Dit is Legacy, de nieuwe rubriek van Voetbalzone in aanloop naar het WK 2026. Elke week duiken we in het verhaal achter een voetbalnatie. Deze keer richten we ons op Duitsland, ooit beroemd om het produceren van ’s werelds meest dodelijke spitsen. Van Gerd Müller tot Miroslav Klose: het nummer 9-shirt stond voor kracht, precisie en trots. Sinds 2014 is dat echter veranderd. Het is nu eerder een vraagteken, een symbool van een team dat nog altijd zoekt naar zijn volgende grote afmaker, en misschien zelfs naar zijn eigen identiteit.
Kijk je door een Duitse bril, dan zie je dat het grootste succes van de nationale ploeg in dit millennium ook het begin markeerde van een diepgewortelde crisis. Dat is gemakkelijk om te zeggen met de kennis van nu.
Toen Miroslav Klose in 2014 zijn zestiende WK-doelpunt maakte – in die legendarische 7-1 tegen Brazilië – werd hij topscorer aller tijden op het WK. Dat record staat nog steeds. Met dat doelpunt kwam niet alleen zijn eigen interlandcarrière tot een einde, maar eigenlijk ook het tijdperk van de klassieke Duitse spits. Generaties lang leverde Duitsland iconen op in die rol: van Uwe Seeler en Gerd Müller tot Klaus Fischer, Horst Hrubesch, Rudi Völler, Jürgen Klinsmann en Oliver Bierhoff. Daarna veranderde alles.
Dit is het derde verhaal uit de nieuwe WK-rubriek Legacy van Voetbalzone. Luister nu naar de podcastversie op Spotify of Apple.
Meer dan dertien jaar lang – 137 interlands en 71 goals – belichaamde Klose de Duitse efficiëntie: altijd stond hij op de juiste plek, altijd klaar om te scoren. Toen hij na het WK van 2014 afscheid nam, viel er een gat. De traditionele Duitse nummer 9 was ineens weg, en vanaf dat moment begon een lange zoektocht: nieuwe spitsen, nieuwe ideeën, nieuwe formaties… maar geen duidelijke opvolger.
Getty ImagesDe zoektocht naar een opvolger
Mario Gomez werd jarenlang gezien als de man die Klose moest opvolgen. Hij had het profiel: sterk, goed in de lucht en een echte afmaker. Toch kwam het er in het nationale team nooit echt uit. Gomez benutte zijn kansen niet. Bijna drie jaar lang stond hij droog tijdens officiële duels van Duitsland en zijn enorme misser tegen Oostenrijk op het EK 2008 bleef hem achtervolgen.
Na Klose zijn vertrek koos Duitsland daarom vaak voor een valse negen: middenvelders of buitenspelers die in de spits moesten spelen. Mario Götze, Thomas Müller, Serge Gnabry en Kai Havertz kregen allemaal een kans. Maar na drie teleurstellende toernooien – het WK 2018, EK 2021 en WK 2022 – werd duidelijk dat dit geen blijvende oplossing was.
En zo hangt er richting het WK van 2026 één grote vraag boven het Duitse voetbal: waar is de klassieke Duitse spits gebleven?
De jeugd en het verloren instinct
Om te begrijpen waarom Duitsland al zo lang zonder echte spits zit, moet je kijken naar de jeugdopleidingen van de afgelopen vijftien jaar. Daar lag de focus steeds meer op moderne, veelzijdige aanvallers: spelers die kunnen combineren, tussen de linies bewegen en meedoen aan het druk zetten. Spelers zoals Mario Götze – technisch briljant, belangrijk in 2014, maar uiteindelijk iemand die niet alles uit zijn carrière haalde.
Echte afmakers opleiden, spitsen met kracht, gevoel voor positie en dat ongrijpbare doelpunteninstinct, werd gezien als ouderwets. Het idee dat je een spits kunt trainen om net dat halve tikje eerder bij de bal te zijn dan een verdediger, zoals Gerd Müller dat kon, raakte op de achtergrond. Technische flexibiliteit kreeg voorrang.
Daar kwam nog iets bij: bovendien vond men dat de klassieke centrumspits het spel minder dynamisch maakte. Te weinig betrokken bij combinaties, te veel afhankelijk van voorzetten, iets waar Duitse teams toen niet op gebouwd waren.
Het gevolg was dat een van de meest bepalende posities in het Duitse voetbal langzaam steeds minder goed werd ingevuld. Waar ooit spelers als Müller, Völler, Klinsmann en later Klose verdedigers tot wanhoop dreven, kwam nu een generatie die wel slim in de ruimtes bewoog – Thomas Müller, Götze, Timo Werner, Havertz, Gnabry – maar die in het strafschopgebied vaak het echte killersinstinct miste.
Getty Images
De kern van het probleem lag in de gedachte dat je het fysieke en het killerinstinct van een spits later wel kon aanleren. Eerst moesten jonge aanvallers vooral leren combineren en bewegen zoals een nummer 10 of een buitenspeler. Maar Klose liet juist zien dat het bij een spits niet alleen draait om duels winnen of sterk zijn, maar vooral om een constante focus op het doel. Dat soort instinct ontstaat alleen als je het jarenlang traint en centraal stelt. Zonder dat wordt een spits nooit het natuurlijke eindstation van een aanval.
Toch werden jonge Duitse spitsen aangeleerd om vaker uit te zakken en mee te combineren, in plaats van hun kracht juist ín het strafschopgebied te gebruiken. Alles wat hoort bij een klassieke afmaker – het gevoel voor ruimte, het improviseren, zelfs brute kracht – kreeg minder prioriteit.
Hannes Wolf, sinds 2023 hoofd ontwikkeling bij de Duitse voetbalbond, trok al snel aan de bel. Hij zei onlangs: “We hebben slecht getraind, daar valt niet over te liegen. Op het gebied van spelerontwikkeling waren we het slechtste van de toplanden.”
Hij wil het nu volledig omgooien. Het uitgangspunt: een spits raakt in een wedstrijd van 90 minuten gemiddeld maar dertig keer de bal. Train je hem een half uur, dan komt hij aan misschien tien balcontacten. Hoe moet je zo iemand dan vormen binnen een complete 11-tegen-11 training? Vroeger werkte dat misschien, maar nu niet meer. Spitsen leerden vooral in wedstrijden en te weinig tijdens gerichte trainingen.
Een pragmatische aanpak
En zo zoekt Duitsland richting het WK van 2026 vooral naar een praktische oplossing. Een nieuwe topspits zoals Klose hebben ze simpelweg niet. De relatief late doorbraak van Niclas Füllkrug in november 2022 – hij was al 29 – maakte duidelijk dat het tijdperk van de valse negen voorbij was. Füllkrug bracht precies datgene wat al jaren ontbrak: fysiek, kopkracht en een neusje voor de goal. Zijn oproep stond symbool voor een terugkeer naar nuchterheid.
Ook Tim Kleindienst werd geselecteerd als een fysiek sterke optie. Met spelers als Füllkrug en Kleindienst kreeg Duitsland weer een echte targetman, iemand die ruimte maakt voor de vleugelaanvallers en wat druk bij de middenvelders wegneemt. Ze zijn geen supersterren, maar ze beheersen wel de basis van een klassieke spits: de eerste balcontrole in de zestien, en het winnen van duels.
Getty Images
Getty Images
De opkomst van Woltemade
Nu is Nick Woltemade de speler die het beste laat zien hoe een klassieke, fysiek sterke spits kan renderen in het moderne voetbal. Hij is bijna twee meter lang, technisch vaardig en enorm getalenteerd. Met de juiste begeleiding kan hij uitgroeien tot een spits van wereldklasse. Völler en Nagelsmann zagen zijn kwaliteiten al bij Stuttgart, en zijn transfer naar Newcastle voor liefst 75 miljoen euro onderstreept dat vertrouwen.
Woltemade kan de brug vormen tussen Klose’s nalatenschap en het hedendaagse voetbal: een fysiek sterke spits die een killerinstinct heeft én tactisch inzicht. Zijn ontwikkeling is in veel opzichten de ultieme test voor de nieuwe Duitse filosofie.
Toen Nagelsmann en Voller Woltemade vorig seizoen zagen schitteren voor Stuttgart in de finale van de Duitse beker, konden ze zijn kwaliteiten en elegantie om tegenstanders te passeren van dichtbij aanschouwen.
Voller gelooft dat Woltemade’s kracht en spelinzicht van wereldklasse zijn. “Ondanks zijn lengte moet hij nog wat verbeteren in het koppen, maar dat zijn dingen die je zeker kunt leren en trainen. Als hij zich ook maar een beetje verbetert, gaat hij een geweldige carrière tegemoet.”
Getty Images
Onlangs toonde bondscoach Julian Nagelsmann zich ook zeer tevreden over de vooruitgang die Woltemade heeft geboekt: “Ik vind dat hij het heel goed heeft gedaan. Er moeten nog een paar stappen worden gezet, maar hij is op de goede weg.”
Het doel is duidelijk: Duitsland moet weer durven een nummer 9 op te leiden als echte specialist – iemand die zich richt op afwerken, koppen onder druk en het instinct behoudt dat spelers als Klose zo uniek maakte. Alleen op die manier kan Duitsland, met zijn technisch sterke middenvelders, het ontbrekende puzzelstukje vinden om weer mee te doen op het hoogste niveau.
De woorden van de bondscoach kunnen ook worden opgevat als directe instructies aan Woltemade om zijn talent te gebruiken en de juiste houding aan te nemen om zich verder te ontwikkelen. De ontwikkeling van meer spelers zoals hij verdient nu op alle niveaus te worden heroverwogen. Coaches moeten de deuren weer openen voor de specialisatie van de spits in de jeugdopleiding. Er moet meer individuele training worden gegeven in afwerken en koppen in situaties van extreme druk. De herhaling van deze specifieke situaties, die Wolf als essentieel beschrijft, moet exponentieel toenemen om het instinct te behouden dat iemand als Klose beroemd heeft gemaakt.
Met behulp van Wolf moet Duitsland ervoor zorgen dat zijn aanvallers opnieuw leren om op het beslissende moment in het strafschopgebied te domineren, zoals de grote voorbeelden uit het verleden dat intuïtief deden. Het gaat erom te corrigeren wat in het tijdperk van de obsessie voor balbezit is vergeten.
Alleen zo kan de Duitse nationale ploeg, die nog steeds vol zit met technisch onderlegde middenvelders, een van de laatste puzzelstukjes vinden om weer succesvol te worden. De hoop is klein, maar de noodzaak is duidelijk: de Duitse traditie van scorende spitsen herstellen om weer mee te kunnen doen voor de winst van EK’s en WK’s.