gevolg van de aard van radicaalrechts. Het gaat niet om tijdelijke problemen, hindernissen die kunnen worden weggenomen, personen die net even wat minder verslaafd aan aandacht zijn. Alle verschijnselen die Valk in zijn stuk noemt zijn inherent aan dit soort politiek, ze zijn vaste prik, want ze weerspiegelen domweg brede ontwikkelingen in onze samenleving.

Kort samengevat: bij het verwezenlijken van het burgerlijke conservatisme dat Mona Keijzer met haar uiterst vage ‘beweging’ voor ogen staat, is het grootste obstakel niet een losgezongen bestuurlijke elite, maar de figuur van Mona Keijzer zelf.

Misschien moeten we haar dankbaar zijn.

Geef cadeau

Deel

Mail de redactie