Je kunt het explosieve karakter van de vuurwerktraditie niet letterlijk genoeg nemen. Onbeheersbaarheid is er per definitie onlosmakelijk mee verbonden; ratio en zelfbeheersing gaan tijdens de oudejaarsviering overboord. In het zelf afsteken van vuurwerk – ook dat van de siervariant – ligt precies die opwindende ruigheid waar bijna iedereen wel een beetje gevoelig voor is. Vreugdevuren behoren ook tot deze categorie: in de meeste mensen schuilt wel iets van een pyromaan, zoals de populariteit van vuurkorf en open haard illustreert.

Irene Stengs is onderzoeker bij het Meertens Instituut en bijzonder hoogleraar Antropologie van Rituelen en Populaire Cultuur aan de Vrije Universiteit.

De onbeheersbaarheid van de vuurwerktraditie ligt er dik bovenop. Ondanks de decennialange inspanningen van gemeentes en andere overheden om het ritueel onder controle te krijgen, waarvan het naderende totale vuurwerkverbod een nieuwe fase in zal luiden, is het vuurwerk in kwantiteit en explosiviteit juist alleen maar toegenomen.

Hiermee volgt de vuurwerktraditie het patroon dat veel tradities en rituelen kenmerkt: vermeerdering en uitvergroting. Elke uitvoering van een ritueel – ook bijvoorbeeld (kinder)verjaardag of trouwfeest – moet namelijk de laatste op zijn minst evenaren, maar nog liever overtreffen. Bij vuurwerk gaat het dan met name om spektakel, esthetiek en opwinding. Eigen plezier en competitie met familie, buren en vrienden zijn de belangrijkste aanjagers.

Ook de aard van consumentensiervuurwerk is in de loop van 21ste eeuw drastisch veranderd. Er zijn veel meer soorten te koop, en wat te koop is, is vaak aanzienlijk groter dan vroeger. Neem de zogenaamde ‘cakes’ – dozen met meerdere lanceerbuizen waar soms honderden ‘shots’ uit komen. Wie hier spreekt van een traditie die decennia teruggaat, trekt een rookgordijn op: in vrijwel ieder opzicht lijkt de huidige vuurwerktraditie in niets op die van zestig of zeventig jaar terug, toen het consumentenvuurwerk in Nederland zijn intrede deed.

De voorstanders van het behoud van vuurwerk grijpen terug op de waarde van de traditie: zij hebben, net als hun ouders, altijd (veilig) vuurwerk afgestoken, samen met de buren voor de voordeur bovendien, wat de sociale cohesie verhoogt. Zij koesteren deze warme herinneringen en willen de traditie daarom graag aan nieuwe generaties overdragen. Sinds tien jaar staat „het afsteken van consumentenvuurwerk met oud en nieuw” zelfs op de nationale inventaris van immaterieel erfgoed.

Asociale onruststokers

Vuurwerkaficionado’s onderscheiden zichzelf dus in moreel opzicht van degenen die hun mooie traditie verpesten met zwaar, illegaal, gevaarlijk vuurwerk en andere grensoverschrijdende activiteiten. In de optiek van de liehebbers zal een totaalverbod asociale onruststokers niet tegenhouden. Het vuurwerk waarmee zij het feest verstoren, is immers al verboden sinds er in 1980 een wet kwam die het geluidsvolume van vuurwerk aan banden legde.

De eeuwige strijd om de oudejaarsnacht onder controle te krijgen staat niet op zichzelf en is evenmin typisch Nederlands. Het gaat hier om een bredere maatschappelijke kwestie, die meestal een beetje uit het oog verdwijnt of als niet ter zake doende wordt beschouwd. Kermissen, carnaval, jaarmarkten, paasbulten: ruigheid laat zich niet door beschaving uitbannen. Ongereguleerde ruigheid is een onweerstaanbaar onderdeel van dit soort rituelen.

Het lijkt me duidelijk dat in de komende jaren het aantal vreugdevuren sterk zal toenemen: illegaal, gedoogd, georganiseerd. Op hun beurt zullen ook die mikpunt van kritiek worden – waarna ook die rituelen dreigen te worden ‘afgepakt’.

Lees ook

Laatste keer in de rij om vuurwerk te kopen. ‘Die big boom die mensen willen, dat zijn Cobra’s. Die verkopen we niet’

Vuurwerkliefhebbers kopen vuurwerk bij een verkooppunt in een tuincentrum.

Geef cadeau

Deel

Mail de redactie

De journalistieke principes van NRC