Op een met gras begroeide helling zit een grote groep mensen in badkleding bij een zwemvijver. Los van de kuise badmode zou het een foto kunnen zijn die afgelopen zomer is gemaakt in een willekeurig stadspark, waar stedelingen op een mooie dag massaal het groen hebben opgezocht. Het blijkt echter een van bijna honderd jaar geleden, te zien in de tentoonstelling Getemde Natuur in het Vlaams Architectuurinstituut in Antwerpen.

Het verlangen naar groen in de dichtbevolkte stad bestaat al lang, net als de uitdaging om er voldoende ruimte voor te vinden. En zeker nu er in de stad als gevolg van de woningnood veel bijgebouwd moet worden, staat groen niet altijd bovenaan het prioriteitenlijstje. Zelfs als stadsbesturen erin slagen om parken en perken toe te voegen, komt stedelijk groen door de snelle groei van het inwoneraantal vaak in de knel – ook onder grond: boomwortels delen hun ruimte met een steeds verder uitdijend netwerk van kabels en leidingen.

Het Tolsteegplantsoen uit de jaren vijftig, een groene wijk, gefotografeerd door directeur plantsoenendienst J.P. van Alff.

Het Tolsteegplantsoen uit de jaren vijftig, een groene wijk, gefotografeerd door directeur plantsoenendienst J.P. van Alff.

Het Utrechts Archief. Fotograaf J.P. van Alff

Zoom in

Tegen deze achtergrond zijn dit najaar een tentoonstelling en een boek gewijd aan de geschiedenis van stedelijk groen. Het boek Groen Erfgoed in de Stad, van samensteller Natascha Lensvelt, gaat over de ontstaansgeschiedenis van parken, volkstuinen en groene lanen in Nederland, en hoe die van vernieuwende ideeën tot vanzelfsprekende onderdelen van de stad werden. De expositie Getemde Natuur heeft Antwerpen als onderwerp, en toont hoe keuzes in de vormgeving van groen in de stad altijd het resultaat zijn van veranderende politieke, economische en sociale agenda’s.

Boek en tentoonstelling zijn afzonderlijk van elkaar tot stand gekomen, maar beide laten zien: het verlangen naar groen in de stad is een constante; waar we het voor gebruiken, hoeveel ruimte het krijgt en de manier waarop we het ontwerpen, dat wordt telkens opnieuw bepaald.

Van ‘getemde wildernis’ naar strak perkje

Zachtgroene boompjes met sierlijke schaduwen, een meanderende vijver, af en toe een rotspartij: aan het begin van de tentoonstelling in Antwerpen is het fijn wegdromen bij gedetailleerde ontwerptekeningen voor een driehoekig park. Het is 1860 en dit nieuw aan te leggen Stadspark zorgt voor veel ophef in Antwerpen. Een geliefde groene promenade moet ervoor plaatsmaken, en bezorgde burgers dienen (tevergeefs) een petitie in tegen de aanleg.

In heel Europa worden stadsparken in deze periode voor het eerst onderdeel van stedelijke uitbreidingsplannen. Het waren prestigeprojecten, citybranding avant la lettre, en ze werden vormgegeven als schilderachtige decors waarin stadsbewoners elkaar konden ontmoeten, vol met slingerende paden en zorgvuldig geplande doorkijkjes.

Daktuinen met door de gemeente Zoetermeer verstrekte ligstoelen bij de flat Van Leeuwenhoeklaan, ca. 1973.

Daktuinen met door de gemeente Zoetermeer verstrekte ligstoelen bij de flat Van Leeuwenhoeklaan, ca. 1973.

Stadsarchief gemeente Zoetermeer

Zoom in

Bart Tritsmans, curator van de tentoonstelling, vertelt: „Ze werden ontworpen als ideaal staaltje natuur. Men koos voor veel exotische bomen en planten, kunstmatige hoogteverschillen en landschappen die helemaal niet eigen waren aan de plek.” Het Amsterdamse Vondelpark, een particulier initiatief van welgestelde Amsterdammers, is er ook een voorbeeld van. Ze tonen een paradoxale verhouding tot de natuur. „De mens realiseert een perfect stukje natuur in de stedelijke omgeving. Tegelijkertijd wordt de wilde natuur op dat moment gezien als iets bedreigends, dus de woestheid wordt ingeperkt, getemd”, aldus Tritsmans.

Maar, zo toont de tentoonstelling, deze houding ten opzichte van de natuur is niet statisch. In de twintigste eeuw breekt een nieuwe fase aan. De tentoonstelling toont ontwerptekeningen uit 1933 van onder meer de modernistische pionier Le Corbusier voor een nieuwe wijk op de Antwerpse linkeroever. In het plan, dat nooit gerealiseerd werd, is 88 procent van het stadsoppervlak ingeruimd voor publiek groen. Want groen versterkt de gezondheid, het welzijn en het gemeenschapsgevoel van stadsbewoners, zo is het idee.

Rolschaatsers in Brussels park tijdens WOII, Ca. 1943.

Rolschaatsers in Brussels park tijdens WOII, Ca. 1943.

Foto SOMA

Zoom in

Tritsmans: „Groen wordt een soort onderlaag voor alle gebouwen, en de uitvoering is meestal gras.” De vormgeving van het groen is heel anders dan de negentiende-eeuwse, decoratieve natuur: onberispelijke gazons rondom slanke hoogbouw. In de tekeningen zien we gebouwen op poten, waardoor het gras zelfs onder de gebouwen door kan lopen. Stedelijk groen is niet langer het tegenovergestelde van de stad, zoals in de duidelijke begrensde stadparken uit de vorige eeuw, maar een groene onderlegger die de hele stad doordringt.

Inmiddels kantelt onze verhouding tot de natuur opnieuw: hedendaags ecologisch denken plaatst de mens niet langer boven de natuur, maar benadrukt dat zij er een gelijkwaardig onderdeel van uitmaakt in een web van relaties, naast planten, dieren en (stedelijke) landschappen. Ook dit zien we terug in het ontwerp van groen in de stad, ziet Tritsmans: „Er wordt nu veel meer gelet op de streekeigenheid van bomen en planten en het minder strak aanleggen van groen. Of men introduceert zones waar de natuur zelfs helemaal vrij wordt gelaten.”

Roeibanen en zwembaden

Een andere rode draad door zowel boek als tentoonstelling is de functies die we toekennen aan stedelijk groen, en voor wie het is. Waar de eerste stadsparken nog aangelegd werden om de allure van de stad te vergroten en welvarende burgers aan te trekken, voltrekt zich gaandeweg een democratisering van stedelijk groen. In een mooi verhaal uit het boek over de evolutie van parken, lezen we hoe stadsparken zich ontwikkelen tot ‘volksparken’ met voorzieningen voor de hele bevolking. Een vroeg voorbeeld is het Volkspark in Enschede uit 1874, met functies speciaal voor de Enschedese textielarbeiders. Om het wijdverbreide drankmisbruik tegen te gaan, stond in het hart van het park een groot paviljoen, waar goedkope versnaperingen aangeboden werden, maar geen sterke drank.

In de loop van de twintigste eeuw komen sport en spel steeds centraler te staan in het ontwerp van parken

In de loop van de twintigste eeuw komen sport en spel steeds centraler te staan in het ontwerp van parken. „Vanaf de jaren dertig werd daar nadrukkelijk rekening mee gehouden”, vertelt Natascha Lensvelt, samensteller van het boek en groenspecialist bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. „Zoals het Amsterdamse Bos, daar kwamen roeibanen, tennisbanen en zwembaden in.” Het werd ontworpen als een grootschalige recreatievoorziening voor alle stadsbewoners, met ook publieke plekken zoals een geitenboerderij en een openluchttheater.

Inmiddels is de tijdsgeest opnieuw veranderd, ziet Lensvelt: „Veel van de zwembaden zijn bijvoorbeeld weer gesloten. Nu zien we een verschuiving naar commercieel gebruik van stedelijk groen, van sportklasjes tot grote evenementen.” Deze aantasting van het publieke karakter van het park baart haar zorgen: „Dan worden er hekken omheen gezet en moet je een kaartje kopen om erin te kunnen.”

Protest tegen het kappen van bomen in de stad.

Protest tegen het kappen van bomen in de stad.

Archief van Dries Jageneau. VAi Collectie.

Zoom in

Het historisch perspectief van zowel boek als tentoonstelling plaatst deze ontwikkeling in een breder kader. De betekenis en rol van groen in de stad blijken allesbehalve vaststaand, maar voortdurend in beweging. Juist nu stedelijk groen onder druk staat, is het de verdienste van boek en tentoonstelling dat zij de aandacht vestigen op de historische en culturele betekenis ervan. Ze maken duidelijk dat groen in de stad meer is dan een neutraal decor: het weerspiegelt ideeën over samenleven en over de relatie tussen mens en natuur.

Expositie
Getemde Natuur. T/m 1/2/26 in het Vlaams Architectuurinstituut, Antwerpen. Info: vai.be
Boek
Natascha Lensvelt (red.), Groen Erfgoed in de Stad. nai010 Uitgevers. €34,95 Info: nai010.com

Geef cadeau

Deel

Mail de redactie

De journalistieke principes van NRC