Weinig water gebruiken, kort douchen en zo min mogelijk de wc doorspoelen, dat vraagt het Waterschap Aa en Maas van de Brabanders die hun drinkwater krijgen via de stilgelegde installatie in Haps. En dat zijn maar liefst 90.000 huishoudens. Voor deze mensen is het een tijdelijk ongemak maar wat zegt dit incident over de weerbaarheid van overheidsorganisaties bij een stroomuitval?

Reden tot zorg

Hoogleraar strategie en innovatie Henk Volberda van de Universiteit van Amsterdam onderzocht onlangs nog de weerbaarheid van bedrijven in de Nederlandse Innovatiemonitor 2025.

Bij een stroomuitval stopt 64 procent van de bedrijven direct met functioneren en na 24 uur stroomuitval kan 90 procent van de bedrijven niet meer functioneren, vond Volberda uit. Als het goed is zijn overheidsinstanties weerbaarder, er zouden back up-systemen moeten zijn en goed doordachte scenario’s, maar het incident in Brabant geeft reden tot zorg, volgens Volberda.

Kettingreactie

“Een incident komt nooit alleen. We zien hier een kettingreactie die te maken heeft met water, stroom en met essentiĆ«le voorzieningen van burgers zoals een goed werkende riolering”, vertelt de hoogleraar.

“Dit vindt nog plaats op regionaal niveau, maar stel je het beeld voor van een internet-kabel in de Noordzee die bewust wordt doorgesneden. Dan hebben we nationaal een hele grote ramp. Dit is niet iets wat onmogelijk is.”

Noodaggregaten plaatsen

Waar de directeur Waterketen van het waterschap al van maandag- op dinsdagnacht op de hoogte was van de stroomstoring in de rioolwaterzuivering, zijn de noodaggregaten pas vandaag geplaatst.

Volgens directeur Sabrina Helmyr heeft dat vooral te maken met het ondergelopen terrein dat leeggepompt moest worden. “En dan met name de kelder waar onze stroomvoorziening zat. Het heeft een hele poos geduurd om die met de brandweer samen leeg te krijgen”, vertelt ze. “En daarna konden we het terrein pas echt weer betreden en die noodaggregaten plaatsen.”

‘We zijn stroomafhankelijk’

“We zijn kwetsbaar als maatschappij”, merkt Helmyr door dit incident. “We zijn stroomafhankelijk, dat zijn we met z’n allen. En het is af en toe – de aanleiding is niet zo leuk – maar wel goed om ons dat wel weer bewust te zijn.” Wat het waterschap precies kan leren van deze situatie, vindt de directeur nog te vroeg om te zeggen. “Wij gaan zometeen goed evalueren en kijken waar we nog extra lessen kunnen trekken.”

Volberda wijst op de noodzaak van een nog betere voorbereiding. “We hebben een hele goede stroom-infrastructuur”, vertelt hij. “Alleen moeten we nu meer rekening houden met terroristische aanslagen, hybride oorlogsvoering en extreme weersomstandigheden.”

Scenario’s maken

“Wat de overheid zou moeten doen, is kijken naar vitale infrastructuur, scenario’s maken. Wat doe ik als het internet het een week niet doet? Als bijvoorbeeld men vergif in het water gooit?”, geeft hij als voorbeeld.

“Allemaal dit soort scenario’s moet men uitwerken en daar moet men ook een back up-systeem voor maken, zodat de voorzieningen door kunnen draaien bij problemen. Kennelijk zijn die back up-systemen er nog onvoldoende. Dat laat deze casus wel duidelijk zien.”