•
Vandaag
•
leestijd 2 minuten
•
1185 keer bekeken
•
bewaren
Honderdduizend doden. In Syrië. In Iran. In Irak. En nu in Gaza. We behandelen elk bloedbad alsof het een losstaand incident is. Alsof het “te complex” is om te vergelijken. Maar wie eerlijk kijkt, ziet precies hetzelfde patroon: staten die hun macht verdedigen door hele bevolkingsgroepen tot collateral damage te verklaren.
Burgers als wisselgeld. En een wereld die wegkijkt omdat het geopolitiek zo lekker uitkomt. In Gaza ligt er nieuw, gedegen onderzoek (Max Planck Institute en Centre for Demographic Studies) dat het werkelijke dodental sinds oktober 2023 waarschijnlijk al boven de 100.000 ligt, met een mediaan van ruim 112.000. Dat zijn geen Hamas-cijfers, geen persbureaus, geen schattingen van activisten. Dat is harde demografische wetenschap. En toch gebeurt er niks.
In Syrië werden meer dan 100.000 mensen gebombardeerd of vergast. Anderen ‘verdwenen’. De wereld was even boos, en ging door. In Iran hangen ze demonstranten op na schijnprocessen van een paar uur. In Irak werden onder Saddam honderdduizenden Koerden en sjiieten uitgemoord, en na zijn val ging het gewoon door – straffeloosheid is een gewoonte geworden. En nu Gaza. Weer boven die magische grens van 100.000 burgerdoden.
En weer diezelfde reflex: “Ja maar het is ingewikkeld.” Het is niet ingewikkeld. Het is genormaliseerd. Geen van deze regimes is een uitzondering. Syrië niet, Iran niet, Irak niet en Israël ook niet. Ze profiteren allemaal van hetzelfde mechanisme: zolang je maar de juiste vrienden hebt of de juiste vijand, mag je blijkbaar een hele samenleving wegvagen zonder dat er consequenties komen. Elke keer dat de wereld wegkijkt, schuift de grens een stukje op. En straks is 200.000 ook oké. Gewoon een politieke uitkomst. Dat hoeft niet.
Er bestaat een ander verhaal: dat van mensen die wél voor elkaar zorgen. Van burgerbewegingen, lokale netwerken, zorgzame gemeenschappen. Veiligheid die niet begint bij nog meer wapens, maar bij mensenrechten die niet langer onderhandelbaar zijn, ook niet in oorlogstijd, ook niet onder bezetting.
Dat vraagt concrete stappen: hulp die niet afhangt van wie er aan de macht is, internationaal recht dat burgers beschermt in plaats van staten, mensenrechten die net zo hard gelden als handelsverdragen, en civiele netwerken die overeind blijven als staten falen.
Dat is geen naïef wensdenken. Het is de enige weg die we nog niet echt geprobeerd hebben. Honderdduizend doden zijn geen “context”. Ze zijn geen collaterale bijzaak. Ze zijn een grens. De vraag is niet óf staten die grens overschrijden, dat doen ze al. De vraag is of wij eindelijk de moed hebben om hem te trekken. Genoeg is genoeg.

