Jarenlang fanatiek hardlopen verandert je conditie en spieren. En ook je hart, dat grotendeels uit spierweefsel bestaat, past zich aan al die trainingsuren aan. Bij fanatieke duursporters kan het daardoor groter worden. Maar juist daar schuilt volgens nieuw Nederlands onderzoek een probleem.
Want sommige veranderingen die bij een gezond sporthart voorkomen, zijn óók te zien bij bepaalde hartziekten. En de bekende vuistregels waarmee artsen die twee van elkaar proberen te onderscheiden, blijken minder betrouwbaar dan gedacht.
Wat is een sporthart?
Wie veel en intensief traint, vraagt voortdurend meer van zijn hart. Om tijdens het sporten voldoende zuurstofrijk bloed naar de spieren te krijgen, moet het hart flink aan het werk. Bij topsporters kan het zich na verloop van tijd aan die belasting aanpassen. Zo kunnen de hartkamers groter worden en kan de hartspier toenemen in massa.
Al sinds de jaren zeventig wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten sportharten.
- Duursporthart – Duursporters, zoals hardlopers en wielrenners, krijgen vooral grotere hartkamers.
- Krachtsporthart – Krachtsporters krijgen juist eerder een dikkere hartwand.
Die indeling staat zelfs in internationale richtlijnen die artsen gebruiken bij het beoordelen van het hart van sporters.
Wat blijkt uit nieuw onderzoek?
Onderzoekers van Amsterdam UMC bekeken MRI-scans van 775 Nederlandse topsporters uit 48 verschillende sporten, onder wie 310 vrouwen. Hun hart werd vergeleken met dat van 249 niet-topsporters. Vervolgens keken de onderzoekers hoe goed bestaande indelingen op basis van het soort sport konden voorspellen hoe het hart van een individuele sporter eruitzag.
Nou, niet best blijkt. De gebruikte Europese en Amerikaanse sportclassificaties voorspelden de hartvorm bij een individuele topsporter maar in ongeveer 34 tot 38 procent van de gevallen correct. Iets beter dan toeval, maar veel te weinig om bij één sporter simpelweg te kunnen zeggen: jij doet een duursport, dus deze hartvorm hoort daarbij.
Ook het bekende verschil tussen kracht en duur bleek veel minder scherp. Bijna driekwart van de onderzochte krachtsporters had bijvoorbeeld helemaal geen verdikte hartspier, terwijl dat volgens de klassieke theorie juist kenmerkend zou zijn. En als een hartspier wél verdikt was, ging dat vaak samen met grotere hartkamers. Dat patroon kwam bovendien niet alleen bij één type sport voor.
Waarom is dit voor hardlopers belangrijk?
Een groter hart bij iemand die twintig uur per week traint, hoeft op zichzelf helemaal niet zorgwekkend te zijn. Door jarenlang intensief sporten kan het hart zich aanpassen aan de extra belasting: de hartkamers worden bijvoorbeeld ruimer en de hartspier kan wat dikker worden. Dat kan prima passen bij een gezond sporthart.
Het lastige is dat vergelijkbare veranderingen óók bij bepaalde hartziekten kunnen voorkomen. Een vergrote hartkamer of verdikte hartspier zegt dus niet meteen waardoor die verandering is ontstaan.
Stel dat een fanatieke hardloper opvallend grote hartkamers heeft. Dan is het volgens de onderzoekers te kort door de bocht om te zeggen dat dit wel door het hardlopen zal komen. Het soort sport mag meewegen, maar zou niet de doorslag moeten geven.
Artsen moeten verder kijken dan je trainingsuren
Bij de beoordeling van een sporthart moet daarom naar het hele plaatje worden gekeken. Niet alleen naar de grootte van de hartkamers en de dikte van de hartspier, maar ook naar de verhoudingen daartussen. Daarnaast spelen onder meer klachten, bloeddruk, familiegeschiedenis en trainingsbelasting een rol. Zo wordt de kans kleiner dat een beginnende hartziekte wordt aangezien voor een normaal sporthart, of dat een gezond sporthart juist onterecht als afwijkend wordt beoordeeld.
Ook geslacht lijkt mee te spelen. Eerder onderzoek liet zien dat vrouwelijke topsporters vooral grotere hartkamers hadden, terwijl een duidelijke verdikking van de hartspier veel minder vaak voorkwam. Ook dat laat zien dat er niet één standaardbeeld van ‘het sporthart’ bestaat.
Good to know: het nieuwe onderzoek werd uitgevoerd onder topsporters en draaide om de beoordeling van MRI-scans van hun hart. Je hoeft als recreatieve hardloper dus niet ineens je hart te laten onderzoeken. De belangrijkste boodschap is vooral voor artsen. Ziet het hart van een sporter er anders uit, dan kun je dat niet zomaar afschrijven als een gevolg van veel trainen.
Volg je Runner’s World al op Instagram, TikTok, Strava en Facebook?