Het idee is simpel, legt professor Per Becker uit: een land moet blijven functioneren, ook als het wordt aangevallen. “Anders vecht het leger voor een samenleving die al is ingestort.” Becker verdiept zich aan de Universiteit van Lund en de Zweedse Defensie Academie in het zogenaamde ‘Totale Weerbaarheidssyteem’ in zijn land.
Niet iedereen in uniform
Zweden kent een militaire dienstplicht. Dat betekent dat als er een oorlog komt, een deel van de bevolking wordt opgeroepen om te dienen in het leger. Ook als ze al iets ouder zijn. Zo kreeg docent Stefan Lindhe onlangs te horen dat hij als de oorlog uitbreekt, ingezet kan worden als kleuterleider.
Het idee erachter is dat jongere kinderen die zichzelf nog niet kunnen verzorgen prioriteit krijgen in een crisissituatie, zodat hun ouders zich op hun taken kunnen richten. Dat hij zomaar een kleuterleider kan worden is voor Lindhe geen enkel probleem: “Ik vind dat een goede zaak. Als de nood aan de man is moet iedereen bijdragen.”
Dagelijks leven gaande houden
Lang niet iedereen heeft zo’n specifieke opdracht, vertelt Becker. “Diegenen die een taak hebben, zijn daarvan op de hoogte maar mogen er lang niet altijd over praten.” Mensen die geen specifieke taak hebben, hebben de plicht om door te gaan met wat ze ook in vredestijd doen.
Winkels, scholen, zorginstellingen en openbaar vervoer, maar ook drinkwatervoorzieningen en internetverbindingen: alles wat nodig is om het dagelijks leven gaande te houden, moet blijven functioneren. “Ook dat is weerbaarheid”, zegt professor Becker.
Weerbaarheid ingebouwd in het land
Het Weerbaarheidssysteem gaat niet alleen over mensen, maar ook over infrastructuur. Decennialang was het verplicht om een schuilkelder te bouwen voor elk nieuw groot openbaar gebouw. Zo zijn er in Zweden ongeveer 8 miljoen plekken in schuilkelders beschikbaar.
Niet al die plekken zijn gebruiksklaar. Ze worden nu vaak gebruikt als opslag. Onder de school van meneer Lindhe is ook een gigantische schuilkelder te vinden. Er zou plek moeten zijn voor zo’n 700 mensen, maar dan moeten er wel eerst wat meubels en fietsen uitgehaald worden.
Groot project
De Zweedse overheid is nu een groot project gestart om de schuilkelders allemaal klaar te maken voor gebruik, en waar nodig te moderniseren. En dan zijn er nog de Zweedse wegen. “Vliegvelden zijn bij een aanval de eerste doelwitten. Daarom moet de luchtmacht mobiel en flexibel zijn”, vertelt professor Becker. Daarom zijn verschillende Zweedse wegen ook te gebruiken als landingsbaan.
De Zweedse gevechtsvliegtuigen zijn speciaal ontworpen voor korte landingsbanen, zegt Becker. “Je herkent die landingsbanen gelijk als je door Zweden rijdt. Opeens wordt de weg een stuk breder, dan weet je dat je op een landingsbaan rijdt. Vaak zijn er in de buurt van dat soort landingsbanen ook bunkers en voorraden aangelegd, zodat ze gelijk in gebruik genomen kunnen worden als dat nodig is.
Kunnen wij dit ook?
De vergelijking met Nederland ligt voor de hand, stelt Becker. Onze landen lijken op veel vlakken op elkaar. “Maar jullie hebben 9 procent van onze oppervlakte en zijn met 76 procent meer mensen, dat vraagt om specifieke keuzes”, stelt Becker.
Toch zijn de onderliggende problemen herkenbaar. Net als Zweden heeft Nederland na de Koude Oorlog fors bezuinigd op defensie. En net als in veel andere Europese landen is een groot deel van de samenleving sterk geprivatiseerd. Nu blijkt hoe kwetsbaar dat kan zijn. “We zitten allemaal in de situatie dat we opnieuw moeten opbouwen, en we kunnen altijd van elkaar leren”, zegt Becker.
Andere manier van denken
De kern van de Zweedse aanpak is dat weerbaarheid niet iets is voor ‘anderen’. Niet alleen militairen, politici of hulpdiensten moeten aan de slag, maar iedereen. Dat vraagt volgens Becker om een andere manier van denken: accepteren dat plichten bij het burgerschap horen, juist in onzekere tijden.
De vraag is volgens hem dus niet alleen wat Nederland technisch of organisatorisch van Zweden kan leren, maar vooral of we ook bereid zijn om onze weerbaarheid als gedeelde verantwoordelijkheid te zien.