Regie: Julia Ducournau | Scenario: Julia Ducournau | Cast: Mélissa Boros (Alpha), Golshifteh Farahani (Alpha’s moeder), Tahar Rahim (Amin), Emma Mackey (zuster), Finnegan Oldfield (leraar Engels) e.a. | Speelduur: 128 minuten | Jaar: 2025

Niemand is beter in zintuiglijke gruwel dan Julia Ducournau. In Alpha bewijst ze opnieuw haar stilistische meesterschap, al is ze hier ingetogener dan in haar eerste twee films, Raw en Titane.

Alpha is een dertienjarig meisje dat opgroeit in een ongespecificeerde Franse stad in een ongespecificeerde tijd. Het lijkt eind jaren tachtig of begin jaren negentig. Een mysterieus, door bloed overdraagbaar virus waart rond. Alpha’s alleenstaande moeder is zuster in een ziekenhuis en ziet dagelijks hoe geïnfecteerden letterlijk verstenen. De lichamen die naar het mortuarium gaan, lijken marmeren beelden. Wanneer Alpha op een feestje een tatoeage krijgt, maakt haar moeder zich natuurlijk direct zorgen: was de naald besmet?

Ondertussen verblijft Alpha’s oom Amin, een herstellende heroïneverslaafde die de naamloze ziekte heeft, bij het gezin. Alpha voelt aanvankelijk enkel afkeer voor Amin, die ze jaren niet gezien heeft en zich niet herinnert. Wij weten al dat dat vroeger anders was: in de tedere openingsscène verbindt een jongere Alpha met een stift de naaldwonden op de arm van haar oom. Er volgen meer flashbacks, waardoor gestaag een beeld ontstaat van een disfunctionele familie.

Met haar regiedebuut, de kannibalenkomedie Raw, presenteerde Julia Ducournau zich in 2016 als een regisseur met lef, visie en het talent om psychologisch én fysiek pijnlijke situaties invoelbaar te maken. Haar tweede film Titane bevestigde dat. Ze won er in 2021 de Gouden Palm mee. Op datzelfde festival in Cannes werd Alpha dit jaar een stuk minder goed ontvangen.

Voornaamste punt van kritiek is de aids-allegorie. Dat naamloze virus is duidelijk een metafoor voor hiv. Als het gerucht gaat dat Alpha het heeft opgelopen, wordt ze een paria in haar klas. Ducournau stipt ook even het onderwerp homofobie aan met een paar scènes rond een leraar op Alpha’s school, wiens vriend besmet is. Maar wat zegt ze nou eigenlijk?

Wat vertel je over de aids-epidemie door de ziekte voor te stellen als een andere ziekte? In de jaren tachtig, toen aids nog een taboeonderwerp was waarover nauwelijks films werden gemaakt, was een dergelijke aanpak logisch geweest. In 2025 is het op het eerste gezicht vooral een vreemde keuze. Waarom zou je niet gewoon een drama over aids maken?

Nadenken over die vraag kan interessant zijn. Waarom koos Ducournau voor steen? De versteende lichamen zien er mooi uit, vredig ook. Zoals je zou willen dat de doden eruitzien. Er hoeft geen standbeeld voor iemand gehouwen te worden als diegene vanzelf een standbeeld wordt. Ducournau brengt een ode aan de slachtoffers van een genegeerde epidemie, door een wereld te scheppen waarin ze allemaal hun eigen monument worden.

Het is een mogelijke interpretatie, maar zeker niet de enige. Alpha leidt tot discussies, waarvan de conclusie ook best kan zijn dat Ducournau helemaal niets te zeggen heeft over aids. Maar wat weinig kijkers zullen ontkennen, is dat ze opnieuw een uiterst zintuiglijke film aflevert. Zelden werden texturen, vooral huid en steen, zo voelbaar in beeld gebracht; alsof je er met je hand overheen streelt.

Dat is vaak onprettig, want Ducournau toont een vijandige wereld: stoffig en vies, koud ondanks de warme kleuren van de belichting. Maar ook geloofwaardig liefdevol, met name dankzij drie ijzersterke rollen. De negentienjarige Mélissa Boros maakt de dertienjarige titelfiguur fascinerend met ogenschijnlijk vlak spel: zoals bij alle vrouwenrollen in Ducournaus films blijft er veel te raden over. Tahar Rahim transformeert overtuigend tot junkie zonder een karikatuur te worden. Golshifteh Farahani weet met kleine blikken een hele familiegeschiedenis te suggereren.

Of de inhoud beklijft of niet, Alpha is een bij vlagen meeslepende filmische ervaring, alleen al de moeite waard voor de huzarenstukjes die Ducournau neerzet. Geen bloedvergieten en geweldsuitspattingen, zoals in haar eerdere films, maar wel beklemmende en soms wonderschone sequenties. Hoogtepunt is een nachtelijke scène waarin Alpha meegenomen wordt naar een louche bar. Verwarrend, hard en teder tegelijk; de film in een notendop.