Vogelgriep trof nog nooit zoveel wilde vogels in Europa als dit seizoen. Dat blijkt uit een tussentijds rapport van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) dat maandag verscheen, en nog niet gepubliceerd onderzoek van Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) en het Erasmus MC.
Sinds het begin van dit vogelgriepseizoen, in september, meldde EFSA ruim 1.400 besmettingen onder dood aangetroffen wilde vogels. Dat is meer dan ooit en zelfs twee keer zoveel als in dezelfde periode in rampjaar 2022, toen in totaal 76 Nederlandse pluimveebedrijven geruimd moesten worden.

Zoom in
Onderzoek door het Erasmus MC, een van de weinige laboratoria in Europa waar ook levende vogels worden getest op aanwezigheid van het virus, wijst eveneens op een uitzonderlijk hevig vogelgriepseizoen. Dat bevestigt onderzoeksleider en viroloog Ron Fouchier in reactie op vragen van NRC. Een kwart van de onderzochte levende eenden in Nederland draagt de zeer besmettelijke vogelgriepvariant H5N1 met zich mee. Dat is het hoogste percentage besmette wilde vogels dat ooit is vastgesteld. Het gaat voornamelijk om ogenschijnlijk gezonde, maar besmette eenden.
Het hoge aantal besmettingen verhoogt volgens deskundigen het risico op een nieuwe griepvariant die ook mensen kan besmetten en zou de ongevaccineerde pluimveesector in Nederland op termijn onhoudbaar maken. Woensdagochtend meldde de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) opnieuw besmettingen bij drie pluimveebedrijven in Limburg en Overijssel.
‘Geen goed signaal’
De EFSA spreekt van een „ongekend hoge verspreiding” van het vogelgriepvirus onder wilde vogels en maant tot strikte maatregelen om „verdere verspreiding onder pluimveebedrijven te voorkomen”. Het virus is de afgelopen weken vooral vastgesteld in eenden, ganzen, zwanen en kraanvogels.
„Het is nog iets te vroeg om te stellen dat dit de ergste vogelgriepuitbraak tot nu toe is”, zegt Mónika Ballmann, hoofd Nationaal Referentielaboratorium Aviaire Influenza, die erop wijst dat het vogelgriepseizoen doorgaans tot februari of maart duurt. „Maar het ziet er zeker niet goed uit. Dat het virus zich nu al zo breed verspreidt onder wilde vogels, en door heel Europa, is geen goed signaal”.
Het laboratorium van Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) in Lelystad, dat monsters van dode vogels onderzoekt, is sinds 27 oktober opgeschaald naar de crisisfase, met extra veel testkits en materialen. Was in september nog geen enkel monster positief, sinds 10 oktober schieten de besmetting volgens Ballmann de lucht in. Halverwege november had meer dan de helft van de ingestuurde wilde vogels de vogelgriep. „Het is lastig te voorspellen wat ons nog te wachten staat, maar momenteel gaat het heel snel.”
Wetenschappers weten nog niet hoe het kan dat de uitbraak onder wilde vogels dit jaar zo ernstig is. Ook hier geldt: het is nog erg vroeg in het seizoen om duidelijke conclusies te trekken, maar er zijn wel vermoedens. „De H5N1-virusvariant die nu rondgaat is nagenoeg hetzelfde type dat het afgelopen jaar om zich heen sloeg”, zegt Ballmann. „Er zijn nog geen gekke grote mutaties opgetreden. Deze variant verschilt maar acht aminozuren van het virus van afgelopen jaar. Dat is een heel klein verschil, maar misschien toch net genoeg om zich beter tussen vogels te verspreiden.”
De samenstelling van de wilde vogelpopulatie kan ook een rol spelen, denkt ze. „De laatste grote uitbraak in wilde vogels was in 2023. Elk jaar komen er veel jonge vogels in de populatie, die nog geen immuniteit hebben opgebouwd tegen het virus. Onder de jonge vogels gaat de verspreiding van het virus dan heel snel.”

Zoom in
Varkensstapel
Duitsland is van alle Europese landen tot nu toe het zwaarst getroffen, blijkt uit de cijfers van EFSA, met 909 gedetecteerde besmettingen dit seizoen. Na Frankrijk, waar het virus in 165 vogels werd aangetroffen, volgt Nederland met 78 bevestigde besmettingen. Het totaal aantal besmette vogels is veel hoger, want nog niet alle onderzoeksresultaten zijn met de Europese voedselautoriteit gedeeld en veel dode vogels worden nooit onderzocht; als op één plek meerdere dode vogels worden aangetroffen wordt maar één van de dieren naar het laboratorium gestuurd. „Testen is duur en de kans dat vogels die samen worden aangetroffen stierven aan hetzelfde virus is erg aannemelijk”, zegt Ballmann.
EFSA verwacht dat het aantal besmettingen de komende weken hoog zal blijven en zich naar andere gebieden zal verspreiden als trekvogels hun reis voortzetten. „Tenzij aanvullende maatregelen worden genomen, zal dit waarschijnlijk leiden tot een toename van het virus onder pluimvee”, schrijft EFSA in haar rapport, „evenals een hogere sterfte onder wilde vogels en zoogdieren.”
Als zoogdieren vaker met vogelgriep besmet raken, verhoogt dat het risico op het ontstaan van een griepvariant die ook voor mensen gevaarlijk is.
Wilde eenden als verspreiders
Om goed zicht te houden op hoe het vogelgriepvirus zich verspreidt onder vogels, maar ook tussen diersoorten, is het van belang om ook levende dieren te controleren op besmettingen, zegt Ron Fouchier, hoogleraar Moleculaire Virologie aan het Erasmus MC. Zijn laboratorium onderzoekt zo’n tienduizend levende vogels per jaar. Het Erasmus MC begon daar 27 jaar geleden mee en intensiveerde dat toen het virus in 2005 vanuit Azië via de vogeltrek Europa bereikte. ”Eenden zijn steeds de eerste gezonde vogels waar we het virus aantreffen. Het zijn dat soort langeafstandsmigranten die Nederland binnenkomen met het virus.”
Eenden zijn een geschikte drager, of „vector” van vogelgriep omdat ze het virus vaak overleven, zegt Fouchier. De viroloog deed eerder onderzoek bij zes eendensoorten, waaruit bleek dat een aantal soorten het virus wel verspreidt, maar er zelf geen last van heeft. „De beste vectoren kunnen blijven migreren terwijl ze het virus dragen. Andere vogelsoorten worden gelijk erg ziek. We zien in het veld regelmatig ganzen, zwanen, meeuwen en sterns doodgaan. Het virus springt ook over naar pluimvee. Wij denken dat de bron van al die ellende van de eenden komt.”
‘Ruimen werkt niet meer’
Het hoge aantal besmettingen onder wilde vogels, betekent een bedreiging voor de pluimveehouderij. Vogelgriep weet regelmatig stallen binnen te dringen, met de ruiming van honderdduizenden kippen en kuikens tot gevolg – al meer dan een miljoen sinds 6 oktober. „De sprong naar commerciële bedrijven gebeurt vaak dit jaar”, zegt Ballmann. En haar valt nog iets op: het virus zit niet geclusterd in brandhaarden, maar is in wilde vogels in álle hoeken van het land te vinden.

Kippen worden woensdag geruimd bij een vleeskuikenbedrijf waar vogelgriep is vastgesteld. Sinds vorige maand zijn er weer gevallen van vogelgriep in Nederland en is een landelijke ophokplicht van kracht.
Foto ANP ROB ENGELAAR
Zoom in
Door het hoge aantal besmettingen, is het ruimen van vogels niet langer een logische aanpak. „Vogelgriep is de afgelopen jaren verschoven van een seizoensgebonden probleem naar een doorlopend probleem”, zegt Arjan Stegeman, hoogleraar Gezondheidszorg van Landbouwhuisdieren aan de Universiteit Utrecht. „Besmette vogels zijn er het hele jaar door en kunnen het virus meenemen tijdens hun trek.”
Dat betekent voor de pluimveehouderij in heel Europa dat we dit virus aan het bestrijden zijn op een manier die niet meer past bij hoe het virus zich nu gedraagt, vindt Stegeman. „Ruimen was tot tien jaar geleden een rationele aanpak: het virus verdween daarmee uit de stal en op den duur ook weer uit het land. Nu er constante blootstelling is vanuit de omgeving, werkt die aanpak niet meer.”
Foie gras
De meeste pluimveebedrijven die de afgelopen weken besmet raakten, opereren al op een hoog niveau van bioveiligheid, zegt Mónika Ballmann. En toch weet het virus de bedrijven binnen te komen, via de poep van besmette wilde vogels die onder de laarzen van een medewerker blijft hangen, via besmet water, of via gras, of stro waar besmette eenden contact mee hebben gehad.
„Het meest waarschijnlijk is dat het virus via mensen de stallen binnenkomt’, zegt Ballmann. Het is ook de belangrijkste aanbeveling uit het EFSA-rapport: betere naleving van de veiligheidsmaatregelen door eigenaren en medewerkers van pluimveebedrijven: schoenen en kleding wisselen, handen wassen.
Maar willen we besmettingen onder pluimvee in de toekomst écht voorkomen, dan zit er volgens Stegeman niets anders op dan de dieren massaal te vaccineren. Op dit moment wordt in Nederland geëxperimenteerd met het vaccineren van pluimvee. In Frankrijk worden al wel eenden gevaccineerd om de foie gras-sector te beschermen. „Bij wilde vogels is vaccinatie natuurlijk onmogelijk, maar je kunt wel zorgen dat de verspreiding in pluimveebedrijven stopt.”
„Dat ruimen, daar moeten we op termijn van af”, zegt ook Kees de Jong, voorzitter van de vakgroep pluimveehouderij van LTO Nederland. „Die tijd ligt gewoon achter ons. Het virus zit in de wilde vogels en daar gaat het niet meer weg.”
Vaccineren is de oplossing, erkent De Jong, „maar er is weerstand bij een heel klein deel van de bevolking en bij handelsrelaties in andere landen tegen producten van gevaccineerde dieren.” Maar de alomtegenwoordigheid van vogelgriep zorgt ook in die landen voor een veranderde houding, zegt De Jong. „Onder druk wordt alles vloeibaar. In de VS waren ze bijvoorbeeld behoorlijk kritisch op vaccinaties, maar nu willen ze over onze schouder meekijken hoe wij het doen met het vaccin.”
Geef cadeau
Deel
Mail de redactie
NIEUW: Geef dit artikel cadeau
Als NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Waarom je NRC kan vertrouwen