Uit onderzoek van het EenVandaag Opiniepanel blijkt dat 59 procent van de huidige vuurwerkafstekers van plan is om volgend jaar illegaal vuurwerk te kopen, ondanks het verbod. Niet zozeer uit rebellie, maar omdat een traditie verdwijnt terwijl het alternatief onduidelijk voelt. Die verschuiving — van een gereguleerd systeem naar een ongereguleerd circuit — vormt de kern van de zorgen rond de komende jaarwisselingen.
Een illegale markt die al lang geen randverschijnsel meer is
De omvang van die verschuiving is zichtbaar in de cijfers van het Openbaar Ministerie. Volgens de Vuurwerkbarometer is in 2025 tot eind november al 71.492 kilo illegaal vuurwerk in beslag genomen. In één week alleen al ging het om meer dan 40.000 kilo. Het gaat daarbij niet om incidentele vondsten, maar om structurele handelsstromen die het hele jaar door lopen.
Dat beeld staat haaks op het idee dat illegaal vuurwerk vooral een probleem is van de laatste dagen van december. De markt is inmiddels stabiel en professioneel georganiseerd. Juist dat maakt haar aantrekkelijk voor consumenten zodra het legale aanbod verdwijnt.
De consument in een onduidelijk en risicovoller speelveld
Voor veel consumenten voelt vuurwerk dat legaal te koop is nog altijd als gecontroleerd en daarmee als relatief veilig. Het ligt in een winkel, heeft een keurmerk en wordt verkocht met instructies. Maar dat gevoel van veiligheid blijkt in de praktijk kwetsbaar. Ook bij legaal vuurwerk ontstaan elk jaar ernstige verwondingen: brandwonden aan handen en gezicht, blijvend oogletsel en gehoorschade. Niet zelden door technische mankementen zoals weigeraars, blindgangers of onverwachte explosies. Het risico beperkt zich bovendien niet tot degene die het vuurwerk afsteekt. Omstanders, buren en voorbijgangers raken regelmatig gewond, zonder zelf een keuze te hebben gemaakt.
Juist in dat licht roept de komende overgang vragen op. Als legaal siervuurwerk verdwijnt en consumenten vaker te maken krijgen met ongereguleerd of buitenlands vuurwerk, wordt het lastiger om in te schatten welk risico zij lopen. Het gevaar zit dan niet alleen in wat iemand zelf afsteekt, maar in wat er in de directe omgeving gebeurt — en hoe voorspelbaar dat vuurwerk nog is.
Wat de toezichthouder ziet — en waar de verantwoordelijkheid ophoudt
De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), toezichthouder op legaal consumentenvuurwerk, ziet dat ook binnen het toegestane aanbod risico’s zijn toegenomen. “Het legale vuurwerk is de laatste jaren groter en robuuster geworden,” laat de inspectie weten, “maar daarentegen zien we meer tekortkomingen op het functioneren van het product, zoals explosies, blindgangers en weigeraars.”
Daarnaast signaleert ILT een toename van evenementen met zogenoemd theatervuurwerk, waarbij kleinere veiligheidsafstanden gelden dan bij professioneel vuurwerk. Dat vergroot volgens de inspectie het risico voor het publiek en is een reden om het toezicht bij evenementen te intensiveren.
Tegelijkertijd maakt ILT duidelijk dat haar rol bij het aanstaande siervuurwerkverbod beperkt blijft. De handhaving van het verbod op F2-vuurwerk wordt vanaf 2026 een taak van gemeenten en politie. ILT blijft betrokken bij de productveiligheid van toegestaan vuurwerk en bij verenigingen die mogelijk een ontheffing krijgen. Over de veiligheidsrisico’s van uitwijk naar buitenlands of illegaal vuurwerk doet de inspectie geen uitspraken en verwijst zij naar de handhavende instanties.
Nieuwe regels, nieuwe uitzonderingen
Ook het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) benadrukt dat de uitvoering van het verbod nog niet volledig is uitgewerkt. Onlangs startte een internetconsultatie waarin wordt vastgelegd dat burgemeesters ontheffingen kunnen verlenen aan verenigingen. Zij mogen dan tot 200 kilo F2-siervuurwerk afsteken — dezelfde categorie die voor individuele consumenten verboden wordt.
Dat betekent dat siervuurwerk niet volledig uit het straatbeeld verdwijnt, maar via lokale uitzonderingen blijft bestaan. Daarnaast werkt het kabinet nog aan nadeelcompensatie voor vuurwerkondernemers en aan een landelijk handhavingsplan, dat nog met de Tweede Kamer moet worden gedeeld. De precieze invulling van de regels kan daardoor per gemeente verschillen.
Voor consumenten betekent dit dat de jaarwisseling minder eenduidig wordt: wat in de ene gemeente verboden is, kan elders via een ontheffing toch plaatsvinden.
Het laatste legale jaar vergroot de spanning
Tegelijkertijd lijkt het laatste jaar waarin siervuurwerk nog legaal is, juist extra spanning op te roepen. Vier op de tien afstekers zeggen dit jaar meer vuurwerk te willen afsteken “nu het nog mag”. Vooral jongeren noemen frustratie over het verbod en het gevoel dat een traditie wordt afgepakt.
Die dynamiek vergroot de kans dat consumenten hun toevlucht zoeken tot alternatieven buiten het gereguleerde systeem. Niet per se zwaarder vuurwerk, maar vuurwerk waarvan herkomst, kwaliteit en veiligheid lastiger te controleren zijn.
Een jaarwisseling die niet per se stiller wordt, maar anders
Alles wijst erop dat het vuurwerkverbod de komende jaren niet direct leidt tot een stille jaarwisseling. De legale markt krimpt, de illegale markt blijft bestaan en lokale uitzonderingen zorgen voor verschillen per gemeente. Voor consumenten betekent dat een verschuiving van voorspelbaar naar onvoorspelbaar: minder grip op wat er in hun omgeving wordt afgestoken en minder duidelijkheid over risico’s.
De echte vraag is daarom niet alleen of het verbod op termijn effect heeft, maar wat er gebeurt in de tussenliggende jaren. Juist daar, in het grijze gebied tussen beleid en praktijk, zal blijken of de jaarwisseling veiliger wordt — of vooral minder overzichtelijk.