Carlos Aalbers heeft tegenover De Gelderlander een boekje opengedaan over de transferperikelen bij NEC. Voor de technisch directeur van de Nijmegenaren voelde de afgelopen transferperiode als een rollercoaster, waarin hij in de slotdagen nog twee morrende spelers over de vloer kreeg vanwege het uitblijven van een transfer.
NEC kon na een geweldig seizoen, waarin het de derde plaats behaalde, rekenen op veel interesse in de spelers. Onder meer Kodai Sano, Sami Ouaissa (beiden PSV) en Basar Önal vertrokken uit De Goffert. Maar er was meer belangstelling voor spelers, zoals Noé Lebreton en Deveron Fonville.
Artikel gaat verder onder video
Het tweetal kon in de slotdagen van de transfermarkt nog een overstap maken naar het buitenland. Volgens Voetbal International was er sprake van interesse vanuit Engeland en Frankrijk. Maar zij ‘mochten simpelweg niet weg’, zegt Aalbers.
“Alleen tegen Sano hebben we gezegd dat we mee wilden werken aan een transfer en bij Önal en Ouaissa stonden we ook open voor een vertrek als er een goed bod binnen zou komen. Omdat zij al minimaal twee jaar hier speelden. Fonville en Lebreton zijn nog maar één jaar hier en dat vinden we te kort om ze al te laten gaan”, vervolgt de td tegenover De Gelderlander.
Fonville en Lebreton behoorlijk teleurgesteld
Dat besluit zorgde voor ‘behoorlijke teleurstelling’ bij Fonville en Lebreton. Aalbers snapt dat: “Als je elders veel meer kan verdienen, dan is het logisch dat je ongeduldig bent. Maar zij moeten ook begrijpen dat wij vorig jaar eveneens het risico hebben genomen door ze voor relatief veel geld te kopen.”
Hij sluit af: “Wij vinden dat we als club netjes moeten zijn. Bij die andere clubs konden Fonville en Lebreton misschien wel zes keer zoveel verdienen als bij ons. Dat kunnen wij nooit betalen. Maar we willen wel een gebaar naar ze maken”, aldus Aalbers.