Vanaf 1 januari mogen Nederlanders alleen nog maar categorie 1-vuurwerk afsteken: sterretjes en kleine knallers. Onze ooster- en zuiderburen lijken voorlopig niet van plan zulke maatregelen te nemen. Toch klinkt ook daar de oproep tot een totaalverbod steeds luider.

‘Een kleine hel’

In veel opzichten weerspiegelt het debat in België en Duitsland de discussie in Nederland. De problematiek is vrijwel dezelfde. Joery Dehaes, vertegenwoordiger bij politievakbond ACV in België, noemt de jaarwisseling ‘een kleine hel’. “Het zware vuurwerk, zoals de befaamde cobra’s, wordt gewoon naar de hulpdiensten geschoten – naar politie én brandweer”, vertelt hij tegen RTL Nieuws.

Maar in Nederland is het probleem een stuk ernstiger. Zo telde ons land vorig jaar 1162 slachtoffers van vuurwerk-gerelateerde incidenten. In België waren dat er 122.

In deze video zie je welk vuurwerk je volgend jaar in Nederland nog mag afsteken:

Jeroen Akkermans, correspondent Duitsland voor RTL Nieuws, maakte oud en nieuw in Berlijn dikwijls mee. Volgens hem is het daar vorig jaar totaal uit de hand gelopen: “Er was zoveel hard vuurwerk ingeslagen dat je oren ervan trilden.” Vijf mensen kwamen om en honderden raakten gewond. Als gevolg tekenden in januari ruim 2,2 miljoen Duitsers een petitie voor een totaalverbod op vuurwerk.

Maar zo’n verbod is er uiteindelijk niet gekomen. Politici blijven, ondanks het veranderende sentiment, huiverig. “Daar is simpelweg geen meerderheid voor”, zegt Akkermans. “Het blijft een traditie waar veel mensen plezier aan beleven.”

Niet te handhaven

De aanpak verschilt in beide landen enorm. België is heel streng op de aankoop van vuurwerk. Maar voor het afsteken van vuurwerk ontbreekt nationale regelgeving.

Dat wordt per gemeente bepaald en verschilt nogal: “Vijf kilometer verderop kan vuurwerk zijn toegestaan, terwijl in een andere gemeente een volledig verbod geldt”, zegt Dehaes. “Voor de politie is dat gebrek aan eenvormigheid bijzonder moeilijk.”

In deze video zie je hoe Nederlanders hun laatste kans grijpen om legaal vuurwerk in te slaan:

Maar wat in België in de winkel verboden is, is vaak online toch verkrijgbaar. “Zelfs vuurwerk dat normaal niet verkocht mag worden, komt via pakketjes toch binnen”, zegt Dehaes.

In Duitsland is de regelgeving zwakker. “De grote steden hebben zones ingesteld waar je geen vuurwerk mag afsteken”, legt Akkermans uit. Dat betekent dat de vuurwerkregels vaak per wijk of zelfs per straat verschillen. In de praktijk is dat ‘lastig te handhaven’, zegt hij.  

Open grenzen

Ook het soort vuurwerk dat je mag afsteken wordt gereguleerd. Maar dat voorkomt niet dat veel zwaarder vuurwerk alsnog de grens over komt. “Duitsland heeft hetzelfde probleem met Polen als Nederland met Duitsland: zwaarder vuurwerk dat niet ingevoerd mag worden, maar toch massaal binnenkomt”, zegt Akkermans.

Duitsland verbiedt vuurwerk in categorie F3, de zware knallers. Maar die zijn in Polen gewoon verkrijgbaar. Mede hierdoor komt een algeheel vuurwerkverbod moeilijk van de grond.

Ook in België herkennen ze dat probleem. “Als Nederland een verbod invoert, gaan mensen gewoon de grens over naar België of Duitsland”, waarschuwt Dehaes. “Daarom moet dit op grotere schaal geregeld worden.” 

Om die reden pleit de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten al langer voor een Europees verbod op de verkoop van vuurwerk aan consumenten. Maar dat is ingewikkeld. “Veiligheid is geen Europese bevoegdheid”, legt Akkermans uit. “Brussel kan hier weinig in betekenen – het blijft iets dat per land wordt geregeld.” 

Zowel België als Duitsland zet steeds vaker in op grote, gereguleerde vuurwerkshows. Als het aan Dehaes ligt, wordt dat de standaard: “Vuurwerk aan particulieren verkopen is niet meer van deze tijd. Laat het over aan professionals. Daar is het wél veilig geregeld.”