De huiskat heeft zich trager over de wereld verspreid dan werd aangenomen, zo blijkt uit nieuw onderzoek in Europa en China. De kittige tamme muizenvanger (Felis catus) kwam niet al 6.000 jaar geleden mee naar Europa met vroege landbouwers uit het Midden-Oosten, zoals tot nu toe werd gedacht. Nieuwe dna-analyses van moderne katten én van 87 fossiele katten uit Europa en Anatolië maken het veel waarschijnlijker dat de eerste huiskatten pas in het eerste millennium voor Christus voet op Europese bodem zetten. De oudst bekende huiskat uit Europa stamt uit de eerste eeuw v.Chr en is gevonden in een Romeins fort aan de Donau, in het Oostenrijkse Mautern. De oudere katten blijken allemaal wilde Europese katten (Felis sylvestris).
Uit het eerste millennium v.Chr zijn weinig kattenfossielen bekend, de onderzoekers vermoeden dat de Oostenrijkse kat niet de eerste in Europa zal zijn geweest. Het lijkt erop dat de Romeinen de katten over Europa hebben verspreid, mogelijk vanuit Noord-Afrika. Het onderzoek onder leiding van de Italianen Marco De Martino en Claudio Ottone (beiden Universiteit van Rome) is deze week gepubliceerd in Science.
Uit een heel ander, eveneens deze week gepubliceerd onderzoek, in Cell Genomics, blijkt dat ook in China de huiskat pas laat arriveerde: vanaf de achtste eeuw na Christus, waarschijnlijk als begeleider van karavanen langs de Zijderoute. De oudst bekende Chinese huiskat (uit ca. 730 na Chr.) is gevonden in Tongwancheng, een knooppunt van de Zijderoute in Noordwest-China (750 km van Beijing). Genetisch is duidelijk dat deze kat uit het Midden-Oosten komt. Ook halverwege de Zijderoute, in het Kazachstaanse Dzhankent, is al eens een huiskat gevonden, uit iets latere tijd (ca. 775–940 na Chr.). Uit dna-analyse van de Tongwancheng-kat konden de onderzoekers verder afleiden dat hij of zij waarschijnlijk een cyperse vacht had, met witte vlekken. Treffend is dat als in de negende eeuw de oudst bekende kattentekening in China opduikt (in de tombe van Zhao Yi in Anyang) een kat met witte vlekken wordt afgebeeld.
Lees ook
De allerlaatste Iriomote-katten moeten niet onder een auto komen

Die relatief late aankomst in China betekent niet dat Chinese landbouwers voordien zonder jagers op ratten en muizen zaten. Een onverwachte wending in het Cell Genomics-onderzoek van in totaal 22 fossiele kattenbotjes uit heel China, is dat tussen 5.400 en 2.200 jaar geleden exemplaren van de Bengaalse tijgerkat (Prionailurus bengalensis) kind aan huis blijken te zijn geweest bij Chinese boeren. Het is helaas niet duidelijk in hoeverre deze kleine katachtige, met drie tot zeven kilo niet zwaarder dan een huiskat, was gedomesticeerd. Dat is een proces dat gepaard gaat met genetische veranderingen, veel tammer gedrag en meestal ook kleinere hersenen, en dat was niet af te leiden uit de botten of het onderzochte dna.
9.500 jaar geleden op Cyprus
Alle huidige huiskatten stammen af van de wilde Felis lybica lybica (de Afrikaanse wilde kat, die ook in het Midden-Oosten voorkomt). En al twintig jaar geldt de archeologische vondst van een kattenskelet in een Cypriotisch mensengraf van 9.500 jaar oud als het begin van de kattendomesticatie, maar in werkelijkheid kan dat skelet evengoed van een wilde kat afkomstig zijn. Het is moeilijk om botten van een wilde kat te onderscheiden van die van een huiskat.
Onmiskenbaar speelt de huiskat een gedomesticeerde rol in Egypte vanaf ongeveer 3.500 jaar geleden. De huiselijke kattentafereeltjes op de schilderingen in graftombes kunnen maar één ding betekenen. Ze eten er vis onder de eettafel en jagen achter muizen aan. De Egyptische godin Bastet heeft een kattenlichaam. Er zijn aanwijzingen in Egyptische kattenbegravingen dat de domesticatie er misschien al 6.000 jaar geleden begon.
Die vroege kattenliefde in Egypte gaf aanleiding tot het idee dat de kat wel met de verspreiding van de landbouw over de wereld zou zijn gegaan. Het is ook aannemelijk dat kat en mens elkaar gevonden hebben omdat mensen last hadden van ratten en muizen die hun graan opaten, en katten konden dat ongedierte uitstekend bejagen. Of die functie ook de eerste verspreiding heeft bevorderd is nu de vraag. Uit recent onderzoek van de verspreiding van kippen over de wereld bleek bijvoorbeeld dat de eerste verspreiding vaak om religieuze redenen gebeurde of vanwege de kip als statusobject. Dat kan met de kat ook zijn gebeurd, schrijven de onderzoekers nu zowel in Science als Cell Genomics.
Lees ook
Naast de watermeloenen, op daken van auto’s, in de moskee – in Istanbul zitten overal katten

In een commentaar in Science prijst de kattenkenner en evolutionair bioloog Jonathan Losos het nieuwe onderzoek, maar hij waarschuwt ook voor de gaten die nog altijd in de kennis van de huiskatevolutie bestaan. Niet alleen zijn er nog steeds zeer weinig genetische gegevens over katten van tussen 4.000 tot 2.000 jaar geleden, zéker uit Afrika en het Midden-Oosten. Een paar nieuwe genomen uit die tijd kunnen de analyse ineens weer omgooien. En ook is de vraag: hoe passen in de nieuwe analyse de toch behoorlijk oude kattentekeningen uit Griekenland en Italië? Bijvoorbeeld van een kat die achter een eend aanjaagt, afgebeeld op een 3.600 jaar oude Griekse dolk? Maar dat kan ook een wilde kat zijn. Of het beeld is een kopie van een Egyptisch origineel.
Geef cadeau
Deel
Mail de redactie
NIEUW: Geef dit artikel cadeau
Als NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Waarom je NRC kan vertrouwen