Dat komt neer op een landelijke stijging van 540.000 naar 551.000 mensen die onder de armoedegrens leven. Een verklaring voor de toegenomen armoede is het wegvallen van de energietoeslag. Die zorgde in voorgaande jaren nog voor minder armoede. Daartegenover staat dat het kindgebonden budget voor gezinnen hoger werd.
Meeste armoede in gemeente Groningen
In onze provincie is de armoede het grootst in de gemeente Groningen. In Stad steeg het aantal mensen dat in armoede leeft van 4,9 naar 5,8 procent. Dat is bijna het dubbele van het landelijke gemiddelde.
Ook in Oost-Groningen is de armoede toegenomen, vooral in de gemeente Pekela (van 3,6 naar 4,7 procent) en de gemeente Oldambt (van 3,3 naar 3,8 procent). In veel andere gemeenten ligt het aantal mensen onder de armoedegrens in de buurt van het landelijk gemiddelde.
Alleen in de gemeente Westerkwartier lag de armoede ruim onder het gemiddelde Daar houdt 1,6 procent van de mensen te weinig geld over voor zijn boodschappen.
Nieuwe definitie van armoede
Sinds vorig jaar worden de armoedecijfers niet alleen meer berekend op basis van het inkomen. Er wordt ook gekeken naar vaste uitgaven voor basisvoorzieningen zoals huur en energie. Als daarna te weinig geld overblijft voor boodschappen en kleding, is iemand volgens de armoededefinitie arm.
In oktober spraken Groninger gemeenten zich al uit tegen de armoededefinitie, omdat zij de afnemende armoede niet herkenden. Zo stelde de gemeente Veendam destijds dat de nieuwe definitie leidt tot ‘mooiere cijfers’ die ‘de omvang van het probleem verhullen in plaats van hem zichtbaar te maken’.
Lees ook:
– Groninger gemeenten: ‘Den Haag doet amper iets tegen armoede’