‘Die enkel begint al te zweten als ik ernaar kijk. Veel te gespannen. Jij bént je enkel Marco,’ zegt haptonoom Ted Troost (Mark Rietman) in de eerste aflevering van Basta. Daarna neemt hij de geblesseerde Van Basten, die bijna wanhopig is, mee naar zee om pootjebadend te ontstressen. Baat het niet, dan schaadt het niet.

In die prachtige zevendelige Videoland­dramaserie van regisseur Remy van Heugten (Gluckauf) over het leven van voetballer Marco van Basten zit heel veel pijn. Hartzeer, door een traumatische gebeurtenis in zijn jeugd, en gewrichtspijn, afkomstig van de meest besproken enkel ter wereld. Het is zijn rechterenkel, en die is bijna even bekend als het linkeroor van landgenoot Vincent van Gogh.

Dat complexe voetgewricht krijgt in 1986 tijdens een uitwedstrijd van Ajax tegen Groningen een tik door een onbesuisde tackle van de topspits zelf. Daarna begint een eindeloos medisch traject, dat niet kan voorkomen – of er misschien wel aan bijdraagt – dat hij in 1993 op zijn 28ste bij ac Milan zijn laatste wedstrijd speelt. Met een verdovende injectie in zijn enkel doet hij mee in de Champions Leaguefinale tegen Olympique Marseille. Een wedstrijd om zo snel mogelijk te vergeten. Van Basten haalt het einde niet en de Fransen winnen met 1-0. Toch is zijn internationale palmares ondanks alle fysieke malheur en zijn relatief korte loopbaan ongekend.

Het rijke script van Basta beslaat enkele decennia en is gebaseerd op de voortref­felijke gelijknamige biografie van Edwin Schoon, die in 2019 verscheen. Dat Van Basten van kinds af aan van alles over zijn voetbalwedstrijden bijhield in schoolschriftjes zal een welkom geheugensteuntje geweest zijn.

Chris Peters als Marco van Basten in de serie Basta

Chris Peters als Marco van Basten in de serie Basta© VideolandBerlusconi

In de serie wordt veel aandacht besteed aan de haat-liefderelatie tussen meester Cruijff en leerling Van Basten (Chris Peters). Ook gaat het – uiteraard – uitgebreid over zijn voetbalcarrière. Maar het belangrijkste onderwerp is de jarenlange strijd van Van Basten om überhaupt weer te kúnnen voetballen. Die bestaat uit operaties met ongewisse uitkomsten, uitgevoerd door buitenlandse artsen, eenzame revalidatietrajecten, handen vol pijnstillers, valse hoop en Troost. Maar die laatste kan niet toveren, want ook enkels liegen nooit.

Er wordt druk van buitenaf uitgeoefend op de enkel. Door ongeduldige trainers en door de machtige clubvoorzitter Silvio Berlusconi, die een geheel eigen kijk heeft op mijn en dijn. ‘Jij gebruikt die enkel misschien, maar hij is van mij. Ík betaal voor die enkel,’ brult hij in zijn paleis tegen Van Basten. Iedereen wil iets van de beroemde voetballer. Toch legt hij zelf de meeste druk op zijn enkel en neemt hij er enorme risico’s mee. Niet alleen omdat hij altijd wil winnen en beter wil worden, er is nog een andere reden. ‘Ik moet voetballen want ik kan niks anders.’ Op de achtergrond klinkt ‘Dansen op de vulkaan’ van De Dijk.

Natuurlijk ontbreken zijn allermooiste doelpunten niet. Zoals de omhaal (‘bicycle kick’) in 1986 tegen fc Den Bosch en de volley waarmee hij de Russische keeper Dasajev het nakijken gaf in de ek-finale van 1988 en Nederland op de kop zette. Op ingenieuze wijze worden archiefbeelden vloeiend aaneengeregen met nieuwe filmopnamen. De echte Van Basten en zijn ploeggenoten zien we in authentieke beelden van afstand, hun vertolkers van dichtbij. Een procedé dat uitstekend werkt en niets afdoet aan de geloofwaardigheid.

Souffleur

De in Utrecht opgegroeide Van Basten kon het in de ogen van zijn voetbalgekke en allesbehalve sympathieke vader Joop (Hans Kesting) nooit goed doen op het veld. Had hij drie doelpunten gescoord, dan hadden het er vijf moeten zijn. Minstens. Leuk is anders, maar zijn vader brengt hem later wel enkele keren per week naar de training bij Ajax, waar hij afgezet wordt bij stadion De Meer. De bijdehante Amsterdamse ploeggenoten die daar aan komen rijden in hun eigen glimmende wagens dollen de nieuwkomer met zijn ‘privéchauffeur’.

De fraaie beelden van dat oude stadion zullen niet alleen nostalgische Amsterdamse voetballiefhebbers kunnen bekoren. En zo zit de hele serie vol fijne en fraaie retrodetails uit de late jaren tachtig en de jaren negentig. Van auto’s, kapsels, reclameborden en trainingspakken tot de eerste forse mobiele telefoons.

Vooral met zijn kritische ploeggenoot Cruijff (Tibor Lukács) heeft de kersverse Ajacied Van Basten het moeilijk. Die heeft altijd iets te mekkeren en nooit is het goed genoeg. Ook al traint hij de sterren van de hemel, er is altijd kritiek. Alsof hij zijn vader weer hoort. En Cruijff mag dan wel een bijrol hebben, het is wel Cruijff, die doet ertoe. Altijd, ook in Basta. Aangezien iedereen weet hoe JC beweegt en klinkt, ligt de lat hoog voor zijn zoveelste vertolker. Het gevaar dat het een typetje wordt ligt altijd op de loer bij uitgesproken en vaak geïmiteerde figuren als Cruijff, maar ook Beenhakker en Michels. Lukács blijft daar ver vandaan. Hij maakt er eerder een soort souffleur van, die steeds korter van stof is naarmate hij ouder wordt. Een man met gezag die – priemende blik, weinig woorden, hand losjes in zijn broekzak – meent de zaken naar zijn hand te kunnen zetten. Ontroerend en absurd is de ontmoeting van de jonge voetballer met zijn latere vrouw Liesbeth (Eefje Paddenburg). In een club aan het Leidseplein worden ze door John van ’t Schip (Steef de Bot) in een een-tweetje aan elkaar voorgesteld. ‘Jij bent dus ook voetballer?’ ‘Bij Ajax.’ ‘Zijn die goed?’ ‘We staan bovenaan.’ ‘Bovenaan wat?’ Liesbeth heeft duidelijk helemaal niets met voetbal, alleen iets met Marco. Het is dan ook vast niet toevallig dat zij het sympathiekste personage is.

De Australische actrice Philippa Northeast is een nagenoeg perfecte Sybylla. Bruisend van levenslust windt ze niet alleen iedereen in haar omgeving om haar vinger, maar ook de kijker. Haar gezicht is zeldzaam expressief en er zijn nauwelijks scènes waarin ze níét te zien is. Ze kan heerlijk schaamteloos wijdbeens zitten, onderuitgezakt liggen lezen, haar teennagels knippen of een bord eten naar binnen werken.

Hier en daar wordt er wel erg enthousiast over the top geacteerd, maar de setting van het Australische platteland begin vorige eeuw is een welkome afwisseling in het kostuumdramalandschap. Dat dit bovendien een serie is die geheel door vrouwen is gemaakt, zou Miles Franklin, die geheel volgens plan nooit trouwde, met trots hebben vervuld.

Een jonge Marco van Basten en zijn vader in de serie Basta

Marco (Daan Pothuizen) en zijn vader Joop van Basten (Hans Kesting)© VideolandSouffleur

In Rotterdam zullen ze er anders over denken, maar in Basta komen bijna alle personen voorbij die in de laatste decennia van de vorige eeuw belangrijk waren in de Nederlandse voetbalwereld. Onder hen Aad de Mos (Bas Keijzer), een beul van een trainer die zichzelf belangrijker vindt dan de elf spelers op het veld. Als hij zijn selectie rondjes laat lopen in plaats van afronden op doel gooit topscorer Van Basten de kont tegen de krib, waarop hij door de wel erge norse trainer reserve wordt gezet. Daarmee bezegelt de Haagse De Mos zijn eigen lot, want dat pikken Van Basten en zijn medespelers niet. Aanvoerder Dick Schoenaker (Teun Luijkx) doet zijn beklag bij de omstreden Ajax­voorzitter Ton Harmsen (Raymond Thiry), waarna De Mos ontslagen wordt en Cruijff hem opvolgt als trainer. ‘Something Better Change’ van The Stranglers schalt door het spelershome. En dan zijn we nog niet eens in Milaan, Van Basten is nog lang geen bondscoach en de mega-aanslag van de belastingdienst moet ook nog komen.

Basta is met of zonder bord pasta op schoot een feest om naar te kijken, al zal de nuchtere Van Basten dat oordeel wellicht overdreven vinden. Poespas was aan hem niet besteed. In de enorme nationale euforie na het gewonnen ek in 1988 bleef hij als enige met beide benen op de grond. De toen door hem gebezigde woorden hebben inmiddels, althans in kleine kring, een legendarische status gekregen. ‘Morgen moeten we allemaal weer gewoon naar de supermarkt.’