Tegenwoordig verdienen popzangeressen de cover, maar toen ik in 2009 bij OOR begon, werden jonge popvrouwen nog niet zo heel erg serieus genomen door de collectieve muziekjournalistiek. Het merendeel van de popprinsessen uit die tijd waar wat buzz omheen hing, verdween na luttele maanden alweer in de vergetelheid.

Dit lot leek ook bestemd voor Ellie Goulding, maar de Britse zangeres liet dit niet toe. Ze zag dat jonge vrouwenstemmen in de dancescene meer werden gewaardeerd en was door de jaren heen enigszins uit beeld, maar bleef altijd relevant door haar vocale bijdrage aan grote dancehits. Ook op de paar soloplaten die ze uitbracht, was een dancegeluid te horen. Anno 2026 worden de Robyns en Lykke Li’s van deze wereld niet langer gezien als louter een guilty pleasure en moet ook Goulding hebben gedacht: misschien is het nu ook mijn tijd.

Op I Know Too Much durft ze het weer aan om popmuziek te maken waarin het niet continu stuitert en bonkt. Zo is Loser een lichtvoetig, plagerige brief aan een ex (‘You can change all you want, you’ll still feel like a loser’), waarin Goulding haar stem op Michael Jackson-achtige wijze over de beat laat glijden. Een ander hoogtepunt is Nobody Dances, vol vocale suikerlaagjes. Op de beste momenten doet I Know Too Much denken aan Carly Rae Jepsens Emotion, een mierzoete popplaat vol eighties-vibes. Maar eigenlijk is dit album vooral een revelatie. We wisten namelijk niet eens dat Goulding zo mooi kan zingen!