Wouter Gudde probeert als interim-voorzitter van Burton Albion orde te scheppen in een club die is vastgelopen in een investeringsgolf vol chaos. Na zijn vertrek bij FC Groningen belandde hij in de Engelse League One, waar hij een selectie aantrof met 23 nieuwelingen, miljoenenverliezen en dreigende degradatie. “Het was hier Mislintat-XL”, zegt hij over het desastreuze aankoopbeleid tegenover Voetbal International.

De overgang van Groningen naar het bescheiden Pirelli Stadium in Engeland markeert een rigoureuze wending in Guddes loopbaan. Zijn opdracht: stabiliteit brengen na de komst van een Scandinavische investeerdersgroep. Die wilde aanvallend voetbal spelen, maar kocht vooral kleine technische spelers in een fysieke competitie. “Een Excelsior dat wil domineren in de Eredivisie; dat werkt hier dus niet.”

Eerder liep Gudde al mee bij CD Castellón, waar een gokmiljonair transfers baseerde op algoritmes. Hij herkent dat model bij clubs als Brighton en Union. “Hun datasystemen zijn zó goed dat ze er blind op durven te vertrouwen.” In Nederland loopt men volgens hem achter. “Een buitenlandse club kopen is moeilijk, maar eenmaal binnen mag je alles. Dan krijg je toestanden als bij Vitesse.”

Bij FC Groningen liep Gudde vast op gemeentelijke invloed. Een serieuze investering werd op het laatste moment geblokkeerd. “De club is een cashcow voor de gemeente. Zo kun je geen beleid voeren.” In Engeland zijn de financiële problemen minstens zo groot, maar er is ruimte om te bouwen. “Burton verloor vorig jaar negen miljoen euro. Dat is hier bijna normaal.”

Toch zette Gudde al stappen. Er kwam een nieuwe gym, een huisstijl in overleg met supporters en een succesvolle ‘opruimactie’ in de selectie. “Toen ik kwam, moesten we achttien spelers kwijt. Ze hadden lange contracten, voor meer geld dan ze waard waren. Het was hier Mislintat-XL.”

Voorlopig blijft Gudde tot het eind van het seizoen. Zijn missie: de schade beperken en een fundament leggen. “Een paar miljoen extra maakt je hier geen kampioen. Maar investeer je in scouting, faciliteiten en de gemeenschap, dan bouw je écht iets op.”