Digitalisering onthulde gemiste, maar cruciale notitie

Toen de Poolse wetenschapper Nicolaas Copernicus kort voor zijn dood in 1543 De revolutionibus orbium coelestium publiceerde (in het Nederlands: Over de omwentelingen van de hemellichamen), keerde hij het heelal helemaal binnenstebuiten.

In het boek, gebaseerd op vroege wetenschappelijke waarnemingen van de hemellichamen, plaatste hij de zon in het centrum van ons heelal – en niet de aarde, zoals de almachtige katholieke kerk in die tijd beweerde.

Copernicus had zijn theorieën in geavanceerde wetenschappelijke taal geschreven en de eerste oplage van 400 boeken raakte niet eens uitverkocht. Maar onder toonaangevende Europese astronomen ontketende het boek een stille revolutie en maakte het de weg vrij voor latere wetenschappers als Kepler en Galileo.

Toen het in 1566 in Bazel werd herdrukt, werden er waarschijnlijk ongeveer 500 exemplaren van uitgegeven, waarvan er slechts 325 bewaard zijn gebleven.

Een van die exemplaren is nu teruggevonden in de universiteitsbibliotheek van Lund.