“Die eerste weken voelde ik alleen maar een heel rauwe pijn”
Een paar dagen na het ongeluk vloog Marion naar Israël om alles rondom haar zus te regelen. In die eerste dagen stond ze volledig op scherp. “In die eerste dagen, vlak nadat ik het telefoontje kreeg dat Lieske was vermist, zat ik hoog in de adrenaline”, legt ze uit. “Toen we het nieuws kregen dat ze was overleden, schoot ik direct in de regelstand. Ik voelde een soort haast: wat moet er allemaal gebeuren? Wat kan ik doen?”
Nu de eerste schok langzaam wegebt, merkt Marion hoe diep het verlies haar raakt. “Ik merk dat die haast, die adrenaline waarop ik in eerste instantie voer, iets wegzakt. (…) Die eerste weken voelde ik alleen maar een heel rauwe pijn. Dat heb ik af en toe nog wel, maar het begint wat af te nemen.”
Toch is niets meer zoals voorheen, legt ze uit. “Het verlies van een zus is echt iets fundamenteels, het zit in je botten, in je cellen.” Het idee dat haar gezin niet meer compleet is, doet haar veel verdriet. “Het voelt alsof iets uit mij is weggerukt. (…) Het is raar ineens met z’n vijven te zijn en niet meer met z’n zessen. Twee zussen te hebben in plaats van drie.”
Het verlies beïnvloedt ook haar dagelijkse leven. “Ik merk dat ik angstiger ben. Zonet stond de fotograaf op een bankje op mijn balkon, dan denk ik: pas op, niet vallen. En in het verkeer ben ik ook wat schichtiger. Ik zie overal gevaar.”
Marion probeert haar emoties echter niet te onderdrukken. “Somberheid is geen fijn gevoel, maar ik weet dat je er gewoon mee moet gaan zitten. Je hoeft er niet in te zwelgen, maar je ertegen verzetten helpt niet. Dus probeer ik maar mee te gaan met de stroom.”
Wanneer ze dat niet doet, ‘put ze zichzelf uit’ en gaat ze kopje onder. Tegelijkertijd zijn er ook mooie momenten die haar steun bieden. “Onlangs werd ik bonusoma van mijn bonuskind. Fantastisch. Ik verheug me erop dat kleine hummeltje beter te leren kennen.”