Voor Marco Seelbach (50) staat Kerst in het teken van de amaryllis. 120 dozen met elk 15 stelen. Iedereen wil ze. Rode, witte, gevlamde. Maar vooral de rode. Ze gaan nog sneller dan de traditionele eucalyptus, de takken met katjes en het kerstgroen.
Logisch, zegt hij in zijn grote bloemenkraam op een pleintje tussen de Rotterdamse wijken Kralingen en Crooswijk. Kerst is rood en wit. Zelfs als hij nu voor een dubbeltje de bos gele tulpen op de veiling kon krijgen, zou hij het niet doen. Zeg nou zelf, zou jij nu géle bloemen in huis willen?
Om kwart voor vier in de ochtend gaat zijn wekker. Om vijf uur is hij op de veiling in Rijnsburg. Je kan ook later komen en alvast online bieden op basis van foto’s. En Seelbach weet echt wel welke kwekers kwaliteit leveren. Toch ziet hij het liever in het echt. „Ze fotograferen altijd de mooiste bak.” Hij wil voelen: zijn de stelen stevig en sappig of slap en zompig?
En dan? Bieden. Dat vindt hij het leukste. Niet meteen. De chique bloemenzaken kopen drie dozen rode amaryllissen en drie dozen witte en betalen de hoofdprijs. Seelbach neem veel meer af en betaalt dus minder. Dan kan de prijs in de kraam naar beneden. En gaat de handel snel. Hij wil rammen, rammen.
Jong volk is niet te porren. Ze hebben een waslijst aan wensen. Op zaterdag zijn ze moe na het stappen
Inladen, terug naar Rotterdam. Om zes uur de kraam opbouwen. Twee tentdakken van 120 kilo. Boeketten draaien, stampen, stampen. Vroeger was een boeket een cadeau. Een bosje roosjes met gipskruid. Tegenwoordig willen mensen ook voor zichzelf een boeket. Een plukboeket liefst. Hoog, laag, groot, klein, kleur. Veel kleur. Thuis moet het zo in de vaas kunnen.
Altijd staat er een rij, op zaterdag een lange. Dan komen ook mannen, die kiezen altijd een groot boeket. Waarom? Geen idee. Die willen geen kutbossie. Doe díe en díe. Een voor mijn moeder en een voor mijn schoonmoeder.
En dan valt Seelbach even stil. Hij gaat stoppen. De dag voor Kerst is zijn laatste. Moeilijk, dat wel. Zijn oma begon ooit deze plek op de Vlietlaan. Haar twee zoons breidden dat flink uit. En Seelbach’s bloemenhandel op het pleintje draait als een tierelier.
Maar waarom stopt hij dan? Hij heeft te weinig personeel. Kijk, wijst hij. Daar staat zijn zus boeketten te maken. Ze loopt jaar in jaar uit stelen te knippen, knippen, knippen tot de zenuwen in haar hand bekneld raakten. Bloemistenkwaal. Ze is geopereerd, maar haar handen blijven stijf. En dat is zijn nicht. Ze heeft een zoon die extra zorg nodig heeft, dus werkt ze parttime. En de man die bloemen inpakt en afrekent heeft trombose benen.
Jong volk heeft hij nodig. Maar die zijn niet te porren. Áls ze willen komen, hebben ze een waslijst aan wensen: maximaal twintig uur per week en niet op zaterdag. Want dan zijn ze moe na het stappen. Maar dat is juist de drukste dag. Of ze vinden het te koud. Koud? We hebben al járen niet meer kunnen schaatsen.
En nu? Seelbach gaat op de knijperauto. Zand, stenen, hekken ophalen en wegbrengen. Zijn maten doen dat ook. Gezellig. Op vrijdag kan hij mee een paar biertjes drinken. Hij hoeft de volgende dag toch niet meer allejezus vroeg zijn bed uit.

De bloemenkraam van Marco Seelbach.
Zoom in
Sheila Kamerman doet wekelijks ergens vanuit Nederland verslag
Geef cadeau
Deel
Mail de redactie
NIEUW: Geef dit artikel cadeau
Als NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
De journalistieke principes van NRC