Augurken. De beroemdste drummer van Nederland heeft er zijn carrière aan te danken. En zijn leven.

„Het was een vreselijk ongeluk”, vertelt John Cornelis Zuiderwijk (74) – roepnaam Cor, beter bekend onder zijn keizerlijke bijnaam Cesar – terwijl hij in zijn blokhut in Baarle-Nassau het zoveelste houtblok op het vuur van zijn tipi-vormige kachel gooit. „Op de snelweg vloog ineens een auto de lucht in. Die wagen schoot omhoog en kwam zo voor me op straat terecht. Deuren gingen open, mensen vielen eruit, een vrouw schreeuwde: ‘Mijn baby! Mijn baby!’ Die werd gelukkig door omstanders al snel gered.

„Ik dacht aan mijn ontbijt. Ik ben gek op augurken, maar die ochtend liep ik te kloten met dat potje. Telkens als ik dacht ‘nu heb ik je’ flipte dat ding weer van mijn vork af. Daar was ik zeker vijf seconden mee bezig. Anders had ik eerder in de auto gezeten en was ik boven op die mensen geknald. Snap je wat ik wil zeggen? Toeval bestaat niet, maar wat dan wel? Het moest kennelijk zo lopen.”

Cesar Zuiderwijk: „Ik had nog nooit achter een drumstel gezeten. Ze moesten alles voor me opzetten, want ik wist niet hoe dat werkte.”

Cesar Zuiderwijk: „Ik had nog nooit achter een drumstel gezeten. Ze moesten alles voor me opzetten, want ik wist niet hoe dat werkte.”

Foto Andreas Terlaak

Zoom in

Hoe zijn leven liep, is te lezen in zijn onlangs verschenen (auto)biografie Cesar, het verhaal van een drummer die hij samen met Telegraaf-journalist Jean-Paul Heck schreef. Het boek leest als een Haags Hollywoodsprookje: een huilende jongen belooft aan het sterfbed van zijn vader dat hij ooit de beste zal zijn, wordt min of meer toevallig ontdekt en verovert vervolgens de wereld met Golden Earring, de rockband die afgelopen zomer na zestig jaar ophield te bestaan toen oprichter en gitarist George Kooymans overleed aan de spierziekte ALS. Het is een ontroerend verhaal waarin kameraadschap belangrijker is dan monstersucces en bescheidenheid vaak wint van bravoure.

Maar eerst: dat andere augurkenverhaal.

„Vroeger kwamen alle kooplui met karren langs de deuren. Je had een ijsboer, een warmwaterboer die door de straten reed met ketels die boven gloeiende kolen hingen én een pikkelboer met alléén maar augurken. Van die augurkenblikken bouwde ik mijn eerste drumstel. Een op straat gevonden zeepkist werd mijn basdrum. Deksels van een wastobbe dienden als bekkens én hi-hat. Als je je voet in het handvat klemde en op een ander deksel trapte, hoorde je tsjik-tsjik-tsjik.

„Ik was altijd ritmes en breaks aan het oefenen. Die fantastische solo in ‘Little „B”’ van The Shadows was de heilige graal. De hele straat kon het horen, maar niemand klaagde.”

Wie ook meeluisterde, was de onderbuurvrouw die – toeval bestaat niet – verloofd was met lokale beatheld René Nodelijk. „Dat was zo’n hippe gast met een enorme vetkuif. Hij was de beste gitarist van Den Haag en had de legendarische band René & The Alligators. Als hij bij zijn vriendin was, hoorde hij de hele tijd dat kleine mannetje boven op die blikken spelen.”

En het moest kennelijk zo lopen, maar toen The Alligators-drummer vlak voor een optreden een vinger brak en een vervanger onvindbaar bleek, werd als noodgreep de bovenbuurjongen gerekruteerd.

Dus je allereerste show was ook meteen de eerste keer dat je op echte trommels sloeg?

„Ik had nog nooit achter een drumstel gezeten. Ze moesten alles voor me opzetten, want ik wist niet hoe dat werkte. Ik was een magere schrielkip van vijftien en moest de veel te grote smoking van hun drummer aan. Bij de eerste klap op mijn basdrum bleef het pedaal in mijn broekspijp hangen. Toen René plotseling ‘DRUMSOLO!’ riep, heb ik die break uit ‘Little „B”’ gespeeld.”

Toen de vinger van de echte drummer verkeerd bleek te zijn gezet en het herstel langer duurde, mocht Zuiderwijk blijven invallen. Daarna stroomde hij door naar andere Haagse acts. The Ladybirds (een vrouwenband die maar geen drumster kon vinden) gaven hem zijn bijnaam omdat hij zijn naar de Romeinse keizer vernoemde herdershond had meegenomen. Daarna maakte hij naam in bluesrockband Livin’ Blues tot hij in 1970 door Kooymans, zanger Barry Hay en bassist Rinus Gerritsen werd ingelijfd door Golden Earring.

Die bezetting zou ruim vijftig jaar niet meer veranderen en gaan gelden als de meest succesvolle Nederlandse rockband

Die bezetting zou ruim vijftig jaar niet meer veranderen en gaan gelden als de meest succesvolle Nederlandse rockband, die grote internationale hits scoorde (‘Radar Love’, ‘Twilight Zone’, ‘When The Lady Smiles’), ruim tien tournees door de Verenigde Staten voltooide en podia deelde met titanen als Led Zeppelin, Kiss, Rush, Santana, Aerosmith, ZZ Top en The Who.

Hoe was het om opeens met je helden te spelen?

„Keith Moon van The Who was altijd mijn ideale drummer, echt een frontman. Tot die tijd zag je alleen beheerste gasten met wat grote bekkens voor hun snufferd die zich achter op het podium verscholen. The Who was één grote explosie. In zo’n band wilde ik ook spelen. En toen kwam de Earring en die wáren zo. Niet omdat ze iets nadeden, nee, uit zichzelf.”

Toen Moon stierf, in 1978, ben je door The Who gevraagd hem op te volgen. Waarom heb je dat niet gedaan?

„Eerst geloofde ik niet dat hij dood was. Hij was zo’n zot. Ik dacht: die springt vanavond ergens schreeuwend uit een taart: ‘Tada! Ik ben er weer!’ Maar ik kende natuurlijk ook zijn drugsgebruik dondersgoed.

„Toen hun manager mij vroeg, ben ik naar George, Barry en Rinus gegaan. Ze zeiden alle drie: ‘Dat moet je doen man. Zo’n kans krijg je nooit meer.’ Ik wist dat ik het kon, maar ik dacht ook: ‘Zulke vrienden vind ik nooit meer.’ We hadden al heel vaak met The Who gespeeld en in die band was het altijd hommeles: schelden, schreeuwen en slaan. Bij ons ging het juist om broederschap.”

Had Rinus daarom ook al eerder bedankt om bassist te worden bij Jimi Hendrix?

„Rinus dacht hetzelfde als ik: ‘Ik geloof in wat ik doe en niemand gaat me daarvan afbrengen, zelfs niet Jimi Hendrix.’ En net als Moon is Hendrix natuurlijk ook niet zomaar doodgegaan. Daar kon je op wachten.

„Maar er zinderde iets. Hendrix wist dat Rinus waanzinnige dingen deed. Ons nummer ‘Eight Miles High’ duurde drie kwartier. Er zat een bassolo in die helemaal te gek was – misschien niet technisch perfect, maar wel qua uitstraling, de manier van doen.”

In het boek beken je dat jullie grootste hit ‘Radar Love’ helemaal niet strak is.

„Dat nummer rammelt aan alle kanten, maar dat is juist de charme. Alles in één keer opnemen en er geen zak meer aan doen, maakt muziek juist menselijk. Luister naar ‘Satisfaction’ van The Stones: dat is één grote janboel, maar het klinkt te gek! U2? Daar gebeurt geen moer, maar er is geen luisteraar die denkt: ‘Ik had dat anders gespeeld.’”

Cesar Zuiderwijk.

Cesar Zuiderwijk.

Foto Andreas Terlaak

Zoom in

„Wij waren helemaal niet strak. Als ik onze roadies hoorde soundchecken, dacht ik: ‘Godverdomme, die zijn veel beter dan wij!’ Mijn drumtech is veel sneller met twee bassdrums dan ik. Het is een oude discussie: veel jonkies vinden Ringo Starr niet goed omdat hij niet – DRRRR-DRRRR-DRRRR! – als een beest kon roffelen. Maar Ringo was precies wat The Beatles nodig hadden, anders waren het nooit The Beatles geweest! Larry Mullen jr. van U2 ging drummen omdat de rest – die allemaal beter waren – liever gitaar wilden spelen.

„Tegenwoordig wordt veel muziek over the top geproduceerd en is iedereen metronoomstrak door mee te spelen met click tracks. Ik doe daar ab-so-luut niet aan mee!”

Hoe kon ‘Radar Love’ toch een wereldhit worden?

„De grap is dat ik in het begin dacht: eindelijk hebben we een nummer dat begint met drums. Maar toen zei Rinus: ‘Nee, er moet nog een intro voor. TAA-TAA-TAAAA!’ Dat werd onze eigen versie van (zingt het begin van Beethovens vijfde symfonie:) TA-TA-TA-TAA!

„Het is, waar ter wereld ook, onze claim to fame en daar ben ik trots op. Maar als ik het op de radio hoor, zet ik het eerder zachter dan harder. Dat nummer ken ik nu wel.”

Ondanks al het internationale succes haalde Golden Earring nooit de ultieme top. Maar het leek ook alsof jullie dat wel prima vonden.

„We hadden nooit een carrièrepad. Gene Simmons van Kiss wist al dat hij rijk zou worden van rock-‘n’-roll voordat hij één noot had gespeeld. Aerosmith werd zó beroemd dat ze de schurft aan elkaar kregen. Elke avond klopten vijf roadies op vijf kleedkamerdeuren waar vijf gozers uitkwamen die zonder iets te zeggen of elkaar ook maar een blik waardig te gunnen voor dertigduizend man gingen spelen.

Ik ben blij dat we dat level van roem nooit hebben gehaald. Het is een gekkenhuis waar iedereen altijd achter je aan raast

„Ik ben blij dat we dat level van roem nooit hebben gehaald. Het is een gekkenhuis waar iedereen altijd achter je aan raast. Als wij zwetend van de bühne stapten in Madison Square Garden trokken we de deur van de kleedkamer dicht. Dan mocht er even niemand bij en zeiden we uitgeblust tegen elkaar: ‘We zijn best lekker bezig.’ Zo ging het ook na onze laatste show in Ahoy, die achteraf ons afscheidsconcert bleek te zijn. Na afloop zaten we van: ‘Wauw, eigenlijk best een leuk bandje.’”

Bepaalde die bondgenootschap ook dat jullie meteen stopten toen bekend werd dat George aan ALS leed?

„Ik vind het altijd sneu om te zien dat bands als Queen blijven toeren, terwijl iedereen weet dat Freddie Mercury niet is te vervangen. We hebben met artiesten gespeeld die zeiden: ‘Dit is onze zesde afscheidstour en het gaat stééds beter. Ik kan het jullie alleen maar aanraden.’

„George heeft zo’n gigantisch stempel op de Earring gedrukt. In onze business was hij een van de beste componisten aller tijden. Dan kan je onmogelijk doorgaan. We zijn onze beste vriend kwijt, dan kunnen we toch niet een nieuwe beste vriend gaan zoeken?”

Mis je het niet?

„Het is niet anders. Er zijn in die vijftig jaar zo veel dingen gebeurd waardoor het allang afgelopen had kunnen zijn. Een enorme mirror ball die uit het plafond lazerde, landde ooit een halve meter naast Barry. Als hij die op zijn hoofd had gekregen, was het al veel eerder gedaan. De één heeft pech, de ander niet. Pas als je er niet meer middenin zit, besef je: we hebben juist vreselijk veel geluk gehad.”

Jean-Paul Heck & Cesar Zuiderwijk: Cesar, Het verhaal van een drummer. Spectrum, 240 blz. € 22,99

Geef cadeau

Deel

Mail de redactie

De journalistieke principes van NRC