Een woning verhuren wanneer je er zelf toch niet bent klinkt als makkelijk bijverdienen. Maar wat makkelijk lijkt, blijkt een moeilijke situatie als de huurder bij terugkomst van de eigenaar niet wil vertrekken. „Als ik een ander huis had kunnen vinden, was ik allang gegaan”, zegt de huurder. De verhuurder eist via een kort geding ontruiming, deze dinsdag boog de kantonrechter in Alkmaar zich erover.

De eigenaar van een eengezinswoning in Heerhugowaard is regelmatig langere tijd in Ethiopië, zijn geboorteland. Als hij weg is, verhuurt hij zijn koopwoning via onlineplatform Airbnb. Een vader, die tien maanden geleden met zijn drie kinderen (12, 16 en 18 jaar) vanuit Nieuw-Zeeland naar Nederland kwam, bewoont sinds april twee kamers van het huis. De woonkamer, badkamer en keuken, blijkt tijdens de zitting, moesten zij delen met huurders die in de twee andere slaapkamers van het huis verbleven. Die zijn inmiddels vertrokken.

De afspraak werd in eerste instantie gemaakt via Airbnb voor de periode april tot augustus. Maar na die eerste maand is de afspraak via het verhuurplatform ontbonden en hebben ze mondelinge afspraken gemaakt. Voor 1.800 euro huurt de man twee kamers, maar tot wanneer? Dat is onduidelijk. Sinds september wil de eigenaar zijn woning weer in.

Tegenover de kantonrechter zitten de verhuurder en zijn zoon en zijn advocaat. Aan het andere uiterste de huurder en zijn meerderjarige zoon – maar zonder verdediging. De rechter legt uit hoe de zitting zal verlopen. „De advocaat van de verhuurder stelt dat het om huur gaat van korte duur en dat die al beëindigd is”, zegt de rechter. „Hij zegt dat u er zit, zoals dat heet: zonder recht of titel.”

‘Volledige onzin’, zegt de huurder

We gaan nu eerst naar uw verweer luisteren, zegt de rechter tegen de huurder. „Wat vindt u van de vordering?” De huurder is toen hij tien jaar oud was in Nieuw-Zeeland gaan wonen, vond daar een vrouw en kreeg kinderen. Hij en de moeder zijn uit elkaar, nu wil hij zijn kinderen hier opvoeden. „We komen uit een land waar je niet mag liegen tegen de rechter.” Wat de verhuurder allemaal zegt is „volledige onzin”, stelt hij.

De twist tussen huurder en verhuurder is zo hoog opgelopen dat de politie drie keer is gebeld. Er is ook een deurwaarder langs geweest. „Wat was volgens u de afspraak”, vraagt de rechter aan de huurder. „Dat we daar mochten zijn voor 1.800 euro per maand. Welcome to my mansion, werd gezegd. Er was geen termijn.” Het is niet zo dat de huurder daar wíl blijven, zegt hij, maar iets anders kan hij niet vinden. Hij hoopt door middel van „huisurgentie” in februari een huis te hebben.

Ze hebben een Playstationkamer van mijn woonkamer gemaakt

De verhuurder

De verhuurder woont ondertussen ook in het huis, in het vertrek dat vroeger een fietsenhok was. De situatie emotioneert hem zichtbaar. Hij benoemt wat er allemaal stuk is gegaan in het huis. „Ze hebben een Playstationkamer van mijn woonkamer gemaakt.” Hij zegt dat de huurder woont „als een vis in het water” en dat hij „alles tot zijn beschikking heeft”. Hij, aan de andere kant, heeft nu alleen een hok met een bed. En een onveilig gevoel.

„Mijn cliënt heeft groot en dringend recht om in zijn eigen woning te kunnen wonen”, zegt zijn advocaat. Zijn standpunt: het is de redelijke verwachting van beide partijen dat dit een tijdelijke overeenkomst was. „En waarom kan hij die 1.800 euro niet gebruiken om een andere woning te vinden?” Later blijkt dat de huurder maar 600 euro per week verdient – niet genoeg om in de vrije sector een woning te kunnen vinden.

De rechter kan „de vervelende situatie die is ontstaan niet voor beide partijen oplossen”. Hij noemt de minderjarige kinderen, die dan mogelijk op straat zouden komen te staan. „Maar ik dan”, vraagt de verhuurder. Waarna huurder en verhuurder door elkaar heen om aandacht vragen. „Zo kan ik niemand verstaan”, zegt de rechter. Hij zegt moeilijk te kunnen vaststellen wat partijen hebben afgesproken en welk bewijs er is.

In een poging samen tot een oplossing te komen stelt de advocaat van de verhuurder voor dat ze een ontruimingsdatum afspreken op 1 maart. „Dan weet iedereen waar hij aan toe is”, zegt de advocaat. Dan kan, mocht het de huurder nog niet gelukt zijn een sociale huurwoning met urgentie te vinden, tijdelijk iets anders zoeken. „Een Airbnb bijvoorbeeld.” De huurder wijst dat aanbod af. „Ik leg mijn kaarten liever bij u”, zegt hij tegen de rechter.

Uitspraak volgt op 13 januari.

Geef cadeau

Deel

Mail de redactie

De journalistieke principes van NRC