Dat stelde het Dicasterie voor de Geloofsleer van het Vaticaan dinsdag in het document ”Mater populi fidelis” (Moeder van het gelovige volk), dat is bedoeld om de plaats van Maria in het heil van mensen te verduidelijken. De theologische verklaring is ondertekend door paus Leo XIV en in lijn met uitspraken van eerdere pausen, zoals Benedictus XVI en Franciscus.

De nota „bevestigt de katholieke leer, die altijd heeft benadrukt dat alles in Maria gericht is op de centrale rol van Christus en Zijn verlossingswerk”, aldus het Vaticaan. De nota noemt de titel ”medeverlosseres” (”co-redemptrix”) „niet gepast”, omdat die misverstanden kan veroorzaken over de „unieke rol van Christus als Verlosser”.

Rooms-katholieken moeten die dus vermijden. Maria mag wel „middelares” worden genoemd, „in ondergeschikte zin”: als voorspreekster of helper, niet als oorzaak van genade. Haar bemiddeling is gebed, geen oorzakelijk handelen, stelt het Vaticaan.

Als rooms-katholieken Maria de titel ”moeder van genade” geven, dan betekent dit dat de moeder van Jezus „ons helpt om ons hart te openen voor de genade van Christus”, aldus het document.