De 28-jarige schaatser hield na het OKT rekening met alle scenario’s. “Het liefst had ik bij de eerste twee op de vijf en tien kilometer gezeten. Dat is net niet gelukt. Dan kom je in zo’n onzekere situatie terecht. Ik kan zelf niet bepalen of de ploegenachtervolging belangrijker is dan de 1500 meter van Tim. Iedereen vindt zijn plek belangrijk.”

Net als in 2022 heeft de 28-jarige schaatser zijn selectie te danken aan een aanwijsplek. In Beijing liep het voor het drietal Kramer, Roest en Bosker slecht af. Ze eindigden als vierde. Hoe kansrijk acht Bosker ditmaal de ploegenachtervolging met Stijn van de Bunt, Chris Huizinga en hemzelf? “Ik denk niet dat we een gelegenheidstrio hoeven zijn, Stijn heeft heel goede tijden gereden op het OKT, absurd. Ook zijn 1500 meter viel mij niet tegen. Daarom denk ik dat we mee kunnen doen om de medailles. Ik wil veel samen trainen en hoop dat we in Tomaszow (tijdens het EK volgende week, red.) al kunnen knallen. Dan weet je gelijk waar je staat qua wedstrijdniveau. Deze week gaan we om tafel en een plan van aanpak bedenken.”