Daniel Bausch werkte als viroloog in Sierra Leone in West-Afrika, midden in de grootste ebola-uitbraak die de wereld tot dan toe had gezien. De afdeling waar hij jarenlang patiënten had behandeld die leden aan de infectieziekte lassakoorts, was veranderd in een ebola-afdeling.

Op een dag kwam een achtjarig meisje alleen binnen. Familieleden van haar waren thuis overleden. Rondom haar liepen artsen en verpleegkundigen rond in beschermende pakken, maskers en handschoenen. Er waren geen verwanten. Toen Bausch die dag naar haar toe liep, was ze al gestorven.

Bausch heeft in bijna twintig jaar bij ebola-uitbraken veel mensen zien sterven, ook bevriende artsen. Toch vergat hij dit meisje niet. Zijn eigen dochter was toen ook acht.

„Ik kreeg ongewild het beeld van mijn eigen dochter voor ogen”, zegt Bausch via een videoverbinding, nog steeds aangedaan als hij eraan terugdenkt. „Hoe het moet zijn geweest om in haar laatste uren zonder haar familie op zoek te moeten naar hulp in zo’n buitenaards aandoende omgeving?”

Het hielp hem te begrijpen waarom mensen met ebola soms liever thuisblijven om te sterven.

Het laat zien waar een ebola-uitbraak uiteindelijk om gaat: niet alleen om de juiste behandeling, laboratoriumtesten en vaccins, maar ook om vertrouwen. Het kweken daarvan is opnieuw belangrijk in het noordoosten van Congo, waar de grootste ebola-uitbraak woedt die Congo ooit heeft gekend. Eind augustus waren volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bijna 5.800 besmettingen geregistreerd en meer dan 2.700 mensen overleden, verspreid over zeker vijf provincies. Voor de Bundibugyo-variant, een zeldzamere ebolasoort, is nog geen vaccin ontwikkeld.

Lees ook

Ebola-uitbraak in Congo is de dodelijkste ooit in het land en de snelst groeiende in de wereldgeschiedenis

Een begrafenis van een aan ebola overleden vrouw in Bunia, in het oosten van Congo (11 augustus).

Drie maanden onopgemerkt gebleven

In mei riep de WHO officieel de ebola-epidemie uit. Toen had het virus zich al drie maanden onopgemerkt kunnen verspreiden. Het lijkt erop dat deze uitbraak de tot nu toe grootste epidemie – in Sierra Leone, Guinee en Liberia – gaat overtreffen. Daar vielen tussen 2014 en 2016 ruim elfduizend doden. Nu gaat de verspreiding tien keer zo hard als toen.

Een ebola-uitbraak kan alleen worden gestopt als mogelijk besmette mensen snel worden gevonden, zich laten testen, naar een behandelcentrum gaan of zich thuis isoleren. Ebola verspreidt zich via lichaamsvloeistoffen, zoals braaksel en bloed, maar ook via besmette lakens. Daarom is bron- en contactonderzoek zo belangrijk.

Trish Newport van Artsen zonder Grenzen werkt in Bunia, hoofdstad van de Oost-Congolese provincie Ituri, het hart van de ebola-uitbraak. Volgens haar vinden veel besmettingen plaats buiten het bereik van de contactlijsten die de ebola-bestrijders aanleggen. Een ziekte herkennen is één ding, mensen ervan overtuigen dat ze hulp moeten zoeken is iets anders. „Zonder vertrouwen kunnen we vanwege de omvang van de huidige epidemie het tij niet keren.”

Vertrouwen winnen kost tijd. In de beginfase komen patiënten pas laat binnen, wanneer ze al zeer ziek zijn. Als veel mensen daarna overlijden, ontstaat gemakkelijk de associatie „wie naar het centrum gaat, gaat dood”. Ze blijven weg. Newport ziet dat het tij vaak pas keert als er veel ebola-doden zijn in een bepaald gebied. „Denk aan de overvolle vluchtelingenkampen, waar mensen onder vreselijke omstandigheden leven, ebola krijgt pas hun aandacht, als het ze in groten getale raakt”, zegt ze.

Freetown, Sierra Leone, in 2014. Op een bord bij een ziekenhuis wordt opgeroepen om ebola niet te onderschatten.

Foto AFP/CARL DE SOUZA

Zoom in

De epidemie van 2014 gold destijds als de zwaarste ooit.

Foto AFP/Florian PLAUCHEUR

Zoom in

Krutika Kuppalli werkte tijdens de West-Afrikaanse epidemie in Sierra Leone als medisch directeur van een ebolabehandelcentrum in de plaats Porto Loko. Zij zag hoe dat vertrouwen verloren ging. Wat haar het meest bijbleef, waren niet de medische protocollen of beschermende pakken, maar de patiënten. Die kwamen bang binnen en werden afgezonderd van iedereen die ze kenden. Veel van hen hadden, net als het achtjarige meisje, al familieleden aan ebola verloren.

Mensen kregen te horen dat ze zieke familieleden moesten melden, isolatie moesten accepteren, contactpersonen moesten opgeven en begrafenisrituelen, die een grote spirituele en culturele betekenis hadden, moesten aanpassen. Maar ambulances kwamen niet altijd op tijd aan, doden werden soms niet opgehaald. Of een vader, moeder of kind werd meegenomen en vervolgens kregen de familieleden niet altijd te horen of hun geliefde nog leefde of waar die was begraven.

„Onder die omstandigheden ontstond wantrouwen en verzet”, zegt Kuppalli. „Uitleggen wat we deden, patiënten helpen communiceren met hun familie, en gemeenschappen laten zien dat mensen konden overleven, bleek essentieel voor de vraag of mensen zorg zouden zoeken.”

Wantrouwen komt ergens vandaan

Wantrouwen komt ergens vandaan. Dat is een les die volgens Kuppalli nog steeds onvoldoende wordt begrepen. In veel gebieden waar ebola uitbreekt, hebben mensen al jarenlang te maken met een gebrekkige gezondheidszorg. Ze kunnen moeilijk aan medicijnen komen, hebben weinig toegang tot schoon water en zien hun kinderen sterven aan ziekten die behandelbaar zijn.

En dan breekt ebola uit. Plotseling zijn er buitenlandse hulpverleners, die in grote auto’s rondrijden, met een veel hoger salaris dan lokaal personeel, er komen laboratoria en er is relatief veel noodhulpgeld beschikbaar. Ondertussen werkten lokale zorgverleners soms zonder adequate bescherming of wachtten ze voor niets op een gevarentoelage.

Dat roept pijnlijke vragen op: waarom kan dit nu opeens wel? Waarom waren er niet evenveel voorzieningen en geld toen mijn kind malaria had? Tijdens de West-Afrikaanse ebola-epidemie stierven in het eerste jaar volgens onderzoekers van het Imperial College in Londen, elfduizend mensen meer aan malaria dan in andere jaren, omdat het lokale zorgsysteem overbelast raakte, evenveel als het aantal ebola-doden tussen 2014 en 2016. Dezelfde vragen worden nu gesteld in Oost-Congo.

„Argwaan tegen ziekenhuizen en anti-epidemiecampagnes hebben diepe wortels in zowel de West-Afrikaanse landen als in Congo”, zegt Kuppalli. De uitbraken vinden plaats in gebieden waar mensen wonen die kolonialisme, (burger)oorlogen en politieke marginalisering hebben meegemaakt. Uit angst en wantrouwen kunnen mensen behandelcentra en ambulances aanvallen of in brand steken.

Lees ook

‘Ebola bestaat niet, dat weet u toch ook’

Hulpverleners laten de kist van een ebola slachtoffer zakken

Volgens Newport van Artsen zonder Grenzen werd in in Oost-Congo te weinig rekening gehouden met de lokale context. De bewoners van het gebied hebben jarenlang geleefd met geweld en zonder schoon water of goede gezondheidszorg. De overheid bood geen bescherming. „Dan kun je niet verwachten dat mensen een nieuwe, door buitenstaanders geleide interventie, die zich alleen op ebola richt, meteen vertrouwen.” Niet voor niets worden ebola-centra makkelijker geaccepteerd in gebieden waar parallel ook zorg wordt geboden voor de bestrijding van malaria, longontsteking of diarree, of waar putten zijn gebouwd. Waar, kortom, ook de dagelijkse problemen van bewoners niet zijn vergeten.

Een hulpverlener in het oosten van Congo, vorige maand.

Foto AP/Sebastien Kitsa Musayi

Zoom in

In mei staken boze familieleden deze tent van een ebolacentrum in Rwampara in brand. Ze eisten toegang tot de lichamen van gestorven naasten.

Foto AFP/Seros MUYISA

Zoom in

Van megafoon naar buurman

Zonder het vertrouwen van de bevolking wint het virus, hoeveel voorlichting via officiële kanalen, financiering en extra buitenlands medisch personeel er ook is. Dit was een les die Yvonne Aki-Sawyerr in november 2014 leerde, direct nadat ze directeur planning van het Nationale Ebola Responscentrum in Sierra Leone was geworden.

Aanvankelijk liep de communicatie over de aanpak van ebola vooral via megafoons en billboards. „Informatie die van een afstand over de bevolking heen werd gestort”, vertelt ze aan de telefoon. Daarna gingen haar teams praten met jongerenleiders en religieuze leiders, maar ook met marktvrouwen en motortaxichauffeurs. Mensen die de bevolking vertrouwde.

In elk dorp en elke wijk werden mensen gezocht die in hun eigen taal en met respect voor hun cultuur konden vertellen over de eerste symptomen en verspreiding van het virus, en over de behandelcentra.

Volgens Aki-Sawyerr, tegenwoordig burgemeester van hoofdstad Freetown, was dit cruciaal voor de aanpak van ebola.

Zonder vertrouwen kunnen we vanwege de omvang van de huidige epidemie het tij niet keren

Trish Newport

coördinator hulpverlening Bunia

In Oost-Congo wordt het nog ingewikkelder door decennialang gewapend conflict, oorlogen om mineralen, en grote aantallen mensen die in vluchtelingenkampen leven. De huidige uitbraak is inmiddels zo groot dat Artsen zonder Grenzen en andere organisaties niet genoeg teams hebben om alle plekken te bereiken waar nieuwe besmettingen opduiken.

Een vaccinatiecampagne

Biedt alleen een vaccin de mogelijkheid om de epidemie te stoppen? Recent is een vaccinatiecampagne begonnen, met een vaccin tegen de Zaïre-variant. De hoop is dat dit enige bescherming biedt tegen de Bundibugyo-variant. De eerste ronde prikken is voor gezondheidsmedewerkers en andere hulpverleners.

Daniel Bausch gaat binnenkort voor de WHO naar Congo om met de regering te praten en internationale organisaties te spreken. Tot nu toe werden meestal alleen mensen die in direct contact waren geweest met een patiënt gevaccineerd. Omdat deze uitbraak zo snel gaat en zo groot is wil Bausch bespreken of vaccinatie van de hele bevolking in de getroffen gebieden mogelijk is. „Dat zou een „gamechanger” kunnen zijn, zegt Bausch. 

Lees ook

Hoe een dorp zichzelf van ebola genas

Een meisje in Njala Giema in Sierra Leone, waar de ebola-epidemie vernietigend huishield.

Geef cadeau

Deel

Mail de redactie