Op 15 november 1988 riep de leider van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, Yasser Arafat, eenzijdig een onafhankelijke Palestijnse staat uit. Juridisch gezien was die claim nergens op gebaseerd. Al was het alleen maar omdat de Palestijnen geen eigen grondgebied en effectief functionerende regering hadden.

Toch gingen tientallen landen kort daarna tot officiële erkenning van de zelfuitgeroepen staat over. Algerije beet het spits af, slechts enkele minuten nadat Arafat zijn aankondiging had gedaan. De meeste Arabische staten volgden spoedig, evenals de toenmalige Sovjet-Unie, China en tal van Afrikaanse landen.

Een tweede golf van internationale erkenning kwam vanaf eind 2010 op gang. Toen waren het vooral Latijns-Amerikaanse staten die deze stap gezamenlijk zetten. Maar bijvoorbeeld ook IJsland, in december 2011, en Thailand, in januari 2012. Zweden ging in 2014 tot erkenning over.

De Gazaoorlog, die begon na de bloedige aanslagen door de Palestijnse terreurbeweging Hamas op 7 oktober 2023, gaf een nieuwe impuls aan het proces. Zo gingen Ierland, Spanje, Noorwegen, Armenië en Slovenië vorig jaar tot erkenning over.

Diezelfde oorlog zorgde er ook afgelopen week voor dat een aantal westerse landen tot erkenning overging. Voor het eerst waren hier ook leden van de G7 –de club van zeven rijkste industrielanden– bij, namelijk het Verenigde Koninkrijk en Canada. Ook Frankrijk, Portugal, Australië en Malta schaarden zich in het rijtje.

Kleine minderheid

Daarmee is het aantal landen dat een Palestijnse staat niet formeel erkent tot een kleine minderheid teruggelopen. Bovenaan staat vanzelfsprekend Israël. De Israëlische regering reageerde deze week zeer verontwaardigd op de ontwikkelingen. „Een eeuwige schande” en een „beloning voor Hamas”, verklaarde minister van Buitenlandse Zaken Gideon Sa’ar. Hij voegde eraan toe dat de toekomst van Israël in Jeruzalem zal worden bepaald en niet in Londen of Parijs.

De Verenigde Staten, de belangrijkste bondgenoot van Israël, weigeren ook categorisch een Palestijnse staat te erkennen. De Amerikaanse president Barack Obama verklaarde in 2011 dat elke poging om een Palestijnse staat via de VN-Veiligheidsraad te erkennen op een Amerikaans veto kan rekenen. Donald Trump volgt dezelfde lijn. Washington oefende de afgelopen weken druk uit op landen als Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk om niet tot erkenning over te gaan, maar die moeite bleek tevergeefs.

In Azië behoren onder andere Japan, Zuid-Korea en Singapore nog tot de uitzonderingen, in Latijns-Amerika alleen Panama. Slechts twee Afrikaanse landen –Eritrea en Kameroen– erkennen geen Palestijnse staat, evenals de meeste landen in Oceanië.

Europa is nog altijd het meest verdeelde continent. De meeste Europese landen zijn wel voor een tweestatenoplossing, maar dan via de weg van bilaterale onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen. Duitsland is de belangrijkste tegenstander van erkenning, vanwege de historische gevoeligheid om zich tegen Israël te keren.

Kwestie van tijd

In diverse Europese landen lijkt erkenning echter een kwestie van tijd. De Italiaanse premier Giorgia Meloni stelde eerder deze maand erkenning van een Palestijnse staat afhankelijk van de vrijlating van alle gijzelaars in de Gazastrook en de uitsluiting van Hamas van elke toekomstige Palestijnse regering.

Ook Nederland sluit erkenning in de toekomst niet uit, aldus demissionair minister David van Weel van Buitenlandse Zaken deze week. „Op het moment dat wij denken dat we een push kunnen geven aan het proces, dan zullen we niet aarzelen. Het blijft als een paal boven water staan: de enige oplossing is twee staten.”