In HNM De Podcast spraken Hélène Hendriks, Merel Ek en Noa Vahle openhartig over de positie van vrouwen in de sport- en voetbaljournalistiek. De drie benadrukken dat de zichtbaarheid van vrouwen een positieve ontwikkeling is, maar waarschuwen tegelijk voor het geforceerd doordrukken van diversiteit.

Om deze content te zien moet je cookies accepteren

Cookievoorkeuren wijzigen

Volgens Hendriks moet de groei van vrouwen in de sportmedia vooral organisch verlopen. “Er zijn heel veel vrouwen in de voetbaljournalistiek en in de sportjournalistiek. Dat is alleen maar een hele goede ontwikkeling. Dat moet gewoon een natuurlijk verloop krijgen”, stelt ze. Een extra duwtje kan volgens haar soms helpen, maar: “Stop met dat drammen… Het drammen en heel erg pushen van vrouwen in de media werkt averechts.” 

Ek is het daarmee eens en ziet hetzelfde effect: “Het werkt averechts. Want mensen denken dan: oh, maar die zit er omdat…” Dat gevoel herkent Vahle maar al te goed. Zij stoort zich aan de suggestie dat vrouwen vooral op uiterlijk worden geselecteerd. “Dat vind ik het meest vervelend. Er wordt heel erg gedaan van: Dus jij zit er, jij doet de voetbaljournalistiek want je hebt borsten en blond haar. Terwijl ik denk: Nou, volgens mij hebben we echt wel een beetje kennis van zaken inmiddels.”

Hendriks vult aan dat zij aan het begin van haar carrière wel degelijk profiteerde van het feit dat er bewust naar een vrouw werd gezocht. “Ze zochten toen ook echt een vrouw en daar heb ik geluk bij gehad. Ik kreeg de voorkeur omdat ik vrouw was. Dat is niet erg.”

Toch zijn de drie het erover eens dat quota en statements niet het uitgangspunt moeten zijn. “Het statement: er moeten meer vrouwen in de sportjournalistiek, dat vind ik echt onzin”, zegt Vahle. Hendriks wijst erop dat er simpelweg minder vrouwen zijn die voor sportjournalistiek kiezen. “Als je kijkt naar de journalistieke opleiding zijn er procentueel minder vrouwen die geïnteresseerd zijn in sportjournalistiek. Dat is gewoon een gegeven.”

Ze merkt op dat bij veel grote bedrijven er vaak ‘ineens’ een vrouw bij moet komen. “Dat is niet het uitgangspunt. Je moet gewoon de beste hebben”, stelt Hendriks. Vahle wijst tot slot naar Ajax: “Het is zelfs zo dat in de RvC van Ajax, dat zijn er zes, er twee vrouw moeten zijn. Maar dat is bij een beursgenoteerd bedrijf, daar is 33 procent van de organisatie vrouw. Dat vind ik niet verkeerd.”

Om deze content te zien moet je cookies accepteren

Cookievoorkeuren wijzigen