Op het plein voor het Fries Museum in Leeuwarden wapperen fier omgekeerde Friese vlaggen, als boerenprotest. In het restaurant van het museum wijst historicus en Oudfrisist Han Nijdam van de Fryske Akademy op de karakteristieke pompeblêdden in die vlaggen. Zijn dat wel echt waterleliebladeren, zoals altijd gezegd wordt? „Die typische vorm kan ook teruggaan op oude Friese weergaven van de twee vogels van de heidense god Wodan.” Snel bladert Nijdam door het gloednieuwe boek bij de grote tentoonstelling Redbad, de legendarische koning. Vanaf zaterdag is die te zien in het museum.
Nijdam wijst op twee mantelspelden uit de oertijd van de Friese geschiedenis, bijna 1.500 jaar oud. De zogeheten fibula is versierd met twee dierkoppen, mogelijk raven: Wodansvogels. „Is dat dezelfde vorm of niet?” Ja, de hartvorm als Fries heraldisch symbool duikt pas op in twaalfde-eeuwse geschriften, maar waarom zouden deze oudere symbolen dan al vergeten zijn? „De zesde- en zevende-eeuwse fibula’s staan aan het begin van de eigen groepsidentiteit van Frisia, met een eigen beeldtaal”, legt Diana Spiekhout uit. Ze is conservator van het Fries Museum en maker van de nieuwe Redbad-tentoonstelling. „Die fibula’s vind je van Groningen tot in West-Friesland, nu Holland, Zeeland en Utrecht. Die vogels in die typische pompebladvorm, met de koppen bij elkaar, horen bij de beeldtaal van voorchristelijke wereld rondom de Noordzee.”

Vergulde fibula met dierkop- en vlechtbandversiering, zevende eeuws. Mogelijk gaan de ‘pompeblêdden‘ in de huidige Friese vlag op de vorm van de vogelkoppen terug.
Foto Fries Museum
Zoom in
Het lange voortbestaan van oude Friese symbolen past in de grote theorie van Nijdam en Spiekhout, die ten grondslag ligt aan de Redbad-tentoonstelling. De tentoonstelling is een rehabilitatie van Redbad (als échte koning van Friesland, die regeerde van ca. 688 na Christus tot zijn dood in 719). Het gaat in tegen het heersende beeld van Redbad die slechts een lokale machthebber zou zijn in het Nederlandse kustgebied rond 700. Deze lokale hertog, dux in de bronnen, zou vooral een rol hebben gehad in het verzet tegen de Frankische machtsuitbreiding naar het noorden. Maar Spiekhout en Nijdam betogen dat Redbad een echte rex was, een typische voorchristelijke Germaanse koning. Zonder absolute macht, hij heerste als ‘overkoning’ over lokale machthebbers aan de Noordzeekust, tot ver in Duitsland.
Directe bewijzen hebben Nijdam en Spiekhout niet, ook al niet omdat er geen geschreven Friese bronnen uit die tijd zijn, maar wel héél veel indirecte. In een Frankische bron wordt bijvoorbeeld een heilig eiland van Redbad genoemd dat in de buurt van Denemarken lijkt te liggen – en dat past natuurlijk niet echt bij een lokale machthebber uit het rivierengebied. En in laatmiddeleeuwse bronnen uit het Duitse Oost-Friesland wordt gesproken over een residentie van Redbad, op het inmiddels verdwenen Oost-Friese eiland Bant. Ook zijn daar Redbadwegen, die ook koningswegen worden genoemd. Spiekhout: „Héél interessant dat sommige van die wegen door allang overstroomd gebied lopen, dat zijn echt oude tradities. En in ieder geval één zo’n weg loopt dwars door de Eems.
In de aanloop naar de tentoonstelling heeft Spiekhout een groot internationaal onderzoeksproject opgezet, met begin volgend jaar een omvangrijk wetenschappelijk boek, onder redactie van Nijdam en Spiekhout. De vroegmiddeleeuwse geschiedenis van de Friezen lijkt perfect te passen in de nieuwste theorieën dat „groepsidentiteit in de vroege Middeleeuwen nauw samenhing met koningsfiguren”, zoals Spiekhout het uitdrukt. Nijdam: „In het hele gebied van de Noordzeecultuur uit die vroege tijd zie je dan een nieuw koningschap ontstaan, met Germaanse wortels, maar ook met Romeinse invloeden. Meegenomen door Germanen die in de Romeinse legers dienden.”
Al die oude en nieuwe aspecten van Redbad komen in de tentoonstelling aan bod. De eerste zaal heet ‘de mysterieuze koning’, en toont zeventiende- tot negentiende-eeuwse schilderijen van een gekroonde Redbad, soms als een afgeleefde oude man, met daartegenover een soort explosie van moderne tekeningen, óók als knappe jongeling. Andere zalen heten ‘de Noordzeekoning’, met krijgsmuziek, gebruiksvoorwerpen en grote kaart die de eenheid goed zichtbaar maakt van het gebied tussen tussen Zeeland en Jutland. De volgende is ‘de Bedwongen Koning’, vol vroegmiddeleeuwse munten en barnsteen, over de slag bij handelsstad Dorestad, rond 695, waarin de Franken een Fries leger onder leiding van Redbad versloegen. Later, in 716, versloeg Redbad overigens op zijn beurt weer een Frankisch leger in de buurt van Keulen.
Verder is er ‘de Heidense Koning’ (met onder meer een indrukwekkend zevende-eeuws boomkistgraf uit het Friese Hegebeintum, een vrouwelijk skelet begraven met een ketting van kralen, schelpen en barnsteen in een holle eikenboom) en natuurlijk ‘de Grote Koning’-zaal, met oude zwaarden, drinkglazen, muziekinstrumenten, helmen en ook een nagebouwde Wodanstroon naar Deens voorbeeld waarop de bezoekers kunnen plaatsnemen voor een foto. Goed gevonden is dat die troonzittende bezoekers dan wel moeten beslissen of ze zich met een zwaard of met een drinkhoorn willen laten fotograferen. Het zwaard staat voor de militaire koningsmacht, de hoorn voor zijn onderhandelings- en sociale macht – beide even belangrijk voor een vroegmiddeleeuwse koning.

Replica van een zogeheten vendelhelm, op basis van fragmenten die in het Centraal-Friese Hallum zijn gevonden,
Foto ARRE Remaining History
Zoom in

Goudschat van Dronrijp, midden 7de eeuw.
Foto Erik en Petra Hesmerg
Zoom in
Een hoogtepunt van de tentoonstelling is de zaal van ‘de Friese Koning’, waar de verbluffend goed bewaard gebleven kleding van de Bernuthsfeldman is te zien, een veenlijk uit Oost-Friesland uit Redbads tijd. In deze stoffen kleedden de Friezen zich toen, vertelt Spiekhout en ze wijst op de keur van weeftechnieken die in de verschillende aan elkaar genaaide lappen zijn gebruikt. „Niet uit armoe aan elkaar genaaid”, denkt Spiekhout, „waarschijnlijk is dit een ritueel gewaad.” De kleuren zijn door het lange verblijf in het veen geligbruin geworden. „We weten uit onderzoek van andere textielresten uit vooral Oost-Frisia dat de kleuren rood en blauw populair waren”, zegt Spiekhout, „precies de kleuren van de huidige Friese vlag, zou dat nou toeval zijn?”
In het restaurant van het museum spreken Spiekhout en Nijdam later enthousiast door over hun herontdekking van Redbad als belangrijke ‘Freswalda’ (opperkoning over Friesland). Maar Nijdam benadrukt ook: „Het zijn hypotheses, we willen vooral het wetenschappelijk debat stimuleren.” En Spiekhout beklemtoont: „We weten zo weinig! Er zijn alleen Frankische en Angelsaksische geschreven bronnen. En in het westelijk gebied, Holland en Zeeland, is bijna alles onder het duinzand verdwenen, in Friesland zijn de meeste terpen afgegraven zonder enig onderzoek, en in Oost-Friesland zijn de terpen er nog wel, maar weer nauwelijks onderzocht.”
Maar goed, er zijn nu eenmaal aanwijzingen dat Redbad kon voortbouwen op een al veel langer bestaand Fries koningschap. In Frankische bronnen wordt bijvoorbeeld ook de naam van Redbads voorganger Aldgisl genoemd en ook uit de zesde eeuw is al een Friese koningsnaam bekend, Finn – uit het Angelsaksische heldenlied Beowulf. Uit die vroege tijd zijn ook bijzondere sieraden gevonden, zoals de Friese fibula van Wijnaldum, die kunnen wijzen op een soort koninklijke hofcultuur. In het Friese Hallum zijn onder meer resten van een muziekinstrument gevonden. Stond op die terp ooit een rijke feesthal, zoals de plaatsnaam lijkt te suggereren? Nijdam: „Precies uit de tijd van Redbad zijn heel veel zilveren ‘sceatta’-muntjes van een bepaald type gevonden, zou Redbad toen zo de handel hebben willen stimuleren?”

Grote Fibula van Wijnaldum, 575-600, gemaakt van zilver, goud en het mineraal almandijn,
Foto Provincie Fryslân
Zoom in
In Redbads tijd ligt ook het begin van de belangrijke Zuid-Deense handelsstad Ribe. Nijdam: „Dat kan net binnen zijn machtsbereik hebben gelegen, misschien heeft hij het gesticht nadat Dorestad Frankisch werd.” Spiekhout: „En in de Ostfriese heuvel de Upstalsboom bij Aurich is een vroegmiddeleeuws grafveld gevonden, waarop in ieder geval later in de Middeleeuwen vergaderd werd door een ‘Ding’, een Friese volksvergadering. Ook zo’n intrigerende traditie. Mij zou het niet verbazen als Redbad juist daar begraven zou zijn, maar dat grafveld is helaas nooit goed onderzocht.”
De laatste zaal van de tentoonstelling is gewijd aan ‘Redbads walhalla’, vol doeken waarop takken en vallende sneeuw zijn geprojecteerd. Een centraal scherm toont een verhaal dat na Redbads dood breed verspreid moet zijn geweest in Friesland. Het is gereconstrueerd op basis van een Frankisch heiligenleven (de Vita Wulframni) uit het einde van de achtste eeuw, waarin beschreven wordt hoe Redbad zich aan het eind van zijn leven weigert te bekeren tot het christendom. Na die weigering wordt een soort droom beschreven, over een heidens hiernamaals vol gouden huizen en met een machtige troon voor Redbad. Allemaal misleiding door de duivel. Nijdam: „Wij denken dat die versie een reactie is op een kennelijk heel populair Fries verhaal, waarin die weigering en het visioen juist positief worden beschreven, een Fries lied over Redbad en Wodan!” In de moderne versie uit het tentoonstellingsboek zingt Redbad het zo: „Ik kies voor mijn troon in Walhalla, daar gaat de drinkhoorn rond met de mede, klinken de liederen, daar is het feest.”
Redbad Friese geschiedenis
De tentoonstelling Redbad de legendarische koning in het Fries Museum in Leeuwarden (t/m 7 februari 2027) is de derde tentoonstelling die conservator Diana Spiekhout heeft gewijd aan de middeleeuwse geschiedenis van Friesland. Eerder maakte ze Wij Vikingen (2019) over de periode die volgt op Redbads tijd en Vrijheid, vetes en vagevuur (2022) over Friesland in de late Middeleeuwen.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
Inschrijven
Ingeschreven
Afmelden
Geef cadeau
Deel
Mail de redactie