ANPNederlands kampioen Harrie Lavreysen met Niek Kimmann (links) en Loris Lenema (rechts)
NOS Wielrennen•vandaag, 21:56
Op het NK baanwielrennen in Apeldoorn stond er dit jaar een nieuw onderdeel op het programma: de 250 meter met staande start. Dat de titel naar Harrie Lavreysen ging was niet verrassend, maar er was wel een opvallende nummer twee: Niek Kimmann.
Kimmann werd olympisch kampioen in het BMX in 2021 en kon wel een extra trainingsprikkel gebruiken. De Achterhoeker heeft wel vaker op de baan getraind, maar beschikte niet over het goede materiaal.
En dus zat Kimmann op zondagochtend aan de koffie bij Lavreysen. Hij kwam het pak ophalen dat hij mocht lenen. Om extra oefentijd op de baan te krijgen, had Kimmann zich ook ingeschreven voor de sprint en dus kon hij direct enkele tips vragen aan zijn vriend Lavreysen, zevenvoudig wereldkampioen op dat onderdeel.
“Harrie heeft mij heel erg geholpen, zelfs tijdens het sprinttoernooi. Hij won zelf al zijn heats, maar tussendoor was hij ook nog bezig om mij advies te geven. Kun je nagaan hoe goed hij is.”
Instagram | niekkimmannNiek Kimmann begon de dag aan de keukentafel bij Harrie Lavreysen…
Instagram | niekkimmann…ging daarna op de fiets richting de wielerbaan van Apeldoorn…
Instagram | niekkimmann…maakte een foutje in de kwalificatie van het sprinttoernooi…
Instagram | niekkimmann…en verloor uiteindelijk in de kwartfinales van Loris Leneman.
Vorige slide
Volgende slide
De 29-jarige Kimmann presteerde zelf niet onverdienstelijk. In de kwartfinales viel voor hem het doek.
In de kwalificatie voor de sprint had Kimmann nog een beginnersfoutje gemaakt: “Ja, ik stopte 12 meter te vroeg haha. Ik had geoefend op de finishlijn van de 250 meter en op de automatische piloot deed ik dat nu ook. Maar dat heeft me minder dan een tiende gekost.”
Zilver op NK
Een dag later kwam Kimmann in actie op de 250 meter met staande start. Hij legde de afstand af in 18,048 seconden en pakte het zilver achter de ongenaakbare Harrie Lavreysen (17,692).
“Dit onderdeel komt het dichtst in de buurt van het BMX. Al zijn de verschillen nog steeds enorm. We rijden hier bijvoorbeeld met veel grotere verzetten dan in het BMX.”
Kimmann kijkt tevreden terug op zijn prestaties. “Ik ben superblij. Het was leuk om te doen en het ging goed. Ik wilde een tijd rond de 18 seconden rijden en dat is me gelukt.”
ANPKimmann tijdens de 250 meter met staande start
Smaken zijn prestaties op het NK naar meer? “Dat is een goede vraag. Op dit moment was het vooral een goede extra training.”
Kimmann werd dan wel tweede, maar zag zichzelf niet als serieuze kanshebber voor goud. “Ik kon alleen tweede worden, omdat Hoogland en Van den Berg niet meededen. Zij zijn samen met Lavreysen de absolute wereldtop. Ik maak me geen illusies dat ik die mannen kan kloppen.”
Kimmann kan het goed vinden met het trio dat al jaren zo succesvol is op de teamsprint. “Zij komen ook allemaal uit het BMX en zijn goede vrienden van me. Ik geniet er enorm van om naar hen te kijken.”
Ik ben nog niet in mijn topvorm van een paar jaar geleden, maar ben wel op de goede weg
Niek Kimmann
Ziet Kimmann zichzelf ooit als onderdeel van de teamsprint? “Dat is totaal niet aan de orde. Die jongens zijn vorig jaar in Parijs met een wereldrecord nog olympisch kampioen geworden.” Toch gooit Kimmann de deur voor wat betreft de toekomst niet helemaal dicht. “Het zou kunnen, maar mijn hart ligt wel in het BMX.”
Spelen van 2028
Kimmann kampte in 2024 met een ontstoken hartspier en was vooral blij dat hij weer klachtenvrij heeft kunnen rijden. “Ik ben nog niet in mijn topvorm van een paar jaar geleden, maar ben wel op de goede weg. Dit soort dingen zoals het NK baanwielrennen helpen daarbij.”
“Een doel voor 2026 is de wereldbeker in Papendal. Daar wil ik mij plaatsen voor het WK in Australië.” Het vizier wat betreft BMX is ook al gericht op de Olympische Spelen van Los Angeles in 2028. “Ik was er in Parijs niet bij en dat was heel zuur. Ik heb toen geen kans gehad om mijn medaille te verdedigen. Het zou heel mooi zijn om er in 2028 weer bij te zijn.”
Nederlands kampioenen 2025