Met de blik op de toekomst gericht: betekent dat ook dat jullie al uitkijken naar een vervanger voor Bart Swings?
“Op termijn moet dat gebeuren, ja. Bart is echter nu weer zo fit (na een langdurige knieblessure, red.) dat hij als 34-jarige nog gerust een paar jaar mee kan hoor. Hij zal zeker niet stoppen na de Winterspelen. Als je ziet hoe hij die knieproblemen heeft overwonnen, is dat bewonderenswaardig. Hij is fysiek nog niet op het niveau waarop hij moet zijn. Daar zetten we ons de komende weken voor in, al is hij er alweer in geslaagd op het podium te finishen in de mass start. Daarnaast vond ik hem een heel goede tien kilometer rijden tijdens de World Cup in Heerenveen (12.44,75, nationaal en persoonlijk record, red.). Slechts de vijf kilometer blijft wat achter, daar concentreren we ons de komende tijd ook op.”

Maar wanneer je zoekt naar een andere rijder, moeten we dan denken aan een mannelijke Joy Beune?
“Joy was al wereldtop bij de junioren, in die categorie won ze alles met overmacht. Zij was een van de grootste talenten in jaren. Ik weet niet of die er momenteel rondrijdt. Ja, Angel Daleman zou er een kunnen zijn, maar zij zit bij Essent. Bij de mannen is er niet iemand van dat kaliber. Die kun je wel opleiden. Kijk naar de stap die Jesse Speijers maakt, die Stijn van de Bunt maakt; bij mannen moet je er wel de tijd voor nemen, daar gaat het niet zo snel. Ik durf er geen tijdspad aan te hangen. Iemand die bij de neo’s schaatst, schiet niet zomaar door. Oké, wat Jenning de Boo doet, is echt van een andere planeet. Uniek. Zo’n snelle ontwikkeling zie je bij de vrouwen eerder. Maar zoeken naar de nieuwe Joy, dat moet je niet proberen. We hebben met ons programma wel aangetoond dat we schaatsers – zoals Jesse en Stijn – stappen kunnen laten maken. Daar willen we er graag meer van.”

Kan Stijn in dit verband uitgroeien tot een dragende kracht van jullie team?
“Hij is in elk geval een jongen die heel veel talent heeft en hard traint. Daarmee lijkt hij op Joy, beiden zijn ze types die je eerder moet afremmen dan dat je hen een trap onder de kont moet geven. Dat zijn belangrijke ingrediënten. En dan nog valt het moeilijk te voorspellen tot welke progressie iemand in staat blijkt.”