Ze willen medewerkers van grote, gevestigde bedrijven „uit de klimaatkast” krijgen. Mensen oproepen hun zorgen over klimaatverandering niet alleen in de privésfeer te uiten, maar juist op kantoor. Want daar, menen Arjan Keizer en Hein Brekelmans, is een veel grotere winst te behalen op het gebied van duurzaamheid dan door thuis koffiecups te recyclen of elektrisch te rijden. „Grote bedrijven kunnen écht een verschil maken met gedegen duurzaamheidsbeleid”, zegt Brekelmans. „Nu dicteren aandeelhouders veelal de koers van grote bedrijven; wij denken dat medewerkers die richting veel sterker kunnen beïnvloeden.”

Daarom richtten ze in september samen met drie anderen Medewerkers Voor Onze Toekomst op – een stichting die werknemers wil verenigen rond duurzaamheid op het werk. De stichting mikt op wat zij ‘de stille meerderheid’ noemen: professionals die zich wel zorgen maken over klimaatverandering, maar die overtuiging niet laten zien op de werkvloer. „Mensen die thuis misschien hun voetafdruk verkleinen, maar op hun werk een masker dragen en zwijgen”, aldus Keizer. De groep heeft nu op LinkedIn, afkomstig van meer dan vijftig . Van hen maakten 363 mensen een profiel aan.

Zelf zien ze veel ruimte voor groei. Uit onderzoek, een eigen opdracht door onderzoeksbureau Populytics, blijkt dat 68 procent van de beroepsbevolking duurzaamheid belangrijk vindt en zich daar binnen hun organisatie voor wil inzetten. Ze zeggen dat bijvoorbeeld te doen door in gesprek te gaan met collega’s over klimaatverandering, hun leidinggevenden te bevragen over de strategie van hun bedrijf of door samen met collega’s draagvlak te creëren voor duurzamere besluiten. Van de ondervraagden vindt 35 procent dat hun werkgever zich groener presenteert dan de realiteit rechtvaardigt; 13 procent is bereid 500 euro aan bruto maandsalaris in leveren als dat leidt tot aantoonbaar sterker duurzaamheidsbeleid van de werkgever.

, combineert de stem van 583 representatief geselecteerde medewerkers uit de Nederlandse beroepsbevolking uit de van Medewerkers Voor Onze Toekomst. De percentages in dit artikel verwijzen naar de representatieve groep. „In de corporate wereld zien wij dat veel mensen zich niet durven uitspreken over wat ze écht vinden van klimaat”, zegt Brekelmans. „Met dit onderzoek laten we zien: die groep is groot. We hopen dat bedrijven inzien dat hun medewerkers verandering willen.”

Toen voelde ik pas echt rauw: fuck, de wereld waarin mijn dochtertje opgroeit, gaat veel minder fijn zijn dan ik hoopte

Arjan Keizer
mede-oprichter Medewerkers Voor Onze Toekomst

‘Aha-moment’

Arjan Keizer: „We willen doorbreken dat mensen het gevoel hebben dat ze het enige groene gekkie zijn.”

Arjan Keizer: „We willen doorbreken dat mensen het gevoel hebben dat ze het enige groene gekkie zijn.”

Zoom in

Arjan Keizer (39) is ingenieur, werkte voor McKinsey en de laatste jaren voor , waar hij drie jaar geleden zijn „aha-moment” kreeg. „Ik werkte aan de energietransitie op het gebied van transport, maar doorvoelde lang niet hoe urgent klimaatverandering écht is.” Hij las Het Klimaatboek van Greta Thunberg, waarin wetenschappers uitleggen hoe klimaatverandering werkt en welke gevolgen het gaat hebben als de uitstoot van broeikasgassen niet drastisch wordt verminderd. „Toen voelde ik pas echt rauw: fuck, de wereld waarin mijn dochtertje opgroeit, gaat veel minder fijn zijn dan ik hoopte.”

Bij Shell kreeg hij aanvankelijk weinig bijval. Maar nadat hij in een LinkedIn-post zijn nieuwe besef deelde, regende het positieve reacties – ook van collega’s. „Mijn bericht is meer dan honderdduizend keer bekeken”, zegt Keizer. „Het werd voor mij duidelijk dat dit onderwerp echt leeft onder medewerkers. Door al die bevestiging werd ik aangemoedigd om door te gaan.” In mei stopte hij bij Shell, hij werkt nu fulltime aan Medewerkers Voor Onze Toekomst.

Hein Brekelmans: „We streven naar een sociaal kantelpunt. Dat niet alleen de koplopers met duurzaamheid aan de slag gaan, maar ook het peloton.”

Hein Brekelmans: „We streven naar een sociaal kantelpunt. Dat niet alleen de koplopers met duurzaamheid aan de slag gaan, maar ook het peloton.”

Zoom in

Hein Brekelmans (45) werkt voor ABN Amro als medewerker in het duurzaamheidsteam van de zakelijke bank. Eerder werkte hij ook voor Deutsche Bank en BNP Paribas. Al vanaf het begin van zijn werkende leven zet hij zich in voor duurzaamheid. Bij ABN Amro richtte hij een afdeling op voor duurzame financiering. „Voor mij is duurzaamheid altijd van belang geweest, maar in de loop der jaren ben ik het zwaarder gaan wegen. En lang vond ik dat we bij ABN Amro aan de zakelijke kant echt vooropliepen op dit gebied.” Nu is hij bezig met een overstap naar de Triodosbank. „Ik ga salaris inleveren, maar op dit moment past deze werkgever beter bij mij.” Brekelmans besteedt, net als de andere oprichters, 10 procent van zijn tijd aan de stichting.

Ook hij ziet al langer dat het in de corporate wereld vaak ontbreekt aan rolmodellen. „Ik heb me altijd durven uitspreken, maar ik was regelmatig de enige”, zegt hij. „Het helpt als je iets hebt om publiekelijk met elkaar over te praten. Dat was een belangrijke reden om dit onderzoek te laten uitvoeren. Daarmee kunnen we agenderen wat wij al veel langer horen: dat ook medewerkers van beursgenoteerde bedrijven zich echt zorgen maken over klimaatverandering en willen dat hun werkgever daar meer tegen doet. En als mensen zich uitspreken, inspireert het anderen om dat ook te doen.”

Jullie noemen jezelf een beweging. Wat houdt dat precies in?

Keizer: „We vormen een brede community van gelijkgestemden waaraan mensen zich kunnen verbinden. Dat kan door ons te volgen. Maar je kunt ook actief zijn: webinars volgen of meedoen aan een van onze cirkels, waarin mensen in kleine groepjes hun ervaringen delen. Nooit over de inhoud, want veel mensen zijn hun werkgever tot geheimhouding , maar over de vorm. Hoe je een groen netwerk opricht bijvoorbeeld, of hoe je dit onderwerp bespreekbaar maakt op de werkvloer, zonder dat het je eigen positie ondermijnt. We willen doorbreken dat mensen het gevoel hebben dat ze het enige groene gekkie zijn.”

Brekelmans: „We richten ons ook op de organisaties zelf. We willen ze helpen het gesprek met hun medewerkers aan te gaan, op een opbouwende manier. Ook veel bestuurders vinden duurzaamheid en klimaat belangrijk, maar ze hebben te maken met de realiteit van aandeelhouders, de geopolitiek en hun eigen marktpositie. Het helpt al als bedrijven daar opener over zijn Dan begrijpen medewerkers ook beter waarom het gaat zoals het gaat.”

Nu zijn het vooral aandeelhouders die bepalend zijn voor de duurzaamheidskoers van bedrijven. En duurzaamheid heeft niet bepaald prioriteit gekregen afgelopen jaren. Waarom zouden bestuurders ineens naar hun werknemers luisteren?

Brekelmans: „Onderschat de macht van het getal niet. Als een flink deel van je medewerkers duurzamer wil zijn, kun je een cultuurverandering in gang zetten. Dat kan voor bestuurders ook een argument zijn om de aandeelhouders tegen te spreken. In ons ideale plaatje stappen veel medewerkers naar hun raden van bestuur om te zeggen: als het nu niet verandert, gaan we weg. En zeggen aandeelhouders vervolgens: we accepteren wat minder dividend.”

Het begint met draagvlak, openheid en voorbeeldgedrag. Niet met naming en shaming

Hein Brekelmans
mede-oprichter Medewerkers Voor Onze Toekomst

Keizer: „We weten dat bedrijven die zich committeren aan langetermijn-ESG-doelen [die gaan over milieu, sociaal beleid en goed bestuur] meer aandeelhouderswaarde genereren dan bedrijven die alleen naar de korte termijn kijken. We denken daarom dat ook bedrijven elkaar moeten helpen. Als zij samen optrekken op het gebied van duurzaamheid, kunnen ze de politiek helpen meer noodzakelijke regels af te spreken, zoals het beprijzen van CO2-uitstoot. Dat is minstens zo hard nodig om iets voor elkaar te krijgen.

Jullie noemen bedrijven bewust niet bij naam. Waarom niet?

Brekelmans: „Het versnelt ons doel niet. Integendeel, we zouden bedrijven ermee tegen ons in het harnas jagen. Bovendien: medewerkers mogen zich niet uitlaten over bedrijfsgevoelige informatie. Het begint met draagvlak, openheid en voorbeeldgedrag. Niet met naming en shaming.”

Van de ondervraagde werknemers vindt 35 procent dat hun werkgever aan greenwashing doet, door zich naar de buitenwereld duurzamer voor te doen dan het bedrijf is. Waar baseren ze dat op?

Keizer: „Het rapport zelf meet niet welke specifieke initiatieven worden overdreven, maar uit de open vragen blijkt de onderliggende ervaring is: „Ze zeggen wel dingen, maar doen het niet”of „ambities worden afgezwakt”. Dat is het sentiment. We horen de verhalen vooral van mensen die intern bij duurzaamheidsrapportages betrokken zijn of van accountants die signalen krijgen over wat wel en niet wordt benadrukt. Positieve activiteiten worden soms uitvergroot, risico’s juist klein opgeschreven of zelfs weggelaten. Daardoor is het lastig om als buitenstaander te zien waar een organisatie écht staat.”

Wanneer heeft Medewerkers Voor Onze Toekomst zijn doel bereikt?

Brekelmans: „We streven naar een sociaal kantelpunt. Dat mensen zich realiseren: we moeten met duurzaamheid aan de slag. Niet alleen de koplopers, maar ook het peloton. Dat [meetbare cijfers om te controleren of een doel is behaald] van bedrijven gekoppeld zijn aan de lange termijn, bijvoorbeeld. Dus geen bonus uitkeren als de beurskoers binnen een paar jaar verdubbelt, maar als duurzaamheidsdoelen over vijftien jaar zijn behaald.”

Keizer: „We willen dat ook doen door een coole plek zijn, dat mensen [fear of missing out] ervaren als ze er niet bij zijn. We organiseren in het voorjaar een Dag voor onze Toekomst. Iedereen die we daarvoor vragen zegt nu ja. Het is een beetje zoals in het, zo voelt het, daar zeiden ook veel mensen ja tegen.”

Geef cadeau

Deel

Mail de redactie

De journalistieke principes van NRC