Rabobank verwacht dat de aardappelsector steeds vaker te maken krijgt met schokeffecten door extreem weer. Volgens sectormanager akkerbouw Gea Bakker is het een gegeven dat droogte, hevige neerslag en een hogere ziektedruk vaker voorkomen. Ze ziet vooral vanuit het perspectief van de verwerkende industrie mogelijkheden om risico’s in de grondstoffenvoorziening te beperken.
Vooral door een krimp van het areaal en flink lagere opbrengstverwachtingen voor fritesaardappelen in Noordwest-Europa is de aardappelmarkt gekanteld. Kijkt Rabobank nu anders naar klanten die aardappelen telen dan een paar maanden geleden? ‘Wij werken altijd met vijfjarige bedrijfseigen gemiddelden. Juist omdat je goede en slechte jaren hebt, wil je niet sturen op de uitschieters. Met die langjarige gemiddelden houd je automatisch rekening met extremen naar boven en naar beneden’, verklaart Bakker.
Volgens de sectormanager akkerbouw vormt die langjarige benadering de eerste verdedigingslinie tegen de toenemende volatiliteit in de sector. Daarnaast kijkt Rabobank nadrukkelijk naar de omstandigheden op het bedrijf zelf. ‘We beoordelen niet alleen de financiële prestaties, maar kijken ook naar de locatie en de manier waarop een ondernemer zijn bedrijf heeft ingericht. Zit een bedrijf bijvoorbeeld op zandgrond, dan spelen andere uitdagingen dan op kleigrond’, licht Bakker toe. ‘Ook nieuwe wet- en regelgeving kan daarbij een rol spelen.’
Opkomst China en India
De sectormanager akkerbouw herkent de opkomst van landen als China en India op de wereldmarkt, maar plaatst die ontwikkeling wel in perspectief. ‘In onze World Potato Map van vorig jaar zagen we inderdaad dat landen als India en China zich ontwikkelen van importeur naar exporteur. Maar op de lange termijn zal veel afhangen van de consumptieontwikkeling in die landen. Als daar meer frites en aardappelproducten worden gegeten, kunnen ze net zo goed weer importeurs worden.’
Lees ook: Rabobank waarschuwt voor kwetsbare aardappelketen
Europa moet vooral scherp blijven op de eigen concurrentiekracht, vindt Bakker. ‘We moeten onze kostprijs goed in de gaten houden en inzetten op kwaliteit.’ Maar tegelijkertijd hebben ook landen als China te maken met klimaatverandering en weersuitdagingen. ‘Een goede oogst is daar net zomin vanzelfsprekend als hier. Daarnaast spelen geopolitieke ontwikkelingen een steeds grotere rol. Handelsstromen kunnen snel veranderen door importheffingen, handelsconflicten of andere geopolitieke gebeurtenissen. Het hangt dus van veel meer factoren af dan alleen productievolume’, legt de sectormanager akkerbouw uit.
Herkomst beter spreiden
Vanuit het perspectief van verwerkers ziet Bakker mogelijkheden om risico’s te beperken als het gaat om de grondstoffenvoorziening. Dit kan door de herkomst van hun aardappelen beter te spreiden, zegt ze. ‘Wie producten uit meerdere regio’s betrekt, is minder afhankelijk van de omstandigheden in één gebied. Voor telers ligt dat anders, omdat zij gebonden zijn aan hun locatie.’
Volgens de sectormanager akkerbouw zijn de regionale verschillen dit jaar duidelijk zichtbaar. ‘Zo viel er van Flevoland noordwaarts aanzienlijk meer neerslag dan in delen van Zuid-Holland en Zeeland. Dat resulteert in lagere opbrengsten in het zuiden dan in het noorden van het land.’
Toch ziet Bakker ook kansen voor telers als het gaat om risicospreiding. ‘Zorg dat je voldoende spreiding hebt in je bouwplan en dat je naast aardappelen ook andere zogenoemde cash crops hebt, zodat je inkomstenbron niet te afhankelijk wordt van één primair gewas.’
Vrije telers profiteren
Hoewel telers van vrije aardappelen nu profiteren van de prijsstijgingen op de aardappelmarkt, waarschuwt de sectormanager akkerbouw voor te veel areaalschommelingen tussen de seizoenen. ‘Bij een goed seizoen komen er nieuwe telers bij en durven ze meer vrij te telen. Dat kan er in het volgende seizoen voor zorgen dat de prijzen ondermaats zijn en de roep om contractteelt weer toeneemt.’
Het is de vraag of zulke uitschieters wenselijk zijn voor de continuïteit van bedrijven en de stabiliteit van de keten, stelt Bakker. Die discussie zou niet alleen bij telers moeten worden gevoerd, maar ook door de verwerkende industrie. Vraag en aanbod zouden volgens de sectormanager akkerbouw veel beter op elkaar afgestemd moeten worden, zodat de keten minder gevoelig wordt voor grote prijsschommelingen.
Helemaal voorkomen lukt waarschijnlijk niet, erkent Bakker. Wel wijst ze erop dat de aardappelteelt steeds kapitaalintensiever wordt door hoge kosten voor onder meer kunstmest, gewasbescherming en andere productiemiddelen. ‘Juist daarom is het voor telers belangrijk om afzetzekerheid te hebben tegen een prijs die minimaal de kostprijs dekt. Contracten vervullen die functie traditioneel goed. De vrije markt is wel cruciaal als een flexibele schil om de contractteelt om schokken in aanbod en beschikbaarheid op te kunnen vangen.’