Twintig minuten duurde het, voordat het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) voor de Nederlandse langebaanschaatsers in Thialf écht begon. Het publiek was vrijdag na het kerstontbijt thuis toegestroomd, de Zamboni’s hadden in het donker hun rondjes gedweild, de eerste schaatssters waren – op een enkele nerveuze valse start na – probleemloos weggeschoten.
Toen was het tijd voor rit acht van de 1.000 meter voor vrouwen. Het toptalent Angel Daleman tegen de gedoodverfde favoriet voor een olympisch ticket: Jutta Leerdam. Ze won vier jaar geleden in Beijing olympisch zilver, is tweevoudig wereldkampioen en Nederlands recordhoudster, en pakte dit seizoen al twee wereldbekerzeges op deze afstand.

De val van Leerdam tijdens de 1.000 meter.
Foto Sem van der Wal/ANP
Zoom in
Razendsnel ging Leerdam van start, haar opening van 17,6 seconden was een van haar beste openingen op het laaglandijs in Heerenveen. Bij het uitkomen van de eerste bocht was ze Daleman al ver voorbij. En toen maakte ze een slag de tweede binnenbocht in, verloor haar balans en ging onderuit.
Op hoge snelheid gleed Leerdam met een klap de opgeblazen boarding in, een verwensing ontsnapte uit haar mond. Ze stond op, ritste haar pak open, zette haar bril af; doorschaatsen had nu geen zin meer, haar 1.000 meter was verloren.
Sprint op blote voeten
„Het leek wel alsof er iets op het ijs lag, of dat ik iets op mijn schaats had, want ik gleed gewoon volledig weg”, zei een betraande Leerdam na afloop. „Dit hoeft gewoon niet. Als ik kijk naar wat de andere meiden rijden, geen disrespect naar hen, maar dat had ik makkelijk gereden vandaag.”
Lees ook
Geen olympisch startbewijs voor voormalig wereldkampioen Patrick Roest; Stijn van de Bunt verrast iedereen

Dat de 1.000 meter werd gewonnen door Femke Kok in een tijd van 1.14,08 was geen verrassing. Al het hele seizoen duelleren Kok en Leerdam om de internationale zeges, samen eindigden ze op wereldbekerwedstrijden niet lager dan de vierde plek. „Dit is zo’n opluchting”, verzuchtte Kok nadat ze de bloemen voor haar olympische kwalificatie had neergelegd. De spanning en stress zat van tevoren tot aan haar kruin, bekende ze. „Mijn leven ging echt tot vandaag, zo belangrijk vond ik deze 1.000 meter. Vanaf nu kan ik weer verder kijken.”
Ronduit een stunt was dat door de val van Leerdam de tweede plek – en tweede rechtstreekse kwalificatie voor Milaan – beschikbaar kwam en in handen viel van Suzanne Schulting (1.14,71). Op blote voeten trok de olympisch shorttrackkampioen een sprint over het middenterrein naar haar coach Jac Orie om te vieren dat zij nu ook als langebaanschaatsster naar de Spelen mag.

Suzanne Schulting tijdens haar rit.
Foto Sem van der Wal/ANP
Zoom in
„Ik had dit niet verwacht”, zei een breed grijnzende Schulting na afloop. „Ik heb tot dusver natuurlijk een bijzonder slecht seizoen gereden.” Schulting stelde aan het begin van het seizoen teleur bij de NK afstanden en mocht daardoor lang geen internationale wedstrijden rijden in aanloop naar het OKT. „Dit bewijst maar weer dat alles wat je in het verleden hebt gedaan geen garantie biedt voor de toekomst, zowel in goede als in slechte zin.”
Ook Schulting begon over de druk en spanning en stress die komen kijken bij het OKT, een toernooi dat de Nederlandse schaatsers haten omdat er niets te winnen, maar wel alles te verliezen valt. „Ik ben iemand die goed gaat op de spanning en grootsheid van zo’n toernooi”, zei de vrouw die drie gouden olympisch shorttrackmedailles won. „Dan kan ik altijd iets extra’s geven.”
Leerdam ontkende dat de druk van het moment een rol had gespeeld. „Toen ik hierheen kwam, had ik er oprecht zin in, zo goed voelde ik me.” Ze valt bijna nooit, vertelde ze. „Dit was het allervervelendste moment dat het dan toch gebeurt.”
Calamiteiten
Vlak voor de val van Leerdam zat technisch directeur Remy de Wit van schaatsbond KNSB nog lachend op de tribune. Even later was die lach ingeruild voor een serieuze blik. Want het is een schuiver met mogelijk grote gevolgen voor de rest van het OKT.
Helemaal kansloos om straks in Milaan op de olympische 1.000 meter te mogen starten, is Leerdam namelijk niet. De selectieprocedure van de KNSB biedt bij calamiteiten ruimte voor de schaatsbond om schaatsers een olympisch startbewijs áán te wijzen – ten koste van iemand anders.
Lees ook
Het olympisch kwalificatietoernooi: de vijf vreselijkste dagen uit het bestaan van een schaatser

Leerdam beaamde dat haar lot nu in de handen van anderen lag, ze verafschuwde het idee. „Dat vind ik vervelend, want ik wil het gewoon in eigen hand hebben. Nu hoop ik dat ze me aanwijzen, want ik denk dat ik echt op de Spelen op de 1.000 meter thuishoor.”
Ze kreeg bijval van haar concurrente Kok. „Ik dacht meteen: die zal wel een aanwijsplek krijgen. En ik denk ook wel dat dat gaat gebeuren. Ze behoorde de afgelopen jaren tot de top.” Dat zou dan ten koste gaan van Naomi Verkerk, die derde werd op de 1.000 meter. Een commissie van de KNSB gaat zich daarover buigen na het OKT, dat tot komende dinsdag duurt, en moet dan beslissen of Leerdam meer kans maakt op olympisch succes dan Verkerk.
Tot die tijd zit Leerdam in de wachtkamer en focust ze zich op de 500 meter, die zondag op het programma staat en waarop ze ook kans maakt zich te kwalificeren. „Ik ga er gewoon voor en alles geven dit weekend. Maar ik weet niet hoe mijn schaatsen er aan toe zijn, hoe mijn lichaam er aan toe is. Dit is gewoon geen lekker begin.”
Lees ook
Geen olympisch startbewijs voor voormalig wereldkampioen Patrick Roest; Stijn van de Bunt verrast iedereen

Geef cadeau
Deel
Mail de redactie
De journalistieke principes van NRC