Het door het kabinet ingestelde verbod gaat in op 22 september en geldt voor „de onrechtmatige nederzettingen” op de Westelijke Jordaanoever, in Oost-Jeruzalem en op de Golanhoogvlakte. Nederland ziet dit als door Israël bezet gebied.
De ChristenUnie toonde zich donderdag fel tegenstander van de maatregel – in elk geval van de versie die nu op tafel ligt. „We staan op het punt historisch broddelwerk door te voeren”, stelde Kamerlid Don Ceder.
Volgens CDA-Kamerlid Maes van Lanschot zorgde Ceder voor een juridisch „mistgordijn”. De CU beschuldigt een aantal partijen van selectieve toepassing van het internationale recht, maar luistert zelf selectief, meende Van Lanschot. „De minister heeft een aantal keren heel duidelijk gemaakt dat er beleidsvrijheid is voor de Nederlandse regering bij de invulling van onze internationaalrechtelijke verplichtingen. Heeft u dat niet gehoord of niet willen horen?”
„Als er één partij is die rookgordijnen heeft opgetrokken, dan is dat het CDA”, aldus Ceder. Hij stelde dat het CDA eerder verzekerde dat bepaalde groepen niet door een verbod zouden worden geraakt en de partij nu akkoord gaat met „een gigantische verruiming van de reikwijdte”.
De VVD wil dat de maatregel van tafel gaat zodra er een andere politieke wind gaat waaien in Israël
De CU stemde vorig jaar voor een motie over een importverbod dat zich moest richten op producten van specifieke personen, namelijk kolonisten die „ernstige misdrijven” plegen. Het partijbestuur maakte eerder dit jaar duidelijk dat de genoemde afbakening een voorwaarde is voor de CU-fractie. Wel steunde de partij ook moties die zich niet tot individuen beperkten, maar in algemene zin over een handelsverbod met „illegale nederzettingen” spraken.
Lees ook
Kamer wil importverbod op producten van bepaalde kolonisten op WestoeverIntrekken
SGP-leider Chris Stoffer diende mede namens JA21, CU, Groep Markuszower, PVV, Mona Keijzer en BBB een motie in om het sanctiebesluit per direct in te trekken. Opgeteld hebben deze fracties 45 van de 150 zetels. Onder meer PRO en de SP willen juist dat het kabinet verdergaat door, als het kan, ook handel in diensten met de nederzettingen te verbieden.
Coalitiepartij VVD wil dat het kabinet onderzoekt of Oost-Jeruzalem en de Golanhoogvlakte kunnen worden uitgezonderd van de maatregel. Daarnaast vinden de liberalen dat de maatregel helemaal van tafel moet zodra er een Israëlische regering aantreedt „die aantoonbaar ander beleid voert en geloofwaardig optreedt tegen gewelddadige kolonisten”. Op 27 oktober zijn er parlementsverkiezingen in Israël.
