“Ik ben echt een gebruiker, geen af-en-toe-tje of meeroker”, vertelt de 25-jarige Kerem*. Dagelijks gebruikt hij meerdere keren snus. “In de ochtend, tijdens de pauzes op werk, na de lunch, als ik naar huis rijd van werk, als ik thuis aankom, na het avondeten, in de avond tijdens het gamen”, somt hij op. Maar daar wil hij vanaf. En dus volgt hij sinds 2 weken een behandeltraject.

Professionele hulp

Jarenlang wist hij niet dat er professionele hulp bestond bij het stoppen met snus. “Op de meeste sites staat alleen: ‘Wil je stoppen met roken?’ Maar ik heb nooit gerookt.”

“Ik voelde me dus als snusgebruiker niet aangesproken”, vertelt hij. “Net als dat iemand die snuift ook niet gaat meedoen aan een stoppen-met-roken-programma, dan ben je ook niet de doelgroep.”

Snus (uitspraak: snuus) is een soort zakje met nicotine dat onder de bovenlip wordt geplaatst. Het is een manier om nicotine binnen te krijgen zonder te roken. De nicotine wordt namelijk via het tandvlees opgenomen. Snus gebruiken is net als roken en vapen verslavend.

Het komt oorspronkelijk uit Zweden, al bevat de echte Zweedse snus doorgaans tabak én nicotine, terwijl de Nederlandse versie vaak alleen nicotine bevat. De versie zonder tabak wordt ook ‘nicotinezakje’ genoemd, al worden de termen vaak door elkaar heen gebruikt.

In Nederland is de verkoop van snus verboden door de Europese wetgeving. Het enige land in Europa waar snus wel legaal is, is Zweden. Het bezit en gebruik zijn nu nog niet verboden, er wordt door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport onderzocht of een geheel verbod van nicotinezakjes mogelijk is.

Bron: Jellinek

‘Tabakslobby target op snus’

Toch ging Kerem na het horen van een radioreclame over roken eens googelen: zou er ook gratis hulp zijn voor het stoppen met snus? Hij kwam terecht bij WeQuit, waar expliciet snus op de website stond vermeld.

De tabaksindustrie en -lobby ’target’ echt op snus, vooral bij jonge jongens.

manager behandelzaken Lillian Goossen van WeQuit

“Ik denk dat we steeds meer snusgebruikers zullen gaan zien”, zegt manager behandelzaken Lillian Goossen bij de organisatie hierover. “Er zijn nu al jongeren voor in behandeling bij ons. Maar de tabaksindustrie en -lobby ’target’ echt op snus, vooral bij jonge jongens.”

Uit onderzoek van het EenVandaag Opiniepanel blijkt dat bij een deel van de jongeren (11 procent) snus steeds normaler wordt. Ook blijkt zo’n 1 op de 3 jongeren minstens één snusgebruiker te kennen. Jongeren komen er makkelijk aan via vrienden, social media of illegale webshops. En hoewel een deel de gevaren van snus zegt te kennen, is er ook een deel dat de risico’s (zoals verslaving en gezondheidsklachten) onderschat.

Eerste keer: tranen van pijn

Voor Kerem begon zijn verslaving 7 jaar geleden, toen gebruikte hij voor het eerst snus. “Ik denk dat weinig mensen in Nederland wisten wat het was. Misschien in de grote steden wel, maar in mijn omgeving waren mijn vrienden en ik een van de eersten.”

Eén vriend had een zakje mee en bood het aan. “Ik weet nog dat het heel erg ging branden in mijn keel. Ik kreeg tranen van de pijn”, vertelt Kerem. “Maar die maat zei: ‘Dit hoort erbij, houd gewoon in!'” Achteraf bleek het een zware dosis: “Het dubbele van wat ik nu altijd gebruik.”

‘Wist niet dat het schadelijk was’

Ondanks de pijnlijke eerste keer, probeerde hij de snus opnieuw. “Ik was veel op straat en zag die maat veel. Dus opeens was het twee keer op een dag leuk, het gaf me een lekkere kick. En toen had ik opeens m’n eigen bakje gekocht en smeerde ik het zelf ook aan bij vrienden.”

“Ik als nieuweling destijds wist ook helemaal niet dat het schadelijk was. Ik was zo onwetend, had geen idee wat het deed”, vertelt hij. “Als iemand die het nooit heeft gebruikt nu naar me toe zou komen met een ‘mag ik ook?’, dan zou ik zeggen: ‘Donder op joh, ben je gek geworden?’ Maar dat deed ik toen niet.”

Suf en slechtere conditie

Pas na 3 of 4 jaar kwam er een kanteling. Kerem merkte dat de snus hem erg suf maakte. “Eenmaal thuis na een werkdag ben ik echt kapot. Mijn lichaam heeft de hele dag zóveel bloed gepompt. Ik merk gewoon dat ik niet optimaal functioneer.”

“Ik probeer fit te blijven, maar merk dat mijn gezondheid en conditie door de snus achteruitgaan. En dat vind ik heel jammer gezien m’n leeftijd”, zegt hij.

Vakanties en kauwgom

Kerem probeerde eerder al wel te stoppen, maar dat lukte telkens niet. “Soms ging ik op vakantie en koos ik er bewust voor om niks mee te nemen, zodat ik geen keuze had. Maar zelfs dan vind ik altijd wel ergens een tabakshop. Dat kan een zoektocht zijn van een paar uur, maar dat doe ik dan toch. Zo ver gaat het.”

Hij probeerde ook te stoppen met hulp van speciale kauwgom. “Maar dat is echt kauwgom voor rokers, niet voor snusgebruikers. Dus mijn keel begon heel erg te branden. Ik kreeg er keelklachten van, dus had het gevoel dat het erger werd in plaats van minder.”

Nicotinepleisters

Nu gebruikt Kerem nicotinepleisters, sinds een ruime week. “Sindsdien heb ik geen snus meer gebruikt!”, vertelt Kerem blij. “Ik ben zelf ook in shock dat het zo goed helpt. Als ik me zo goed blijf voelen, dan ga ik ook vervroegd pleisters met lagere dosis nicotine proberen.”

De nicotinepleisters zijn onderdeel van de behandeling die WeQuit aanbiedt. Maar die bestaat vooral uit sessies met een behandelaar. “Samen wordt een stopplan gemaakt, proberen ze inzicht te krijgen in wat lastige situaties zijn en wat je daarvoor in de plaats gaat doen”, vertelt behandelmanager Lillian Goossen.

Jongeren anders dan volwassenen

“Alle verslavingen aan nicotinehoudende producten – sigaretten, vapes, nicotinezakjes – behandel je in principe hetzelfde”, vertelt Goossen. Alleen zien ze dat snus vooral door jongeren wordt gebruikt, daarom wordt er ook stopzorg aangeboden speciaal voor jongeren vanaf 12 jaar.

“Jongeren denken over het algemeen nog niet zo na over de lange termijn, dus is het met hen heel erg zoeken naar waarom je nú niet meer wil gebruiken. Vaak gaat er een knopje om als we het hebben over de verleiding van de tabakslobby, dan denken jongeren: ho eens even, ik bepaal toch zelf wel wat ik doe. Maar ook merken jongeren soms een slechtere conditie en concentratie waar ze direct last van hebben.”

Meer ‘snussers’ dan rokers

Het beeld over snus is vaak nog dat het niet zo slecht is als roken, merkt Kerem. “Maar zet een dagelijkse roker tegenover een dagelijkse snusgebruiker op een sprintje van 100 meter: dan verliest de snusgebruiker, hoor. Die haalt de 100 meter niet eens.”

“Mensen weten wel dat snus slecht is voor je tandvlees, maar er zijn veel meer nadelen voor je gezondheid”, zegt Kerem. “En toch zijn er in mijn kring meer snusgebruikers dan rokers. Eerst zag je overal peuken op de grond liggen, nu snuszakjes.”

Gebrek aan bewustwording

Goossen van WeQuit herkent het gebrek aan bewustwording. “De gedachte is: het is geen roken, het gaat niet over je longen, dus zo slecht zal het niet zijn.”

Volgens haar is het belangrijk om goeie voorlichting te geven én om duidelijk te maken dat professionele hulp bestaat. “Voor vapen weten mensen dit langzamerhand wel, maar voor snus nog niet. Die slag moet geslagen worden.”

Gratis behandeling

Bij snus komen de kankerverwekkende stoffen niet in je longen, zoals bij roken, maar het is nog steeds erg ongezond. Het zorgt onder andere voor een verhoogde hartslag en bloeddruk. Ook zitten er verschillende verschillende kankerverwekkende stoffen in, waardoor met name het risico op neuskanker en mondkanker groter worden. Daarnaast is het erg verslavend.

Wat Kerem ook over de streep hielp om hulp te zoeken, was dat de behandeling gratis is. “Om eerlijk te zijn: als ze 10 euro hadden gevraagd, had ik het misschien gelaten. Maar omdat er stond ‘gratis’ en via je basisverzekering, dacht ik: niet geschoten is altijd mis. Ik heb niks te verliezen.”

*Kerem is een verzonnen naam, zijn echte naam is bekend bij de redactie.