Dat er vijf jaar geleden mogelijk een extreemrechste terroristische aanslag is verijdeld in Rotterdam dankzij ingrijpen van de Luxemburgse veiligheidsdiensten, kwam deze zomer als een volslagen verrassing. 

Zo bleek dat de gemeente Rotterdam nergens van wist. Dat gold ook voor Nederlandse songfestival-omroep AVROTROS en de overkoepelende NPO. “We zijn hier natuurlijk ontzettend van geschrokken”, zei een woordvoerder van de NPO in juli.

Het proces tegen de nu 23-jarige Alexander H. vindt plaats in de rechtbank in Luxemburg-Stad. Daar hangt hem nu een celstraf van twaalf jaar boven het hoofd.

In datzelfde groothertogdom werd hij in februari 2020 gearresteerd in zijn woning in de plaats Strassen. Dit na waarschuwingen van buitenlandse inlichtingendiensten over een mogelijke bomaanslag. Het songfestival in Rotterdam zelf werd overigens met een jaar uitgesteld vanwege de coronapandemie.

Verdachte Alexander H. was voor zijn arrestatie pas teruggekeerd uit zijn geboorteland Zweden. Daar nam hij volgens justitie deel aan paramilitaire trainingen. Eenmaal thuis in Luxemburg, waar hij nog bij zijn ouders woonde, besteedde hij volgens de aanklagers al zijn vrije tijd aan het plannen van aanslagen en was de geradicaliseerde tiener actief in extremistische groeperingen. 

Contact met Nederlandse jongen

Uit chatgroepen blijkt dat de destijds 18-jarige H. contact had met een minderjarige Nederlandse medewerker die mogelijk betrokken was bij het Eurovisiesongfestival. Deze Florian D. is verhoord door Luxemburgse rechercheurs, maar werd niet aangeklaagd. Ook het Openbaar Ministerie in Nederland meldde nadien dat de jongen ‘geen kwade bedoelingen’ en ‘persoonlijke problemen’ had.  

Dat zou niet gelden voor H. zelf. De Luxemburgse inlichtingendienst is ervan overtuigd dat hij een serieuze bedreiging vormt voor de samenleving. De jonge neonazi zou niet alleen de vastberadenheid hebben om een aanslag te plegen, maar bezat volgens de politie ook de benodigde technische kennis voor het maken van explosieven.

Zo werd in de slaapkamer van de Zweedse scheikundestudent een ‘volledig geïmproviseerd explosief’ gevonden. Net als circa 50 gram van de zeer explosieve stof triacetontriperoxide (TATP) – wat vergelijkbaar is met de hoeveelheid springstof in een militaire handgranaat. Het onstabiele en dus gevaarlijke explosief had hij achtergelaten in de woning van zijn vader en stiefmoeder.

Op zijn laptop zijn documenten gevonden waarin H. omschrijft hoe hij bezoekers van het Eurovisiesongfestival wilde vergiftigen met de zeer gevaarlijke stoffen cyanide of ricine. Om zoveel mogelijk paniek te veroorzaken onder de menigte, wilde hij chloorgas verspreiden via het ventilatiesysteem en zelf explosieven maken, omschreef hij in de documenten.

De jonge Zweed wordt nadrukkelijk gelinkt aan The Base, een in 2018 opgerichte neonazistische terreurgroep die een internationale aanhang heeft. The Base staat sinds begin vorig jaar op de nationale sanctielijst terrorisme en wordt ook in de rest van Europa aangemerkt als een terroristische organisatie.

Terrorismeonderzoeker Jelle van Buuren omschreef de groepering eerder tegenover RTL Nieuws als ‘heftig extreemrechts’. Leden van The Base pleiten voor etnostaten met alleen witte inwoners, bewonderen Adolf Hitler en gebruiken veelvuldig hakenkruizen. Op propagandafoto’s die ze online delen dragen leden kenmerkende maskers waarop schedels staan afgebeeld.

Tijdens de rechtszaak in Luxemburg zijn foto’s vertoond waarop Alexander H. verschillende nazi-uniformen draagt en de Hitlergroet maakt. Ook deelde hij online een video met de titel ‘Schindler’s List Funniest Moments’, waarin scènes van Joodse deportaties en executies werden getoond met op de achtergrond het vrolijke liedje ‘I like to Move it’ uit de kinderfilm Madagascar. H. omschreef zichzelf als een ‘goede Ariër’.

Een rechercheur getuigde tijdens de rechtszaak dat H.. ‘het hoogtepunt van zijn radicalisering’ had bereikt toen hij begin 2020 werd gearresteerd. Deze rechercheur omschreef zijn gedrag tijdens politieverhoren als ‘zeer arrogant’. Ook zou H. een ‘gebrek aan empathie’ hebben getoond en weigerde hij constant om mee te werken.

Een jaar eerder was hij op 17-jarige leeftijd betrokken bij het in brand steken van een nertsenfarm in Zweden. Daarvoor is hij in dat land veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een boete.

‘Gewoon een jongen achter een computerscherm’ 

H. vertelde op de eerste dag van het proces dat hij al sinds zijn jeugd geïnteresseerd is in scheikunde en vuurwerk en zei nooit politiek gemotiveerd te zijn geweest. Nu hij chemische technologie studeert in Stockholm, beweert hij spijt te hebben van zijn extremistische banden.

“Ik was toen 17. Die mensen gaven me een gevoel van respect en erbij horen. Maar ik was afgesloten van de realiteit, gewoon een jongen achter een computerscherm”, zei hij in de rechtbank.