Bekijk artikel in krant

Walter van den Berg: Zanger Ronald zingt de blues. Hollands Diep, 160 blz. € 23,99

Dit jaar ging de Booker Prize naar een roman over een man die zó weinig zei dat je je kon afvragen of er wel iets in hem omging. Had hij überhaupt gevoel? Dat schrijver David Szalay van zijn hoofdpersoon toch iemand wist te maken om wie je ging geven, kwam door het stille spel, doordat István bijvoorbeeld wel degelijk betekenisvolle relaties wist te ontwikkelen en dan misschien niet bijster veel reflecteerde, maar wel iets dééd – en doordat hij zich in dat handelen toonde. Je zag István doordat Szalay hem goed en eerlijk bekeken had.

Walter van den Berg (1970) is een van Szalays overtuigendste verwanten in de Nederlandse literatuur. De mannen in diens werk moeten ook niks hebben van gevoelens, of in elk geval niet van het gezeik erover. Wat meteen al een duidelijk verschil is met de gedempte István: áls er gevoeld wordt, dan ontvlamt de pissigheid meteen bij de mannen van Van den Berg. Gevoeld wordt er dus wel degelijk, en gesproken ook – maar wat zeggen ze precies? Wat is het gevoel dat onder de woorden ligt?

Zie dit dialoogje tussen Ron en zijn lover Millie. Hij kwam naar haar toe om een ernstig gesprek te voeren, maar zij neemt de regie over door te vertellen dat ze tussen hen iets mist. „Ik weet het niet, er zit zo weinig in.” Hij: „Waar zit weinig in?” Zij: „In jou. Er komt nooit iets uit.” Hij: „O.” Zij: „Ik dacht eerst: stille wateren hebben diepe gronden.” Waarop Ron knikt. Zij weer: „Maar die diepe gronden komen maar niet.” Hij: „Ja jezus, zeg ik. Ik kom hier voor een beetje gezelligheid en dan krijg ik dit.” Maar ja, ze zegt het gewoon zoals het is. „Ik heb het hart op de tong.”

Maar Ron zelf dus niet, al denkt hij misschien dat hij zijn woordje wel klaar heeft. Maar wat zegt hij nou eigenlijk precies? Dat wordt op de dag waarop het hele verhaal van Zanger Ronald zingt de blues zich afspeelt steeds meer de vraag. Noodgedwongen, door de omstandigheden. Hij heeft die ochtend te horen gekregen dat hij dood zal gaan aan kanker.

Benefiet

Eerst probeert hij daar nog omheen te leven („Mij pakken ze niet”, is de eerste zin van de roman), maar zijn makker Joop besluit dat hij er toch wat mee moet. Erover vertellen aan Millie, bijvoorbeeld. En ook aan zijn zoon. En misschien kan hij een benefiet houden, een concert, een feestje, vanmiddag in de buurtkroeg, want Ron is volkszanger en als de mensen dat tragische nieuws horen, trekken ze vast hun portemonnee voor hem. En kende hij Marco Borsato niet?

Joop neemt hem op sleeptouw door Amsterdam, en dan vooral langs de oevers van de Sloterplas en de nieuwbouwwijken van stadsdeel Nieuw-West, want dit is dezelfde Ron als de eerdere Ron uit Van den Bergs oeuvre: namelijk de broer van schrijver Cor in West (2007) en ook in Schuld (2016), waarmee Van den Berg doorbrak en de shortlist van de Libris Literatuur Prijs haalde. Een geweldige roman was dat, over hoe de levens van een groep (vooral) mannen in een volkse, armetierige omgeving getekend en gekneveld werden door schuld: door verantwoordelijkheden die ze nauwelijks kunnen dragen, door openstaande rekeningen.

Van Ron stond er ook nog een rekeningetje open, zo blijkt in Zanger Ronald zingt de blues, al hoef je Schuld niet paraat te hebben om dat te kunnen volgen. Zoveel gevoel als Van den Berg in zijn dialogen weet te leggen, zo bondig en fijntjes verwerkt hij die voorgeschiedenis. Over de jonge Ron die jarenlang z’n stiefvader z’n moeder zag slaan, tot hij hem zelf eenmalig en definitief het huis uit mepte; het verschafte hem een identiteit als vrouwenbeschermer, wat uiteindelijk leidde tot een incident met een marinier en een paar jaar cel.

Bekende materie voor wie Schuld las, al komt er over die gebeurtenissen nog iets nieuws aan het licht – al is dat meer zo voor Ron dan voor de lezer. Van den Berg hernam dus zijn personages en hun verhalen, zoals zijn hele oeuvre put uit dezelfde bron, en terecht, want die bron blijkt onuitputtelijk, waaruit hij telkens weer iets nieuws kan bovenhalen en neerzetten, ook nu weer. Het nieuwe drama, Rons aangezegde dood, brengt een nieuwe dynamiek, namelijk de urgentie om toch wat meer dingen uit te spreken. Zij het niet van harte. „Ik ben allang met mezelf in het reine. Al jaren”, beweert Ron. Denkt Ron.

Levendig en overtuigend

Het knappe van Van den Bergs proza is dat er meer aan de hand is met deze personages, zonder dat daar opzichtige geheimzinnigheid of verteltrucs voor nodig zijn. Met een zekere argeloosheid lees je de dialogen, het ogenschijnlijke geklets, van de mannen (en een aangewaaide vrouw) in Joops busje, veel branie maar kleine hartjes, terwijl die autorit in feite een rite de passage of Werdegang is. Die vermenging van naturel en betekenisvol, een gewichtig gebeuren in pretentieloze taal, maakt het proza levendig en overtuigend – omdat de personages levendig en overtuigend zijn.

Ron verraadt zich als iemand die misschien iets te veel blijft hangen aan de oppervlakte van zijn woorden, van zijn praatjes. Hij noemt zich een echte vrouwenbeschermer omdat hij een „heel sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel” heeft, maar hij wil niet doen wat er van hem wordt verwacht omdat hij dan „in de weerstand schiet” en hij wordt nog gepijnigd door zijn rol bij de dood van zijn vader, omdat hij hem „had willen dragen”. Maar wat zegt hij daar nu precies mee?

Op die vraag komen de gesprekken in deze roman neer, bijvoorbeeld met zijn schrijvende broertje. „Wat deed dat met je?” vraagt Cor, als Ron vertelt dat hij laatst een ex-partner zag rijden. Ron doet dat af als een „wijvenvraag”, maar blijft hij wegkomen met die stoerdoenerij? Zanger Ronald zingt de blues drukt hem langzaam maar zeker met zijn neus op de feiten, die hem voorbij zijn aannames dwingen te kijken – over zichzelf, en over wat hij de wereld over zichzelf denkt wijs te maken. Waarbij één opmerking van Joop met name blijft hangen: „Mensen zoals wij, Ron, mensen zoals wij zijn te stom om door te hebben hoe stom we zijn, en daarom denken we dat soort dingen.”

Ron verwijt Cor hun levens te misbruiken voor zijn boeken om er „rijk” mee te worden („Schrijvers zijn rijk”, denkt hij, jaja). Zanger Ronald zingt de blues laat zien dat het schrijven Cor misschien een andersoortige rijkdom bracht waar mensen zoals Ron ook iets aan zouden kunnen hebben. Namelijk: voor schrijven is echt goed en eerlijk kijken nodig, en daarmee echt goed en eerlijk voelen. Walter van den Berg kan dat én krijgt zijn hoofdpersoon, stuurs tegenstribbelend, uiteindelijk ook zover om de waarde daarvan te erkennen. Het is ontroerend om dat mee te maken.

Lees ook

ChatGPT doet niet aan oude ellende, dus zal nooit een goede romanschrijver worden

ChatGPT doet niet aan oude ellende, dus zal nooit een goede romanschrijver worden

Geef cadeau

Deel

Mail de redactie

NIEUW: Geef dit artikel cadeau
Als NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Waarom je NRC kan vertrouwen