
Je loopt de fietsenwinkel binnen of opent je laptop met het voornemen om een leuke, nieuwe fiets te kopen. Wat vroeger een feestje was, voelt tegenwoordig al snel als een overweldigende opgave. De Amerikaanse expert en journalist Matt Phillips schreef er recent een vlijmscherp stuk over voor Bicycling.
Zijn conclusie is even pijnlijk als herkenbaar: de industrie is de weg kwijt en wij als fietsers zijn daar de dupe van. Waar fietsen ooit draaide om de briljante eenvoud van twee wielen en een frame, lijkt het nu vooral te gaan om wie de meeste verwarrende subcategorieën kan bedenken.
Een gravelbike kiezen is topsport geworden
Laten we eerlijk zijn. Het rondneuzen in een fietsenwinkel of het scrollen door webshops gaat tegenwoordig minder over het ontdekken van mooie spullen en meer over een zintuiglijke aanval op je hersenen. Volgens vergelijkingssite 99Spokes zijn er op dit moment meer dan achtduizend verschillende gravelbikes op de markt. Achtduizend. En dat is nog exclusief de elektrische varianten.
Het is bijna knap hoe de industrie een categorie die ooit begon als ‘gewoon lekker fietsen over onverharde paden’ heeft weten om te toveren tot een ondoordringbaar doolhof van opties, standaarden en marketingtermen.
De wildgroei aan gravel-modellen
Neem een merk als Specialized. Zij hebben inmiddels drie verschillende families binnen hun gravelaanbod. Je hebt de Crux voor de puristen, de Diverge voor de avonturiers en de Diverge STR voor wie vering wil. Klinkt logisch? Misschien. Maar als je inzoomt zie je dat er tientallen uitvoeringen zijn, in eindeloze kleuren en afmontages. Phillips merkt in zijn analyse terecht op dat merken als Specialized waarschijnlijk bang zijn om klanten te verliezen als ze niet voor elke nanometer aan gebruikersvoorkeur een specifiek model aanbieden.
Het resultaat is ironisch genoeg dat er in die berg aan fietsen nog steeds gaten vallen. Zo ontbreekt bij datzelfde merk bijvoorbeeld nog steeds een echte aero-gravelracer. De oplossing van de industrie zal waarschijnlijk niet zijn om het aanbod te versimpelen, maar om er gewoon een vierde model bij te proppen.
Innovatie of marketingtrucjes
Het pijnlijkste punt dat wordt gemaakt gaat over de zogenaamde innovatie binnen de sector. We laten ons als fietsers maar al te vaak wijsmaken dat we iets nieuws nodig hebben. Phillips slaat de spijker op zijn kop met een quote die we het liefst op een tegeltje zouden drukken: “Doelgerichtheid ontstaat niet door iets mat kaki te schilderen en het ‘gravel’ te noemen.”
Het constant opsplitsen van de sport in steeds dunnere plakjes zorgt niet voor vooruitgang. Het zorgt voor verwarring. Het idee dat je voor elk type ondergrond een andere fiets, andere banden, een andere helm en zelfs specifieke gravelschoenen nodig hebt, is pure commercie.
Angst regeert bij de aankoop van een fiets
Het gevaar van deze enorme keuzestress is dat we dichtslaan. In plaats van blij te worden van een nieuwe aankoop, worden we bang. We zijn bang om de verkeerde keuze te maken. Stel je voor dat je die fiets koopt die net niet geschikt is voor dat ene paadje in Zuid-Limburg.
De ironie is dat consumenten door deze overdaad juist vaker vasthouden aan hun oude materiaal. Ze kopen niets, puur uit angst om een miskoop te doen in een markt die op elkaar lijkende producten uitspuugt. Fabrikanten roepen vaak dat ze innoveren of sterven, maar op dit moment lijken ze vooral bezig met het creëren van oplossingen voor problemen die niet bestaan.
Terug naar de simpele essentie
Misschien moeten we als fietsers gewoon weer even normaal doen. Er is een oude wijsheid die stelt dat perfectie niet bereikt is wanneer er niets meer toe te voegen valt, maar pas wanneer er niets meer weg te laten is. De fietsindustrie lijkt die les compleet vergeten en hangt eerder de filosofie aan dat als drie opties niet genoeg zijn, er vast een vierde nodig is. Laat je niet gek maken door marketingpraatjes of de druk om de perfecte setup te hebben voor elke rit. De beste fiets is nog altijd de fiets waar jij met een glimlach op stapt, ongeacht of de lak mat kaki is of niet.
