De positie van Schiphol als internationaal luchtvaartknooppunt is volgens KLM niet langer vanzelfsprekend. Terwijl landen als Turkije, Spanje, Polen en Denemarken fors investeren in hun luchtvaart en internationale bereikbaarheid, dreigt Nederland terrein te verliezen. KLM-topvrouw Marjan Rintel waarschuwt dat Nederland daarmee niet alleen internationale verbindingen, maar ook markten, talent en investeringen kan kwijtraken.
Schiphol niet langer vanzelfsprekend
‘Tien jaar geleden gold Schiphol nog als een van de vanzelfsprekende luchtvaartknooppunten van Europa’, schrijft Rintel op LinkedIn. Die positie staat volgens KLM echter steeds meer onder druk. Buitenlandse luchthavens groeien en overheden investeren bewust in hun internationale bereikbaarheid. Istanbul Airport is daar een duidelijk voorbeeld van: de luchthaven is in korte tijd uitgegroeid tot een belangrijke mondiale hub. Ook andere Europese landen zetten nadrukkelijk in op luchtvaart om hun economie en internationale positie te versterken. Volgens Rintel is dat precies de ontwikkeling waar Nederland rekening mee moet houden.
‘Andere landen zullen dat wel doen’
KLM ziet internationale bereikbaarheid als een belangrijke voorwaarde voor de Nederlandse economie. Schiphol en KLM verbinden Nederland met internationale markten en maken het volgens de maatschappij mogelijk om talent en investeringen aan te trekken. Wanneer Nederland die positie niet actief blijft ondersteunen, bestaat het risico dat andere landen die ruimte overnemen. ‘Wanneer wij niet investeren in die positie, zullen andere landen dat wel doen’, stelt de CEO. ‘Dan zullen ook markten, talent en investeringen ook de grens over verschuiven.’ Daarmee wordt de discussie over Schiphol volgens de airline groter dan alleen de vraag hoeveel vliegtuigen er op de luchthaven mogen landen en opstijgen. Het gaat volgens de maatschappij uiteindelijk om de economische positie die Nederland de komende tien tot twintig jaar wil innemen.
Kritiek op Nederlandse lasten
Daarbij richt de luchtvaartmaatschappij haar pijlen ook op de nationale lasten voor de luchtvaart. De maatschappij waarschuwt dat Nederland zichzelf niet uit de markt moet prijzen met hogere belastingen dan landen om ons heen. KLM heeft eerder al gepleit voor het gelijk trekken van de Nederlandse vliegbelasting met die van Duitsland, omdat de maatschappij anders vreest voor een verslechtering van de concurrentiepositie. In de huidige discussie pleit de airline er bovendien voor om opbrengsten uit de vliegbelasting te gebruiken voor verduurzaming van de sector, bijvoorbeeld via een nationaal fonds voor duurzame vliegtuigbrandstof. ‘Daarbij hoort ook dat we onszelf niet uit de markt prijzen door een hogere vliegbelasting dan die in omringende landen’, aldus de aangeleverde boodschap.