Dit stuk in 1 minuut
Wat is het nieuws?
Het kabinet-Schoof beloofde meer wetten langs de meetlat van de Grondwet te leggen (de ‘constitutionele toets’) en te luisteren naar kritiek. Maar daar is weinig van terechtgekomen. Het vorige en het huidige kabinet hebben zeven wetten ingediend die in strijd zijn met de Grondwet en/of internationale verdragen. De toetsen worden niet gedeeld met de ministerraad en de Tweede Kamer.
Waarom is dat belangrijk?
Door ondeugdelijke wetten bestaat het risico op onder meer discriminatie en schending van de privacy.
Hoe is dit onderzocht?
Follow the Money vroeg documenten op over de constitutionele toets bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken met een beroep op de Wet open overheid en analyseerde adviezen van de Raad van State en andere critici.
Dit verhaal is onderdeel van een lopend onderzoeksdossier.
Lees verder
Inklappen
Je zou verwachten dat de regering wetten maakt die bijvoorbeeld niet discrimineren, je privacy niet aantasten en de rechtsbescherming intact laten. Iedere wet moet namelijk voldoen aan de Grondwet en internationale verdragen.
En je zou verwachten dat als er stevige kritiek komt op wetsvoorstellen vanwege strijdigheid met grondrechten, de regering haar voorstellen aanpast.
In onze constitutie is sinds 1848 bepaald dat rechters wetten in formele zin niet mogen toetsen aan de Grondwet. Er rust daarom een grote verantwoordelijkheid op het landsbestuur om wetten te maken die constitutioneel door de beugel kunnen.
In het regeerprogramma stond dat de ‘constitutionele toetsing aan de voorkant’ versterkt moet worden
Het vorige kabinet heeft hier een groot punt van gemaakt. Aanleiding vormde onder meer de toeslagenaffaire. Volgens voormalig partijleider van NSC Pieter Omtzigt was er te weinig aandacht voor de kwaliteit van wetgeving, waardoor burgers in de knel komen.
In het regeerprogramma stond daarom dat de ‘constitutionele toetsing aan de voorkant’ versterkt moet worden. Dus nog voordat een wetsvoorstel in de Tweede Kamer belandt. ‘Vanuit het ministerie van BZK worden verschillende stappen gezet om die constitutionele toets stevig en als verplichting in het wetgevingsproces te verankeren.’
‘Herijkt’
BZK heeft een aparte afdeling voor het toetsen van wetgeving aan de Grondwet. Dat doen de ambtenaren op verzoek van andere departementen, en sinds het vorige regeerprogramma ook op eigen initiatief. Ze sturen de (niet-openbare) toets naar het verantwoordelijke ministerie, in de hoop dat die tot verbetering van het wetsvoorstel zal leiden, voordat dat naar de ministerraad gaat.
Begin dit jaar schreef toenmalig minister van BZK Frank Rijkaart aan de Kamer dat er mooie vooruitgang is geboekt op dit front. De constitutionele toets van wetgeving is ‘herijkt en versterkt’, schreef hij. Zo noteert BZK bij het aanbieden van wetsvoorstellen aan de ministerraad op het zogeheten aanbiedingsformulier summier welke bezwaren de grondwetexperts hebben. Let wel: dit gebeurt alleen als de knelpunten die BZK signaleerde, niet zijn opgelost.
Hoe vaak zag BZK sinds het aantreden van het vorige kabinet serieuze grondwettelijke problemen? En heeft het aankaarten ervan in de ministerraad enig nut?
Weinig betekenis
Om die vragen te beantwoorden, deed Follow the Money een informatieverzoek bij BZK op grond van de Wet open overheid. Uit vrijgegeven documenten (periode juli 2024 – april 2026) blijkt dat het departement regelmatig niet akkoord is met wetsvoorstellen, omdat er weinig of niets is gedaan met de ambtelijke bezwaren.
Die bezwaren bestaan niet uit een goed onderbouwd betoog van BZK, maar uit maximaal enkele regels tekst op genoemd aanbiedingsformulier.
Follow the Money staat voor radicaal onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Ons werk is mogelijk dankzij het vertrouwen van onze betalende leden. Nog geen lid? Meld je dan nu aan
Dat een departement een toets terzijde legt, kan gebeuren, zegt emeritus hoogleraar staatsrecht Paul Bovend’eert (Radboud), maar de toetsing moet wel worden meegenomen in de besluitvorming. ‘De toets moet ook naar de ministerraad. Want zonder motivering kun je ook makkelijk over de bezwaren heen stappen. Constitutionele toetsing heeft weinig betekenis zo.’
Ambtenaren kunnen beslissen om de toets niet voor te leggen aan de verantwoordelijke bewindspersoon
BZK zegt in reactie dat het voor de wetgeving verantwoordelijke ministerie een ‘afweging’ maakt of de constitutionele toets aan de verantwoordelijke bewindspersoon wordt voorgelegd. ‘Alleen bij hoge uitzondering, bij ernstigere bezwaren, kan BZK aangeven dat een constitutionele toets in zijn geheel aan de ministerraad moet worden meegezonden.’
Dit betekent dat ambtenaren kunnen beslissen om de toets niet voor te leggen aan de verantwoordelijke bewindspersoon, die dan kennelijk zonder kennis van de bezwaren het voorstel naar de ministerraad stuurt.
Dat neemt niet weg dat het kabinet weet wanneer een wetsvoorstel de toets niet heeft doorstaan. Desondanks hebben het vorige en huidige kabinet in ieder geval zeven wetten omarmd die op gespannen voet staan met de Grondwet en/of internationale verdragen.
Eerste en Tweede Kamer krijgen toetsen niet te zien
Bij het indienen van een wetsvoorstel met grondwettelijke bezwaren krijgen de Kamers de bijbehorende ambtelijke toets van BZK niet toegestuurd.
Dat verbaast Paul Bovend’eert. Hij wijst op de kabinetsreactie op het parlementaire onderzoeksrapport Ongekend onrecht over de toeslagenaffaire (2021). Daarin beloofde het kabinet een meer open bestuursstijl.
‘Heel kwalijk dat stukken niet naar de Kamer gaan’
Bewindspersonen zouden bij toezending van stukken aan de Kamers voortaan actief – dat wil zeggen: uit eigen beweging – ook de onderliggende departementale nota’s openbaar maken die gebruikt zijn bij de besluitvorming.
Desgevraagd laat BZK weten dat constitutionele toetsen niet gedeeld worden met de Kamer omdat het geen adviesnota’s zijn.
‘Heel kwalijk dat stukken niet naar de Kamer gaan,’ zegt Bovend’eert. Dat BZK de toetsen niet deelt, zou volgens hem te maken kunnen hebben met de positie van de minister van BZK: ‘Als de minister de toetsen openbaar maakt, moet hij verdedigen dat hij ondanks bezwaren van zijn eigen ambtenaren toch akkoord gaat met een wetsvoorstel in de ministerraad. Dat kan pijnlijke taferelen opleveren.’
De tijdelijke commissie Grondrechten en Constitutionele toetsing, die de Tweede Kamer begin 2024 instelde, moet dus zonder deze stukken onderzoeken of wetten wel deugen.
Lees verder
Inklappen
Niet alleen toetsen van BZK zijn genegeerd. Het ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) controleert of wetten wel doelmatig, rechtmatig en uitvoerbaar zijn: de zogeheten rijksbrede wetgevingstoets. Negatieve toetsen van J&V leiden ook niet altijd tot aanpassingen.
Niet verrassend ziet de Raad van State (RvS), de belangrijkste adviseur van de regering, dezelfde grondwettelijke problemen als BZK. Maar ook deze soms sterk negatieve adviezen schrikken het kabinet niet af.
Bij de volgende zeven wetten heeft het kabinet kritiek genegeerd:
1. De Asielnoodmaatregelenwet en 2. de Wet invoering tweestatusstelsel (maart 2025): ‘onzorgvuldig’ en ‘ernstige negatieve gevolgen’
De RvS vond de voorbereiding van deze wetten ‘onzorgvuldig’, de onderbouwing ‘onvoldoende’ en de effecten ‘onvoorspelbaar’. Bovendien zag de Raad het recht op gelijke behandeling in gevaar komen. Voormalig minister van Asiel & Migratie Marjolein Faber (PVV) trok zich er niets van aan.
Ook J&V oordeelde in zijn wetgevingstoets vernietigend, onthulde Follow the Money vorig jaar. De wetsvoorstellen waren innerlijk tegenstrijdig, argumenten waren ‘bij elkaar geveegd’, veronderstelde effecten ‘niet gemotiveerd’ en het geheel was niet ‘rationeel’.
Het huidige kabinet zette de behandeling van de controversiële plannen door
BZK heeft deze wetgeving niet getoetst omdat die naar eigen zeggen ‘in de ontwerpfase’ niet aan het ministerie beschikbaar zijn gesteld voor toetsing.
Het huidige kabinet zette de behandeling van de controversiële plannen door. De Asielnoodmaatregelenwet sneuvelde in de Eerste Kamer, de Wet invoering tweestatusstelsel haalde de eindstreep in april. Die heeft ‘ernstige negatieve gevolgen’ voor de hele asiel- en migratieketen, en de capaciteit van de rechtspraak schiet hiervoor tekort, zei de Raad voor de rechtspraak.
3. Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 (juni 2025): sterk afgekeurd
Niet lang daarna moest Nederland het Europese Asiel- en migratiepact omzetten in nationale wetgeving. Zowel de Raad van State als de Raad voor de rechtspraak waarschuwden voor het gebrek aan samenhang tussen het pact en de twee asielwetten, wat tot veel onzekerheid en procedures gaat leiden.
BZK keurde de wet sterk af en meldde op het aanbiedingsformulier: ‘Geen akkoord BZK constitutionele toets vanwege risico’s voorstel voor het recht op familie- en gezinsleven, kinderrechten, recht op gelijke behandeling, het recht op vrijheid en recht op eerlijk proces/effectieve rechtsbescherming.’
Zelfs het zwaarste advies – “niet indienen” – wordt genegeerd
Carolus Grütters, expert migratierecht
Toch zette het kabinet de plannen door.
Carolus Grütters is expert migratierecht aan de Radboud Universiteit. Hij ziet op zijn rechtsgebied steeds gekkere dingen gebeuren. ‘Vroeger nam men het advies van Raad van State serieus. Nu wordt zelfs het zwaarste advies – “niet indienen” – genegeerd. Het kabinet heeft de houding: we doen het gewoon, dan zien we wel waar het schip strandt bij de rechter.’
4. Wet bestendiging bevoegdheden biometrische gegevens vreemdelingen (juni 2025): ‘niet akkoord’
Dit voorstel regelt het afnemen van vingerafdrukken en een gezichtsopname van vreemdelingen – bijzondere persoonsgegevens die je niet zomaar mag verwerken. Stevige waarborgen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en een motivering voor de inbreuk op de privacy ontbreken, constateerde de RvS.
BZK was niet akkoord: ‘Kwantitatieve onderbouwing nut en noodzaak blijft lastig. De regeling voor het verwerken en het gebruik van biometrische gegevens verdient aandacht [..]’
Desondanks paste het kabinet de inmiddels in werking getreden wet niet aan.
5. Wetsvoorstel nieuwe regels inzake huisvesting vergunninghouders (juni 2025): stortvloed aan bezwaren
Op initiatief van voormalig minister Mona Keijzer (BBB) van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) zag een wetsvoorstel het licht dat gemeenten verbiedt om statushouders (vreemdelingen met verblijfsstatus) voorrang te geven bij het toebedelen van een sociale huurwoning.
Er volgde een stortvloed aan bezwaren van onder meer de Raad van State en het College voor de rechten van de mens met als bottomline: in strijd met het recht op gelijke behandeling en recht op huisvesting. De Vereniging Nederlandse Gemeenten noemde de plannen ‘onuitvoerbaar’.
Het plan doorstond de toets van BZK dan ook niet: ‘Juridische bezwaren: (cijfermatige) onderbouwing nut en noodzaak, verhouding hoger recht (m.n. gelijke behandeling en kinderrechten).’
Toch omarmde het kabinet het verbod, dat in oktober vorig jaar werd ingediend.
6. Wijziging van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding (maart 2026): ‘onvoldoende onderbouwd’
Binnen een maand na zijn aantreden diende het kabinet-Jetten, onder verantwoordelijkheid van Justitie-minister David van Weel (VVD), een voorstel in dat een ongeoorloofde inbreuk maakt op verschillende mensenrechten, zo oordeelden de Raad van State en het College voor de rechten van de Mens. ‘Te denken valt aan de bewegingsvrijheid, het recht op privéleven en de vrijheid van vereniging en vergadering,’ schreef de RvS.
Dat mag alleen als de noodzaak van de inbreuk goed is gemotiveerd. Ook volgens BZK schort het daaraan: ‘Het gaat om ingrijpende maatregelen, die een inbreuk kunnen maken op diverse grondrechten, de noodzaak daarvan is onvoldoende onderbouwd.’
Opnieuw leidde de kritiek niet tot enige aanpassingen.
7. Wet gegevensvergaring openbare orde (maart 2026): ‘vergaande inbreuk ’
Minister van Weel heeft de aanval ingezet op het demonstratierecht, iets waar het vorige kabinet al mee was begonnen. Hij zei het demonstratierecht te willen inperken, omdat betogingen steeds gewelddadiger zouden worden en meer politie-inzet vereisen. Daar klopt niets van, liet onderzoek van Follow the Money zien.
‘Dit voorstel zet de deur te ver open voor grootschalige en ongerichte online monitoring van burgers’
Op basis van de Wet gegevensvergaring openbare orde mag de politie na goedkeuring van de rechter-commissaris burgers (geautomatiseerd) volgen op publiek toegankelijke bronnen als sociale media en die data opslaan. Dat mag als de burgemeester meent dat er ‘aanwijzingen’ bestaan voor een ernstige verstoring van de openbare orde.
De Autoriteit Persoonsgegevens zei: ‘Dit voorstel zet de deur te ver open voor grootschalige en ongerichte online monitoring van burgers. Zonder heldere afbakening kan de politie in theorie het hele internet binnenhalen, inclusief gevoelige informatie over onschuldige burgers, zonder dat zij hiervan weten. Dat is een vergaande inbreuk op iemands leven en vrijheid en gaat veel verder dan wat noodzakelijk en dus toegestaan is.’
Volgens BZK heeft de bevoegdheid tot online volgen een ‘zwaardere motivering’ nodig. Die is er niet gekomen.
Op gespannen voet
En er staan meer dubieuze voorstellen op stapel. Zo wil het kabinet een verbod instellen op gezichtsbedekkende kleding tijdens demonstraties, dat nog niet naar de Kamer is gestuurd. Vandaar dat het advies van de RvS nog niet is gepubliceerd.
De Raad voor de rechtspraak heeft al laten weten dat het verbod op gespannen voet staat met het recht op demonstratie en adviseert de minister het wetsvoorstel ‘zo niet in te dienen; of het eerst substantieel te herzien’. Ook Amnesty International, het College voor de Rechten van de Mens, het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben het plan sterk afgekeurd.
De lokale bestuurders wijzen op de conclusies van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC), het kennisinstituut voor het ministerie van Justitie en Veiligheid, dat eind vorig jaar stelde dat aanpassing van het demonstratierecht ‘onnodig en weinig doeltreffend’ is.
‘Doorgeslagen’ klantcontroles
Binnenkort komt ook de Implementatiewet witwassen eraan, die banken (en andere partijen als notarissen, beleggingsinstellingen en accountants) nog meer armslag geven om klanten tot verdachte te bestempelen. Daarbij gaat het straks niet alleen om vermoedens van witwassen en het financieren van terrorisme, maar om vermoedens van alle mogelijke strafbare feiten.
Daarnaast krijgen banken meer mogelijkheden om gevoelige data over klanten te delen met andere overheden, andere banken en buitenlandse opsporingsdiensten, als die klanten mogelijk een risico zijn volgens een ondoorgrondelijk algoritme.
Er is een groot gevaar voor discriminatie en schending van de privcay
Onderzoek van Follow the Money vorig jaar liet zien hoe banken jacht maken op moslims, vanwege hun naam, geloof of activisme. De ING werd eerder drie keer veroordeeld voor discriminatie, waarna het concern vorig jaar excuses aanbod.
Ook onthulden we dat de ‘doorgeslagen’ klantcontroles (dixit de regering) onschuldigen hard treffen. Rekeninghouders krijgen lange vragenlijsten waarmee banken diep doordringen in de persoonlijke levenssfeer. De antwoorden bevredigen vaak niet. Zo zette de Rabobank maandelijks tienduizend klanten de deur uit op basis van vage vermoedens.
Amnesty International, het College voor de Rechten van de Mens, de Autoriteit Persoonsgegevens en de Raad van State hebben forse kritiek op de Implementatiewet. Er is een groot gevaar voor discriminatie en schending van de privcay, waarvoor weinig aandacht is in de wetgeving en toelichting erop. Wettelijke waarborgen om discriminatie tegen te gaan, ontbreken.
Volg dit dossier
Ontvolg dit dossier
