
Het eeuwige dilemma van de dorstige wielrenner
De discussie over wielrennen en alcohol is zo oud als de sport zelf. Aan de ene kant heb je de puristen die stellen dat elke druppel vergif is voor je zuurverdiende conditie. Aan de andere kant staan de levensgenieters die zweren bij een herstelbiertje en beweren dat een beetje ontspanning geen kwaad kan. Het probleem is dat beide kampen hun gelijk proberen te halen met data.
De wetenschap lijkt zichzelf soms tegen te spreken. Dit komt vooral doordat veel onderzoek observationeel is. Men kijkt naar de gewoontes van grote groepen mensen en trekt daar conclusies uit, maar vergeet soms dat iemands totale levensstijl, zoals voeding en trainingsarbeid, een gigantische rol speelt. Gelukkig heeft een recent, grootschalig Noors onderzoek de kwestie op een veel relevantere manier benaderd.
Een Noorse studie brengt verrassend nieuws
In de zogeheten HUNT-studie werden meer dan 24.000 gezonde volwassenen over een periode van bijna zeventien jaar gevolgd. De onderzoekers keken niet alleen naar hoeveel men dronk, maar juist naar de veranderingen in zowel alcoholgebruik als fysieke fitheid over een periode van tien jaar. Wat gebeurt er als iemand stopt met drinken, of juist begint? En wat als iemands conditie verbetert of, nog belangrijker, verslechtert?
De resultaten waren opmerkelijk. De studie suggereert dat je fysieke fitheid een veel krachtigere hefboom voor je gezondheid is dan je alcoholinname. Voor veel fanatieke fietsers is dat nieuws dat als muziek in de oren klinkt.
De harde klappen vallen bij een slechte conditie
De meest schokkende conclusie van het onderzoek was niet gerelateerd aan alcohol, maar aan een gebrek aan beweging. Personen die in de onderste 20 procent qua fitheid bleven, zagen hun sterfterisico door het dak gaan, ongeacht of ze dronken of niet. Sterker nog, een geheelonthouder die onfit bleef, had een 65 procent hoger risico dan een fitte geheelonthouder.
Dit toont aan dat de ‘straf’ voor een gebrek aan conditie enorm is. Het risico van een inactieve levensstijl is zo groot, dat het de eventuele voordelen van niet-drinken volledig overschaduwt. De fiets in de schuur laten staan is dus gevaarlijker dan een glas wijn bij het eten.
De relatieve vrijspraak voor de fitte drinker
Nu het goede nieuws voor de harde werkers onder ons. Wielrenners die fit bleven, oftewel in de bovenste 80 procent van de geteste groep, hadden over het algemeen géén verhoogd sterfterisico door alcohol. Zelfs als hun consumptie boven de aanbevolen limiet lag, was hun risicoprofiel vergelijkbaar met dat van een fitte geheelonthouder.
Dit betekent dat jouw trainingsarbeid op de pedalen zwaarder weegt dan dat biertje na de finish. De studie geeft een soort ‘vrijspraak’ voor de fitte drinker. Het suggereert dat een gezonde levensstijl, met consistente training als basis, een krachtige buffer vormt tegen de mogelijke nadelen van alcohol.
De kosten van je fiets laten staan
De allerbelangrijkste les uit dit onderzoek is misschien wel de meest confronterende. De groep met het allerhoogste risico waren de mensen die van ‘fit’ naar ‘onfit’ gingen. Onder de geheelonthouders in de studie was het risico voor deze groep zelfs 205 procent hoger dan voor degenen die fit bleven. Je zuurverdiende conditie laten verslonzen is dus de grootste zonde die je kunt begaan.
Dit benadrukt waar de echte prioriteit zou moeten liggen voor elke sporter. De focus moet liggen op het voorkomen van lange periodes van deconditionering. Consistent blijven trappen is de sleutel.
Focus op de pedalen, niet alleen op het glas
Betekent dit dat je als wielrenner onbeperkt kunt drinken? Nee, natuurlijk niet. Alcohol blijft een factor om rekening mee te houden en kan je herstel en prestaties beïnvloeden. Maar het onderzoek plaatst de discussie in een broodnodig perspectief. De echte ‘boeman’ is niet dat sociale drankje, maar een leven op de bank.
De duidelijkste boodschap is dat het behouden van je basisconditie veel meer zoden aan de dijk zet dan volledige onthouding. Dus, geniet met mate van dat drankje, maar zorg er bovenal voor dat je nooit de overstap maakt naar de categorie ‘onfit’.
