Gisteren

leestijd 3 minuten

1599 keer bekeken

Bewaren

caringfarmersgrCaring Farmers

Boeren met respect voor mens, dier en milieu

Persoon volgenANP-496167286

Het kabinet wil gasleveranciers verplichten meer groen gas bij te mengen. Dit klinkt duurzaam, maar dat is het niet. Meer dan een derde van dat groene gas moet namelijk uit mest komen. En daarmee dreigt deze klimaatmaatregel een investering te worden in de intensieve veehouderij. Namens een coalitie van 16 natuur-, boeren- en dierenwelzijnsorganisaties waarschuwen wij de Kamer voor de verspilling van publiek geld aan niet-duurzame voedselproductie.

Het klinkt natuurlijk fantastisch: oplossing van het mestoverschot door dierlijke mest te gebruiken als grondstof voor groen gas. Meer groen gas betekent een verduurzaming van onze energievoorziening, minder afhankelijkheid van Russisch aardgas en Amerikaanse LNG, geeft boeren een extra inkomen en lost ook nog wat de methaanuitstoot op. Volgens het kabinet moet daarom binnen vijf jaar 36% van het groene gas uit mestvergisting komen.

Het klinkt te mooi om waar te zijn, en dat is het ook. Met een verplichting tot het bijmengen van grote hoeveelheden groen gas dreigt de subsidiekraan te worden opengezet om de veehouderij verder te intensiveren en onze economie afhankelijk te maken van dezelfde gigantische meststromen die per jaar zo’n 15 miljard euro schade aan gezondheid en natuur betekent.

Grootschalige mestvergisting zorgt daarnaast niet voor een vermindering maar voor een verschuiving van onze afhankelijkheid van grondstoffen. De Nederlandse veestapel draait op geïmporteerd krachtvoer en op gras geteeld met kunstmest uit geïmporteerd fossiel gas. Hooguit een derde van onze veestapel kan echt van eigen bodem leven; de rest voeden we vooral met gewassen uit het buitenland zoals Braziliaanse soja. Wanneer ons groen gas uit mestvergisting moet komen, verschuift de afhankelijkheid uit het buitenland: van geïmporteerd gas voor energie naar geïmporteerd veevoer.

Gaan we werkelijk een nieuwe grote industrie bouwen rondom de intensieve veehouderij — een sector waarvan we weten dat hij op de vooravond staat van een onvermijdelijke krimp, gezien de schade aan klimaat, lucht, water, natuur, gezondheid en dierenwelzijn? Want wie mest als grondstof beloont, creëert een economisch belang bij méér mest – en dus bij meer dieren.

Wij zijn niet de enigen die dat zien. Het Europees Milieubureau noemde biogas onlangs een ‘Trojaans paard:’ het wordt gepresenteerd als groene oplossing, maar in de praktijk wordt er een luik geopend voor méér fossiele afhankelijkheid en verdere industrialisatie van de veehouderij. Van Brussel kreeg de biogasindustrie een investering van tientallen miljarden euro’s publiek geld, zonder de gevolgen goed in kaart te brengen. Nederland dreigt dezelfde fout te maken.

Recente cijfers uit Denemarken – dat al langer investeert in mestvergisting – laten zien dat met de grootschalige inzet op biogas er een ‘lock-in’ dreigt van de industriële veehouderij. Daar groeide de veestapel sinds 2010 in de gemeenten met de meeste biogasinstallaties, terwijl die in andere gemeenten kromp. In dezelfde periode daalde het aantal Deense varkensbedrijven met ruim de helft, maar stonden de stallen die overbleven ruim twee keer zo vol. Om de doelen voor groen gas van de Deense overheid te halen, zou de Deense veestapel tot ver in deze eeuw op peil moeten blijven. 

En dan is het nog maar de vraag of het economisch überhaupt uit kan. Het Planbureau voor de Leefomgeving berekende onlangs dat de businesscase van mestvergisting alleen mogelijk is met SDE++-subsidie. Desalniettemin pleit een brede coalitie van energiebedrijven, banken, zuivelconcerns en veehouderijorganisaties voor snelle opschaling van mestvergisting. Dan moeten we eerlijk zijn over welk probleem we hiermee oplossen: het klimaat, of het verdienmodel van een industrie die afhankelijk is van een grote veestapel?

Publiek geld kan maar één keer worden uitgegeven. Elke euro in mestinfrastructuur is er een die niet naar zon en wind gaat, naar isolatie, naar groen gas uit echt hernieuwbare bronnen zoals rioolslib – of naar de boeren die de overstap naar een grondgebonden landbouw willen maken. Volgens Deloitte levert de Nederlandse landbouw jaarlijks 13,3 miljard euro op, maar veroorzaakt het tegelijkertijd zo’n 18,6 miljard euro aan maatschappelijke kosten en milieuschade. Door te investeren in mestvergisting dreigen we dit verlies onder de streep op de langere termijn in stand te houden. 

Goed gereguleerd kan groen gas uit echte reststromen een bijdrage leveren aan de verduurzaming van onze landbouw en de rest van onze economie. Maar alleen als het geen subsidie wordt voor megastallen die hun houdbaarheidsdatum al hebben overschreden.

Tom Kools is directeur bij Foodrise
John Arink is melkveehouder en bestuurder bij Caring Farmers
Marijn van der Pas is directeur bij Compassion in World Farming