Twee verdachten van de moord op een populaire Bengaalse jongerenleider zijn de grens met India over gevlucht. Dat stelde de politie van Dhaka, hoofdstad van Bangladesh, zondag. De Indiase grensbewaking heeft daarvan echter geen bewijs gezien en noemt de verklaring „ongegrond”. Het vormt het zoveelste twistpunt in de deze maand drastisch verslechterde relatie tussen de Zuid-Aziatische buurlanden.

India en Bangladesh beschuldigen elkaar ervan de relatie te destabiliseren en de veiligheid van diplomatieke missies onvoldoende te waarborgen. De buurlanden riepen elkaars hoge commissarissen, vergelijkbaar met ambassadeurs, op het matje en hebben visaverlengingen opgeschort. De gespannen relatie uit zich ook op straat.

Sharif Osman Hadi, die op 12 december door gemaskerde mannen werd neergeschoten, was een belangrijke figuur in de studentenbeweging die vorig jaar augustus dictator Sheikh Hasina ten val bracht. Hij zag India als bondgenoot van Hasina en haar partij Awami League. De moord op Hadi heeft het al heersende anti-India sentiment in Bangladesh fel aangewakkerd.

De Indiase politiek maakt zich zorgen over dat „anti-Indiase narratief”. In een recent rapport van de Indiase parlementaire commissie voor buitenlandbeleid wordt het een belangrijke uitdaging genoemd in de verslechterde betrekkingen sinds de afzetting van Hasina.

Tegelijkertijd lijkt in de politieke chaos in Bangladesh extremistisch geweld toegenomen, waarvan in de afgelopen weken twee hindoes slachtoffer werden. Kort voordat bekend werd dat studentenleider Hadi aan zijn verwondingen was overleden, werd de 27-jarige textielwerker Dipu Chandra Das gelyncht en verbrand door een menigte in Mymensingh, in het noorden van Bangladesh. Hij werd beschuldigd van godslastering; dat werd later door de politie onbewezen geacht. Vorige donderdag werd nabij de stad Rajbari een tweede hindoe doodgeslagen, volgens bronnen van de Bengaalse krant The Daily Star in verband met een afpersingszaak.

Woedende demonstranten

Het geweld in Bangladesh heeft in India tot protesten geleid. De behandeling en sociale status van religieuze minderheden is een heikel punt in de relatie tussen de twee landen, en ook voor de inwoners een belangrijk onderwerp. De religieuze verhoudingen zijn in de twee landen spiegelbeeldig: in India vormen moslims de grootste religieuze minderheid (zo’n 14 procent), die onder de huidige hindoenationalistische regering steeds verder in de verdrukking komt. Hindoes zijn met bijna 8 procent de grootste minderheid in het overwegend islamitische Bangladesh.

In New Delhi zouden woedende demonstranten vorige week hebben geprobeerd het ambassadegebouw van Bangladesh proberen binnen te dringen. Het Indiase ministerie van Buitenlandse Zaken deed berichten daarover af als „misleidende propaganda”.

„Functionarissen in zowel India als Bangladesh zijn zich er zeer van bewust dat de interne situatie in Bangladesh heel fluïde is”, reageert de woordvoerder van de Bengaalse ambassade in New Delhi, Faisal Mahmud.

De interim-regering van premier Muhammad Yunus weigert de gebeurtenissen te duiden als geweld tegen minderheden. De moord op Das was een „geïsoleerde aanval op een Bengaalse burger uit de hindoe-gemeenschap” maar zou niet staan voor „een aanval op minderheidsgroepen”. De tweede moord „ontstond in een context van criminele activiteiten”. Met die karakteriseringen diende het Bengaalse ministerie van Buitenlandse Zaken India van repliek.

Ook in de eerste weken na de val van Hasina circuleerden veel berichten over wraakacties tegen hindoes – vaak Awami League-aanhangers. Toen wees de interim-regering op die politieke verbanden. Sindsdien heeft Hasina, vanuit India, Yunus vaker verweten de religieuze minderheden in Bangladesh onvoldoende te beschermen.

Lees ook

Zijn hindoes veilig in Bangladesh? Angst en nepnieuws zijn moeilijk te ontrafelen

Hindoes in Dhaka protesteren tegen geweld tegen minderheden na het vertrek van premier Sheikh Hasina.

Verkiezingen

India’s steun aan Hasina was voor een belangrijk deel gebaseerd op het seculiere partijprogramma van de Awami League. Hasina liet de politie hard optreden tegen leden van de islamistische partij Jamaat-e-Islami Bangladesh. Sinds haar val wordt gevreesd dat die islamitische politici ruim baan krijgen, onder meer tijdens de verkiezingen in februari.

Die stembusgang moet de echte overgang naar vrije politiek markeren, na vijftien jaar onder Sheikh Hasina. De campagne is begonnen onder hoogspanning. En India zal het verloop en de uitslag ervan nauw in de gaten houden.

Volgens persvoorlichter Mahmud van de Bengaalse ambassade onderhouden India en Bangladesh „een constructieve en productieve werkrelatie”. Hij laat weten dat ook terug te lezen in het rapport van de Indiase parlementscommissie. Daaruit blijkt volgens hem dat „hoewel het de politieke ontwikkelingen in Bangladesh en de implicaties daarvan voor zijn nationale belangen nauwlettend volgt, India zich niet mengt in de interne politieke processen van Bangladesh.”

Geef cadeau

Deel

Mail de redactie

De journalistieke principes van NRC