Crisis, epidemie, noodtoestand – het zijn woorden die we regelmatig horen als het gaat over de mentale gezondheid van jongeren. Jongeren zouden sneeuwvlokjes zijn, die bij de minste of geringste tegenslag uit het veld zijn geslagen. Ze worden opgejaagd door prestatiedruk en ervaren chronische stress. Ze zijn verslaafd aan sociale media en gaan gebukt onder zorgen over het klimaat, oorlog en huisvesting. Sommige collega-wetenschappers leggen de hele generatie de diagnose angststoornis op.

Levi van Dam is hoogleraar Veerkrachtig Opgroeien aan de Universiteit van Amsterdam.

Zoom in

Jim van Os is hoogleraar Psychiatrie aan het UMC Utrecht en King’s College in Londen.

En toch behoeft het beeld dat de mentale gezondheid van jongeren de afgelopen jaren is ingestort nuancering. Grootschalige studies waarin wordt gekeken hoe vaak psychische stoornissen voorkomen, dat het percentage jongeren met zo’n stoornis de afgelopen dertig jaar wereldwijd nauwelijks is toegenomen – sommige studies tot aan de coronapandemie.

Het aantal jongeren dat naar eigen zeggen ‘niet goed in hun vel zit’, is wél sterk gestegen. We hebben het dan over zelfrapportages: vragenlijsten over hoe jongeren zich voelen. Zulke instrumenten meten niet of iemand een stoornis hééft, maar hoe iemand zijn eigen welzijn beleeft. Die instrumenten meten vooral hoe goed je signalen van stress en angstige gevoelens bij jezelf herkent en of je je weleens somber voelt. Dat deze mentale klachten iets anders zijn dan een psychiatrische stoornis, is cruciaal en wordt vaak over het hoofd gezien.

De toename in zelfgerapporteerde klachten zegt dus misschien niet dat jongeren mentaal vastlopen, maar dat ze betere woorden hebben gevonden voor hun gevoelens. Dat is geen zwaktebod, maar een teken van bewustzijn. Jongeren weten eerder wat er speelt en durven het te benoemen. Dat is winst.

Adequate respons

Het zou dan ook kunnen dat we getuige zijn van een culturele paradigmaverschuiving. Waar eerdere generaties hun angsten en somberheid verborgen, spreken jongeren daar nu openlijk over.En de toename van psychische stoornissen tijdens de coranapandemie betrof vooral depressie en angst: een adequate respons op een spannende tijd?

De nieuwe openheid kan overkomen als een toename van mentale ziektes, maar het kan ook gaan om een toename van expressie. Jongeren slaan geen alarm uit paniek, maar uit bewustzijn. Ze weten dat mentale gezondheid erbij hoort, net als lichamelijke gezondheid. Dat is geen crisis; dat is emancipatie.

Natuurlijk is er nog ongelijkheid, armoede en prestatiedruk, maar het totaalbeeld is genuanceerder dan het huidige crisisnarratief doet vermoeden

Die emancipatie sluit aan bij data over de ontwikkeling van jongeren in bredere zin, die eerder suggereren dat er sprake is van vooruitgang dan verval. Het aantal schooluitvallers is in Nederland sinds 2010 gedaald. De jeugdwerkloosheid neemt af. Er is al jaren een dalende lijn in jeugdcriminaliteit. En ook ernstige jeugdtrauma’s – van huiselijk geweld tot seksueel misbruik – komen volgens Amerikaanse en Europese cijfers minder vaak voor dan twintig jaar geleden.

Dat zijn geen kleine verbeteringen. Ze wijzen erop dat jongeren, ondanks de vele uitdagingen, opgroeien in een samenleving die veiliger, inclusiever en kansrijker is dan voorheen. Natuurlijk is er nog ongelijkheid, armoede en prestatiedruk, maar het totaalbeeld is genuanceerder dan het huidige crisisnarratief doet vermoeden.

Niettemin kregen nooit eerder zoveel jongeren professionele psychische hulp als nu. In 2000 ging het in Nederland om 1 op de 27 kinderen, vandaag de dag gaat het om . In Engeland krijgt inmiddels jongeren een vorm van jeugdhulp. Als we niet oppassen, gaan we in Nederland ook die kant op. Dat kunnen we niet aan: de jeugdhulpkosten zijn sinds 2015 en het personeelstekort is schrijnend.

Aan-uitknop

Ondanks die grote toename in psychologische behandelingen, zien we geen daling van het aantal kinderen en jongeren dat zegt psychische klachten te hebben. Hoe kan dat?

Een verklaring is dat meer zorg ook meer bewustzijn creëert. Hoe beter we leren praten over mentale gezondheid, hoe meer mensen zich herkennen in klachten die worden besproken. Dat is op zichzelf geen probleem, zolang we niet elk menselijk verdriet als ziekte labelen. We moeten dan ook af van de tweedeling tussen ‘ziek’ en ‘gezond’. Mentale gezondheid is geen aan-uitknop, het is een schommel waarop je balanceert. Iedereen kent perioden van stress, verlies of onzekerheid. De vraag is niet of je problemen zult tegenkomen, maar hoe je ermee omgaat wanneer dat gebeurt.

In plaats van uitsluitend te focussen op stoornissen, kunnen we beter onderzoeken wat jongeren mentaal veerkrachtig maakt. Welke sociale, emotionele, existentiële en maatschappelijke factoren houden hen overeind? Hoe dragen familie, school, gemeenschap en betekenisgeving bij aan hun herstelkracht? In die zin zijn jongeren vandaag misschien niet zieker, maar juist beter verbonden – met hun gevoelens, hun vrienden en met een taal om over innerlijke ervaringen te spreken.

Dit betekent niet dat we achterover kunnen leunen. Mentale klachten bij jongeren bestaan, en de nood is voor velen reëel. Maar de vraag is welke behoefte zij verwoorden. Behandeling bij een therapeut? Of erkenning van de klachten die ze ervaren? Soms kunnen de woorden die jongeren gebruiken, verwarrend zijn. Het is net als bij pubers die elkaar verwijten ‘autistisch’ te zijn, als ze – eindelijk – hun kamer netjes opruimen. De psychiatrische labels hebben ze via TikTok hun dagelijks leven ingeswiped. Kortom: begrijpen wat jongeren bedoelen, vraagt om stilstaan en doorvragen.

Lees ook

‘Kinderen zijn kwetsbaar en onbeschermd online’

Illustratie Getty Images

Geef cadeau

Deel

Mail de redactie

NIEUW: Geef dit artikel cadeau
Als NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Waarom je NRC kan vertrouwen