
Een medewerker lost in Wenen drankvoorraden uit een vrachtwagen van biermerk Gösser, een onderdeel van Brau Union.
Foto: Andrey Rudakov/Bloomberg
Inkoopprijzen verhogen, klanten afpakken en leveringscontracten verbreken. Drankhandelaren in Oostenrijk zijn jarenlang onder druk gezet door Heineken-dochter Brau Union, stelt de nationale markttoezichthouder Afca. Wie andere merken dan die van Brau wilde verkopen, kon repercussies verwachten.
Na een zomerpauze gaan deze maand de hoorzittingen verder in wat in Oostenrijk inmiddels bekendstaat als de kartelzaak tegen ’s lands grootste bierbrouwer. Anders dan in Nederland kan de markttoezichthouder in Oostenrijk geen geldstraffen opleggen. Het Oostenrijkse Kartellgericht, de gespecialiseerde mededingingsrechter in Wenen, oordeelt over de kwestie. Brau, sinds 2003 een volledige dochtermaatschappij van Heineken, produceert merken als Kaiser en Gösser.
‘In grote steden leveren brouwers zelf. In moeilijk te bereiken regio’s, zoals de Alpen, kopen kleine familiebedrijven van oudsher drank in van allerlei bedrijven om te verkopen aan lokale restaurants en supermarkten’, zegt bierexpert Conrad Seidl.
Loyaliteit betekende een voorkeurspositie
Brau Union zou zijn machtspositie hebben misbruikt tussen 2002 en 2025. Nationale krant Der Standard doet verslag van de hoorzittingen, waarin een ondernemer uit Neder-Oostenrijk vertelt hoe Brau zijn magazijn controleerde op de hoeveelheid bier van derden. ‘Alsof het volkomen normaal was.’ Ook vrachtwagenchauffeurs kregen vragen over hun lading.
Binnen Brau zou een ranglijst bestaan van loyale distributeurs. Hoe trouwer de leverancier des te beter de inkoopprijs. Bij distributeurs die niet wilden meewerken, dreigde Brau het contract te verbreken en klanten voortaan zelf te bevoorraden. ‘Het doel was om van ons af te komen’, aldus een leverancier uit Oost-Tirol.
Ruzie om een achternaam
Ook een voormalige manager van Brau getuigde tegen de brouwer, blijkt uit een artikel van nieuwstijdschrift Profil. De haat jegens de concurrentie zou bij Brau zo groot zijn geweest dat Michael Kolarik-Leingartner meent te zijn weggepest om zijn achternaam, getuigde hij. Na zijn huwelijk nam Leingartner de familienaam van zijn vrouw aan: Kolarik. Die naam is verbonden aan een bekende Oostenrijkse horecafamilie die zakelijke banden heeft met de concurrerende brouwerij Ottakringer.
Concurrenten werden uit de markt gespeeld. ‘Kleine brouwerijen zonder logistiek netwerk zijn afhankelijk van distributeurs om hun bier aan klanten te kunnen verkopen’, zegt Hubert Stöhr, directeur van de kleine brouwerij Schloss Eggenberg tegen het FD.
Geldstraf kan hoog oplopen
Het komende halfjaar volgen vier hoorzittingen. Brau heeft de markttoezichthouder beloofd zijn werkwijze aan te passen, al acht het bedrijf zich niet schuldig aan machtsmisbruik. In Nederland was tot nu geen aandacht voor de zaak, maar naast hooggeplaatste leidinggevenden van Brau werd ook Bart van den Huijsen gehoord, de directeur Europa van Heineken.
Hoewel Heineken niet wordt beschuldigd, kan de multinational wel aansprakelijk worden gesteld. De geldstraf kan daardoor oplopen tot €3,4 mrd. Volgens de Oostenrijkse wet mag de kartelrechter een boete opleggen tot 10% van de groepsomzet van Heineken, die in 2025 ruim €34 mrd bedroeg.
Een miljardenboete lijkt echter een extreem scenario. In recente mededingingszaken legde de Weense rechter eerder miljoenenboetes op. Zo moest de Duitse supermarktketen Rewe €70 mln betalen voor het te laat melden van een fusie. Afgelopen maart kreeg het Oostenrijkse bouwbedrijf Strabag een boete van €146 mln voor het maken van prijsafspraken.
Wel wordt de kartelrechtspraak in Oostenrijk steeds strenger, zegt Viktoria Robertson, hoogleraar mededingingsrecht aan de universiteit van Wenen. ‘In hoger beroep werden de afgelopen maanden hogere boetes opgelegd dan tot nu toe gebruikelijk was. Mijn verklaring is dat de rechter ziet dat bedrijven het mededingingsrecht blijven overtreden. Ik verwacht dat boetes voorlopig hoog blijven.’
Heineken meldt zaak niet in jaarverslag
In zijn recentste jaarverslag maakt Heineken geen melding van de zaak en de mogelijke boete. ‘Merkwaardig’, noemt Martin Hoogendoorn, emeritus hoogleraar externe verslaggeving aan de Erasmus Universiteit Rotterdam dat. ‘Alleen in het uitzonderlijke geval dat zo’n zaak wordt gevoerd door een niet serieus te nemen partij of als een heel laag boetebedrag wordt verwacht, is het gerechtvaardigd dit niet te noemen. Maar dat lijkt mij hier niet aan de orde.’
De multinational heeft op dit moment €169 mln gereserveerd voor juridische geschillen, met name voor claims in Brazilië, staat in het recentste rapport. ‘Het lijkt mij gezien de toelichting over Brazilië onwaarschijnlijk dat hier ook nog een bedrag voor de Oostenrijkse zaak onder valt’, zegt Hoogendoorn.
Dick Korf, lid van de controlecommissie van de Europese Investeringsbank, zegt dat Heineken mogelijk een voorziening heeft getroffen zonder die toe te lichten. ‘Dat is volgens de regels, want het zou voor een tegenpartij in een lopende rechtszaak inzichtelijk maken welke boete Heineken verwacht. Een andere verklaring kan zijn dat Heineken een boete onwaarschijnlijk acht of het bedrag dusdanig laag inschat, dat het niet materieel is en dus niet noodzakelijk om te noemen. Je kunt er in ieder geval wel discussie over voeren of het in de jaarrekening had moeten staan’, zegt hij.
Heineken zegt in een reactie dat het openbaarmakingen in het jaarverslag toetst aan accountingstandaarden, maar wil geen uitspraak doen over specifieke beoordelingen.
Soortgelijke zaken in Griekenland en Portugal
Het is niet de eerste keer dat dochterbedrijven van de brouwer worden veroordeeld voor machtsmisbruik. In Griekenland en Portugal legden markttoezichthouders boetes op van repsectievelijk €26,7 mln en €29,5 mln. In Griekenland beloofde de Heineken-dochter kortingen aan supermarkten als zij louter merken van de brouwer zouden verkopen. Na die boetes volgden claims van concurrenten, waaronder Carlsberg. Die zaken lopen nog.