LAPAUW: ‘Ook omdat Mous’ hoofd nooit stilstaat. Ideeën kun je nu eenmaal niet tegenhouden.’

LAMRABAT: ‘De natuur brengt me tot rust. Als ik ontspan, verdwijnt mijn passie niet: de ideeën blijven stromen, alleen klamp ik me er dan even niet aan vast.’

LAPAUW: ‘Zonder Mous had ik Marokko nooit ontdekt – toch niet op deze manier. Toen we er in 2014 in een week tijd tien shoots afwerkten, besefte ik dat alles daar mogelijk lijkt. Dat zit ingebakken in de cultuur, uit beleefdheid, en dat speelt vaak in ons voordeel. En het grote pluspunt van met z’n tweeën te werken is dat we supersnel kunnen schakelen zodra we een idee hebben, in tegenstelling tot shoots met grotere teams.’

LAMRABAT: ‘In België vragen ze vaak om eerst te mailen. Dan haak ik al af. Dan mis ik die honger om samen iets in elkaar te steken. Een gerecht eet je toch ook liever warm uit de oven? In Marokko is de weg van idee naar uitvoering veel korter. Zoek je daar een auto, dan staat die er de volgende dag. Dat waardeer ik heel erg. Daarom shooten we vandaag minder in België, al spenderen we er nog veel tijd, omdat onze families er zijn en omdat we momenteel bouwen aan een eigen studio in Gent. Als ik een idee heb of mijn camera mis, kan ik daar snel mijn ei kwijt. En als ik er niet ben, willen we de studio verhuren aan andere creatievelingen of merken.’

LAPAUW: ‘De onbewuste creativiteit. Neem nu een plastic stoel met drie poten en een steen die dient als vierde poot. Of een poort buiten de stad waarop iemand een roos heeft geverfd. Hoe vaak we ook in de medina komen, ons oog valt telkens op iets nieuws. Zoals tijdens onze jongste snuistersessie in een winkeltje waarvan er honderden zijn: bovenin hing een speelgoedpistool dat Mous meteen inspireerde voor een nieuw werk. Zonder dat we er bewust naar op zoek zijn, maken zulke toevalligheden een foto.’

LAMRABAT: ‘Het geeft zo veel voldoening om toevallig op iets te stoten waarvan je niet eens wist dat het bestond. En als ik mijn foto later ergens aan de muur zie hangen, flitst alles wat daaraan voorafging, zoals dat winkeltje in de medina, weer voor mijn ogen voorbij, als in een bde.’

LAMRABAT: ‘Daardoor voelt het ook niet als werk. Ik vind het ontspannend om rond te dwalen in mijn hoofd en te zien wat ik onderweg tegenkom. Zodra iets te veel als werk voelt, krijg ik heimwee en wil ik snel terug naar die bubbel.’

LAPAUW: ‘Maar zoals ik al zei: we weten waar we vandaan komen. Ook de minder fijne projecten horen bij ons parcours. Bovendien levert elk project altijd wel één beeld op waarop je trots bent, of dat weer iets nieuws in gang zet.’

LAMRABAT: ‘Op een gegeven moment wilde ik zelfs helemaal met fotografie stoppen. Ik had alles geshoot wat er in België te shooten viel, en de opdrachten maakten me niet langer enthousiast. Ik heb bijna een jaar niets gedaan en besloot alleen naar Marokko te reizen. In de rust van het alleen zijn, kon ik ineens visualiseren wat ik echt wilde doen. Ik besefte dat ik niet langer mode wilde fotograferen voor magazines die bij het volgende nummer in de vuilnisbak gaan. In Marokko begon ik beelden te maken die langer bijblijven, vertrekkend vanuit mijn identiteitscrisis: het gevoel dat ik nergens echt thuishoor. Er stond geen cent op mijn bankrekening, maar ik was zo overtuigd en zelfzeker: “Lisa, geniet nog maar even van de rust, want straks hebben we daar geen tijd meer voor.” En inderdaad, bij de release van de beelden merkte ik dat miljoenen mensen zich erin herkenden. Van mijn eerste expo in mijn thuisstad Sint-Niklaas verhuisde mijn werk rechtstreeks naar Vogue Italia. Ik geloof dat passie in iedereen zit, maar je moet risico durven te nemen. Want je passie volgen blijft altijd een sprong in het duister.’