Elke filmfanaat kent Michael Bay. Zijn naam staat inmiddels synoniem voor overdreven spektakel, exploderende auto’s en rondvliegende brokstukken. Hij heeft dan ook een onmiskenbare visuele stijl, die ook wel ‘Bayhem’ genoemd wordt. Dit past soms goed, andere keren heel wat minder…
Bay heeft de nodige bombastische blockbusters gemaakt. Denk bijvoorbeeld maar aan Bay Boys, 6 Underground en natuurlijk de Transformers-franchise. De regisseur geeft dan ook duidelijk de voorkeur voor actie en explosies in plaats van diepgaande personages of sterke verhalen.
Anders
Dat is misschien maar goed ook, want verschillende projecten die hij bijna regisseerde, bleken uiteindelijk klassiekers te worden, waarschijnlijk juist omdat ze niet in zijn handen belandden. Zo onthulde Bay dat hij bijna de iconische actiefilm Speed maakte.
Zo zei Bay zelf al eerder: “Het had niet veel gescheeld of ik had die film gemaakt. Uiteindelijk ging deze naar Jan de Bont, die er iets heel moois van maakte”. Daar blijft het niet bij. Bay werd ook benaderd voor Saving Private Ryan.
Gelukkig niet
Uiteindelijk ging deze naar Steven Spielberg, die er een van de beste oorlogsfilms aller tijden van maakte. Dit pareltje won dan ook maar liefst vijf Oscars. Bay erkende zelf dat hij deze nooit zo goed had kunnen maken.
“Ik had dat nooit beter kunnen doen. Toevallig ging er enkele jaren later weer een grote oorlogsfilm aan mijn neus voorbij, namelijk ‘Black Hawk Down’. Ridley Scott mocht deze echter voor zijn rekening nemen en dat is maar goed ook. Het was fantastisch wat hij wist neer te zetten”.
En nog een
Het bleef echter niet alleen bij grootschalige producties. Rond 2000 werd Bay zelfs genoemd als regisseur van Phone Booth, met Will Smith in de hoofdrol.
Uiteindelijk werd het een compacte thriller van Joel Schumacher met Colin Farrell, precies de intimiteit die Bays aanpak waarschijnlijk nooit had toegelaten.