•
Vandaag
•
leestijd 4 minuten
•
1360 keer bekeken
•
bewaren
Activist binnen de anti-racismebewegingen, arbeidersbewegingen en vredesbewegingen
Persoon volgen
Brevet van onkunde: Asscher draait om de hete brij heen
De vakbondsbaronnen (elite van bezoldigde bestuurders en managers) vormen het centrum van het conflict binnen de vakbeweging én het belangrijkste draagvlak van Asscher voor zijn neoliberale organisatievisie.
Na zijn rol in de toeslagenaffaire, waar duizenden burgers slachtoffer werden van hardvochtig beleid, dreigt Asscher opnieuw een bestuurlijke misser te veroorzaken, ditmaal bij de FNV.
Zijn voorstellen zijn door het Ledenparlement afgewezen. Dit betekent dat er in de ledenachterban nauwelijks draagvlak is. In plaats van gesprek, stapt hij naar de Ondernemingskamer om meer bevoegdheden, zodat hij zijn koers met macht alsnog kan doordrukken.
De Ondernemingskamer behandelt aanstaande vrijdag zijn verzoek. Meer bevoegdheid voor Asscher wordt gezien als het einde van een volksvakbond.
Als extern toezichthouder presenteert hij een diagnose waarin de vakbond “onbestuurbaar” zou zijn door onduidelijke rollen, verlammende bevoegdheden en een gebrekkige structuur. Die analyse is misleidend: de door hem benoemde problemen komen niet voort uit structuur, maar doordat de werkorganisatie haar oorspronkelijke doelen en taken voorbij is geschoten.
Statuten creëren geen wantrouwen, mensen doen dat. Machtsspelletjes ontstaan niet door formele regels, maar door actoren. Door gedrags- en cultuurproblemen als structuurfouten te framen, verschuift Asscher de echte oorzaken naar een institutionele hertekening.
De huidige FNV-structuur is complex, maar niet uitzonderlijk. Rollen en bevoegdheden zijn kristalhelder. Het Ledenparlement is het hoogste orgaan met een sector overstijgende functie; het bestuur werkt binnen zijn mandaat; sectorraden hebben afgebakende verantwoordelijkheden.
Trage besluitvorming en onderling debat zijn kenmerken van een participatieve democratie. Asscher beoordeelt deze democratische kenmerken door de bril van een top-down, marktgericht bestuursmodel. Daarmee botst zijn analyse fundamenteel met de historische kern van de vakbeweging.
De oorsprong van de problemen ligt niet in de structuur, maar in de interne dominantie van vakbondsbaronnen tegenover leden en hun vertegenwoordigers. Zijn analyse omzeilt deze kern en stelt voor de organisatie verder te centraliseren, ledeninvloed te marginaliseren en de macht van de werkorganisatie te versterken, in plaats van te kiezen voor democratische versterking.
De FNV kent circa 19.000 kaderleden. Dit zijn democratisch gekozen vrijwilligers die het hart van de vakbeweging vormen en de basis van het vakbondswerk op de werkvloer zijn. Zij participeren in netwerken en landelijke sectorale campagnes en vormen onbezoldigd het Ledenparlement. Zij voeren een immense strijd tegen de vakbondsbaronnen om de stem van de leden te laten gelden. Het is een ongelijke strijd, waarin de werkorganisatie fulltime alle middelen van de bond kan inzetten.
Die werkorganisatie is gestaag dominanter geworden en heeft zich boven de ledenstructuur geplaatst.
In de praktijk worden kaderleden gemarginaliseerd: zij worden door bezoldigde vakbondsbaronnen op het matje geroepen, gedisciplineerd en soms zelfs weggestuurd. Volgens tal van signalen gaat het inmiddels om honderden leden en kaderleden.
Dit is de wereld op zijn kop: in plaats van dat de werkorganisatie de gekozen leden en hun vertegenwoordigers dient, stuurt zij hen aan, beperkt hun invloed en schroomt zij niet om hen aan de lopende band te diskwalificeren.
Het plan van de toezichthouders “Voor de toekomst: een sterke FNV!” schuift in de richting van verdere zakelijke centralisatie:
- het Ledenparlement wordt vervangen door een Bondsraad, opgebouwd via sectorraden in plaats van direct gekozen vertegenwoordigers;
- een Raad van Toezicht krijgt de werkgeversrol en benoemt én ontslaat bestuurders;
- de voorzitter wordt niet langer via een bindend ledenreferendum met meerdere kandidaten gekozen, maar door de Raad van Toezicht geselecteerd, met slechts een raadplegend referendum;
- voor de eerste benoeming wordt zelfs dat referendum afgeschaft.
Leden hebben volgens Asscher nog “het laatste woord”, maar niet langer “alle woorden tussen het eerste en het laatste woord”. Dat is de kern van zijn model: leden legitimeren, maar sturen niet meer.
In de nieuwe structuur wordt democratische invloed ingeruild voor outputlegitimatie: bestuurders worden beoordeeld op prestaties, geselecteerd door een toezichthoudend orgaan zonder direct ledenmandaat.
Draagvlak
De gang naar de Ondernemingskamer is geïnitieerd door FNV Personeel (interne vakbond). De medeondertekenaars van het verzoek bestaan grotendeels uit medewerkers die tevens lid zijn van de FNV en met dubbele petten manoeuvreren. Zo ontstaat een misleidend beeld van draagvlak. In werkelijkheid is de gang naar de rechter slechts een machtsinstrument om de dominantie van de werkorganisatie te formaliseren en ledeninvloed te marginaliseren.
Asschers inzet zal de dominante werkorganisatie en de vakbondsbaronnen, die systematisch de leden en hun democratisch gekozen vertegenwoordigers marginaliseren, verder versterken en bevestigen in hun positie. Zo verdwijnt de ziel uit de vakbeweging.
De werkelijke oplossing ligt in herstel van democratie door de leden en hun vertegenwoordigers weer centraal te zetten en de werkorganisatie terug te brengen tot haar oorspronkelijke, bescheiden rol: dienend en ondersteunend, niet sturend en dominerend. Leden die deze standpunt verkondigen worden geconfronteerd met karaktermoord en een out of the system mechanisme.
